De prins, de premier en het project

Kroonprins Willem-Alexander stapte voorjaar 2007 in een vastgoedproject in Mozambique. Weg was de rust rond het eiland Machangulo. Over fraude, sociale projecten en damage control.

Wie nog niet weet hoe goddelijk ongerept het schiereiland Machangulo is, waar kroonprins Willem-Alexander en Máxima een villa bouwen, kan terecht op de website van de Nederlander Bart Homan, hedgefondsmanager bij het Londense EFP Capital, fotograaf en Afrika-liefhebber. In maart van dit jaar publiceerde hij het fotoboek Machangulo Reserva Da Natureza Mozambique. Twintig kilometer maagdelijke stranden, groene bush, duinen, twaalf meren, aan de westkust het kalme water van de Baai van Maputo, aan de oostkust de hoge golven van de warme Indische oceaan. In het zuiden het Maputo Olifantenreservaat. Ook Homan bouwt een huis op Machangulo, net als twee van zijn collega’s bij EFP.

Homan is niet de enige deelnemer met een hartstocht voor Afrika en fotografie. De Argentijn Alejandro Tawil, geboren in Buenos Aires, sinds 2008 directeur van projectontwikkelaar Machangulo SA, noemt zichzelf een Financier turned Photographer, die pendelt tussen New York en Mozambique. Op zijn site toont hij foto’s van leeuwen, giraffen, ijsvogels en gnoes bij ondergaande zon („I am a hunter. My prey is that perfect image. My weapon is my camera”). Dit zijn twee van de toekomstige buren van Willem-Alexander.

Het is niet de eerste keer dat buitenlanders hun oog laten vallen op deze paradijselijke plek. In de jaren 90 wilde de Amerikaanse multimiljonair James Blanchard III het hele gebied omtoveren in een gigantisch natuurpretpark, compleet met de import van Bosjesmannen en niet-inheemse wilde dieren. Hij was al een eind op streek, maar overleed voordat hij zijn droom kon realiseren.

De Zuid-Afrikaanse zakenman Rob Garmany ging omzichtiger te werk. Hij richtte op 14 januari 2003 het bedrijf Machangulo Development Company op. Hij onderhandelde met de Mozambikaanse overheid over de ontwikkeling van het gebied. Dat is nog niet zo eenvoudig. Alle grond in Mozambique is staatseigendom, de staat geeft het in bruikleen in ruil voor investeringen voor de lokale bevolking.

Als concessiehouder zette Garmany Panorama Investimentos op. In 2004 ging hij de markt op, in juli 2006 kreeg het project definitief het groene licht van de Mozambikaanse overheid. De lokale gemeenschap kreeg een aantal faciliteiten in het vooruitzicht (zie kader). De 4.000 bewoners van Machangulo keken uit naar de ontwikkeling van het achtergebleven gebied.

Kroonprins Willem-Alexander stapte op 5 mei 2007 in het vastgoedproject. Volgens de Volkskrant bestaat er een lijst met 55 namen van de overige aandeelhouders. Het Zuid-Afrikaanse onderzoeksblad Noseweek noemde in maart van dit jaar een bont gezelschap van gefortuneerde Europeanen.

Een van de eerste fans van het project was de Duitse valutahandelaar Jens Kothes, die eerder tegen NRC Handelsblad zei: „Wij zijn Afrika-fan. De natuur op Machangulo is betoverend en de omgeving prachtig. Als het dan ook nog deugt voor de lokale economie, is dat mooi meegenomen.”

Dan is er de Duitse zakentycoon Conrad Dornier, directeur van Dornier Seaplane Company, bouwer van luxe watervliegtuigen. Ook de Duitse zakenman en kunstverzamelaar Friedrich‘Mick’ Flick, telg van de Flick-dynastie, bouwt in Machangulo. Zijn grootvader was grondlegger van de NSDAP. Kleinzoon Mick bezit een van de beroemdste collecties moderne kunst ter wereld, verworven met familiekapitaal dat in de Tweede Wereldoorlog deels is vergaard met dwangarbeid.

Op de lijst van Machangulo staan ook drie partners van de Londense investeringsmaatschappij EFP Capital, Paul Daniel, James Hollond en fotograaf Bart Homan; Jonathan Chenevix-Trench, voorheen operationeel directeur van zakenbank Morgan Stanley; de Oostenrijkse investment banker Robert Osterieth van hedgefonds Rho Fund Investors. En de Belgische zakenman en aristocraat Jean Charles Ullens, getuige bij het huwelijk van prins Constantijn en Laurentien en peetoom van hun dochter Leonore.

Met de toetreding van Willem-Alexander tot het gezelschap ontstond een probleem: de pers kreeg lucht van het project, dat de welgestelden juist een ongestoord vakantieoord had beloofd. Er kwamen kritische verhalen uit Zuid-Afrika en Machangulo.

Rob Garmany bleek in 2006 in zee te zijn gegaan met Blue Bay, een ‘multi-facetted consultancy firm’ onder leiding van de Zuid-Afrikaanse projectontwikkelaar Dave Dahlmann en architect John Fleming. Blue Bay bood bouwtekeningen, materiaalbeheer, interior design en toezicht op kostenbeheersing. Maar Dahlmann stond slecht bekend. Noseweek meldde dat hij in 2003 betrokken was bij een duister ontwikkelingsproject rond een hotel op de Seychellen, waarna zijn bedrijf werd geliquideerd.

Noseweek publiceerde dit voorjaar twee verhalen over het prinselijk project op Machangulo. Met Blue Bay bleek van alles mis: rekeningen werden betaald via de privérekening van Dahlmanns dochter Danielle, tevens boekhouder van het bedrijf. Er zou gefraudeerd zijn met materiaalkosten en bouwmateriaal kwam niet aan op de bestemming. Inmiddels heeft de Zuid-Afrikaanse fiscus belangstelling voor Dahlmann.

De Duitser Jens Kothes, een van de eerste aandeelhouders van Panorama Investimentos, deed een boekenonderzoek in Johannesburg, schrok en de banden met Blue Bay, Dahlmann en Fleming werden rap verbroken. Het was het begin van een operatie damage control.

Maar de Zuid-Afrikaanse connectie bleef knagen. Blanke rijke Zuid-Afrikanen zijn niet populair in het voorheen socialistische Mozambique: te veel herinneringen aan het apartheidsregime en de openlijke Zuid-Afrikaanse inmenging in de burgeroorlog in Mozambique. Rondom de in terreinwagens rondrijdende Zuid-Afrikaanse rijken hangt een geur van neokolonialisme. Dus riepen de investeerders in 2008 een nieuwe nv in het leven, Machangulo SA (sociedada anonyma), onder leiding van de fotograferende Alejandro Tawil, naar verluidt een kennis van prinses Máxima uit haar New-Yorkse bankjaren. Panorama Investimentos hield op te bestaan, maar Garmany ging als directeur mee naar de nieuwe firma.

De vennootschap is aanzienlijk minder scheutig met informatie dan zijn voorganger. De website meldt niet meer dan dat na de bouw van schooltjes en klinieken „in 2009 de inspanningen gericht zullen zijn op de bouw van de residenties [...] en het hotel”. Telefoons worden niet meer opgenomen, vragen niet beantwoord.

Naar aanleiding van verhalen in de media over lokale onvrede over de vorderingen van de investeringen – er was zelfs sprake van ruzies en schietpartijen – liet de nieuwe ontwikkelingsmaatschappij de Italiaanse bioloog Alessandra Soresina onderzoeken of de bevolking al baat had bij het project. Haar kritische rapport Preliminary Assessment of the Machangulo Local Community (mei 2009) is alweer van haar website verdwenen. Inmiddels zouden een aantal concrete stappen zijn gezet ter verbetering van de situatie (zie kader). Nadat talloze cameraploegen mopperende Mozambikanen hadden gefilmd is de ontwikkelingshulp kennelijk opgeschroefd.

Omdat er rond de deelname van Willem-Alexander aan dit vastgoedproject in pers en politiek steeds meer vragen rezen, werd op 21 juli 2009 op initiatief van premier Balkenende de Stichting Administratiekantoor Machangulo opgericht, gevestigd op Paleis Noordeinde. De ministeriële verantwoordelijkheid kwam in het geding door het commerciële avontuur van de prins, die immers binnen afzienbare tijd koning moet worden.

De stichting moet afstand creëren tussen prins en project en zo de prins uit de wind houden. Het driekoppige bestuur bestaat uit voorzitter Harald Fentener van Vlissingen, een studievriend van de prins en neef van de overleden Afrikaminnaar Paul Fentener van Vlissingen, die met het omvangrijke familiekapitaal van SHV in zuidelijk Afrika een aantal wildparken heeft opgezet. Secretaris is de fiscalist Arnold van der Smeede van advocatenkantoor Spigthoff. Het derde bestuurslid is Joop Baars, sinds 1999 thesaurier van de koningin, die alle beleggingen van staatshoofd en kroonprins in de gaten houdt.

Volgens de stichting zal de vennootschap Machangulo „een groot aantal vakantiewoningen ontwikkelen, welke na de bouw zullen worden verkocht aan diverse investeerders”. Gevraagd of de bestuursleden zelf deelnemen aan het project meldt de woordvoerder: „Over de privézaken van haar bestuursleden laat de stichting zich niet uit.”

Volgens de statuten beheert de stichting de aandelen van de prins in het vastgoedproject en de commerciële exploitatie van percelen die niet voor individueel gebruik zijn. Het beheer komt „voor rekening en risico van de Prins”. Hij mag grond bebouwen voor privégebruik en heeft juridische zeggenschap over de ontwikkeling van het project. De opbrengsten zijn voor de prins zelf. Het bestuur van de stichting is autonoom, maar dient de premier te waarschuwen als er belangrijke wijzigingen optreden in de juridische structuur. Daarover zei Balkenende vorige week tijdens het debat over de financiën van het koningshuis: „In gewonemensentaal: het bestuur opereert onafhankelijk van de prins. Feitelijk betekent dit dat niet de prins, maar de stichting zich bemoeit met de ontwikkeling van het gemeenschappelijke deel van het vastgoedproject.”

De Tweede Kamer plaatste vraagtekens bij Balkenendes verzekering dat hij zal worden gewaarschuwd indien nodig. Staatsrechtgeleerden en Kamerleden voorzien heibel. De prins had gewoon een vakantiehuis moeten kopen en niet in een onbeheersbaar vastgoedproject moeten stappen in een arm land waar corruptie op de loer ligt.

De premier had ferm ‘nee’ moeten zeggen tegen dit heilloze project, zegt ex-senator Jan Vis. Die stichting lost niks op, de premier blijft verantwoordelijk, zegt ex-Kamerlid en jurist Thom de Graaf. De premier bedenkt rare constructies, terwijl hij formeel geen enkele controle heeft op het privéleven van de prins, aldus staatsrechtgeleerde Paul Bovend’eert.

De risico’s van deelname in zo’n groot ontwikkelingsproject zijn uitgebreid onderzocht, zei Balkenende bezwerend in de Kamer. „Je weet nooit zeker wie zich op een later moment in een dergelijk groot project inkopen en op die manier samen met de prins in een juridische structuur terechtkomen. Dat is goed voorbereid.” Het parlement nam er genoegen mee. Met de bouw van de prinselijke villa is inmiddels begonnen.

Lees een eerdere reportage op nrc.nl/binnenland