DEBAT VAN DE WEEK

Voorbij de stille woede op Landgoed De Horst in Driebergen-Rijsenburg. Forum, instituut voor multiculturele ontwikkeling. Donderdag 15 januari, 10 uur.

Heerschappij der hulpverleners

De leer van de trias politica van overheidsmachten die elkaar in evenwicht houden, krijgt van burgemeester Nol Kleijngeld van de Noord-Brabantse gemeente Waalwijk een geheel eigen uitleg. „De uitvoerende macht bestaat niet uit het college van burgemeester en wethouders, maar uit professionals van organisaties die buiten de deur zijn geplaatst. De invloed van het college is klein.”

De ex-geschiedenisleraar Kleijngeld kan bogen op een rijke ervaring. Niet alleen was hij op de fatale datum van de aanslag op 11 september 2001 burgemeester van Helden Panningen, waar een moskee in brand werd gestoken. Toen hij twee jaar geleden in Waalwijk arriveerde, brak daar een rel uit rond een gezin van totaal gedesoriënteerde Liberiaanse vluchtelingen die door jongens met eieren werden bekogeld en met de brommer aangereden.

Kleijngeld wilde graag iets ondernemen, maar dat viel niet mee. In een zaal op het stadhuis zaten wel 25 hulpverlenende professionals van bijna evenzoveel overheidsafdelingen de verantwoordelijkheid op elkaar af te schuiven. Jeugdwerk, politie, vluchtelingenwerk, allerlei soorten bijstand, woningbouw, iedereen was er. Maar niemand durfde een beslissing te nemen. In een dergelijk vacuüm kan een doortastend bestuurder bij uitzondering optreden, want de bevoegdheden ontbreken.

Specialismen zijn er genoeg om eenmaal uitgebarsten woede weer stil te krijgen. De plastic zak voor de conferentiegangers was gevuld met folders en boekjes. Een Handboek Sociaal Calamiteitenplan, een folder over het Praktijkteam Overlastgevende Marokkaans Nederlandse jongeren. Een onderzoekster van de Anne Frank Stichting doceerde over radicalisering en deradicalisering van rechtse of islamitische jongeren. Er zijn grote onderlinge verschillen tussen beide groepen, maar het maakt wel duidelijk dat de woede geen uniek autochtone aangelegenheid is. De bijeenkomst was georganiseerd door het Forum Multiculturele Ontwikkeling. Aanwezig bij de conferentie waren hulpvaardige leden van een nationaal Interactieteam Interetnische Spanningen, Jeugd en Veiligheid, dat bij ‘sociale calamiteiten’ in een gemeente toesnelt om advies te geven.

Maar wie is de baas? De burgemeester? Die is niet eens democratisch gekozen. De wethouders? Die gaan niet over de politie. De meeste burgemeesters ook niet, omdat hun gemeente te klein is en ze dus niet horen bij die exclusieve overlegdriehoek van een grotestadsburgemeester, de politiecommissaris en de officier van justitie. Lokale calamiteitenbestrijding is dus vooral een vertoon van machteloze collega’s die elkaar verdringen.

In zijn inleiding hield de criminoloog prof. Frank Bovenkerk een pleidooi voor meer lokale democratie om de stille woede te bedwingen. Daar zijn niet alleen lastige jongeren mee geholpen, maar ook de boze burgerij in het algemeen die zich niet serieus genomen voelt en zich opwindt over de criminaliteit. In Groot-Brittannië en Amerika worden politiecommissarissen verkozen. De politiedriehoek zou volgens hem vaker in buurten langs moeten gaan om te vragen aan wat voor soort politiewerk behoefte is. En de strafrechtspleging zou direct in de omgeving van de daders moeten plaatsvinden met rechters die niet alleen een blanke etnische achtergrond hebben.

Maar deze bijeenkomst ging uit van het Nederlandse model van benoemde functionarissen die zorgteams afsturen op overlast gevende jongens. De zachte 0900-staat van hulpverleners die alleen op eigen aanwijzingen inzetbaar zijn. De stille woede hierover bleef buiten beschouwing.

Maarten Huygen