AC Milan komt altijd weer terug aan de top

Het gaat niet goed met AC Milan. Het vertrek van onder anderen sterspeler Kaka doet zich nog voelen. De omstreden voorzitter blijft, dat is zeker.

Milan verkopen? Silvio Berlusconi denkt er niet aan, zo zei hij gisteren met grote stelligheid. De 73-jarige voorzitter-eigenaar en premier van Italië zal zijn ‘grote liefde’, de club die hij al als jongen met zijn vader op de tribunes van San Siro aanmoedigde, écht niet verkopen. Hoe slecht het de club die hij in 1986 voor 55 miljoen gulden kocht nu ook vergaat.

Berlusconi mag dan vaak roepen dat zijn club onder niveau presteert, of domweg rampzalig speelt, aan de Associazione Calcio Milan heeft hij „tot aan zijn dood’’ zijn hart verpand. Mensen die zijn club willen kopen strelen zijn ego en wijst hij hooghartig de deur. Zoals de Albanese oliemagnaat Rezart Taci, die 700 miljoen euro bood om de vermoedelijk in financiële problemen geraakte Berlusconi – en dus diens club – te verlossen. Berlusconi, die als gevolg van zijn opgeheven onschendbaarheid een aantal schadeclaims wacht, weet echter van geen wijken.

Lieden als de 38-jarige Taci noemt Il Cavaliere (de ridder) mensen die zich niet om zakelijke, maar om emotionele redenen verbinden aan een voetbalclub. Inderdaad is Taci een opportunist. Omdat hij eerst de club Bologna wilde kopen om zich vervolgens te richten op het veel grotere Milan. De Albanees, tien jaar geleden nog kelner, noemde Berlusconi een vriend. En Milan was altijd al zijn favoriete club. Dat kan waar zijn, want Taci organiseerde al een paar keer in Albanië het toernooi om de Taci Oil Cup rondom AC Milan en betaalde de Milanese club nog eens zestien miljoen euro voor twee oefenduels in Albanië.

Berlusconi buigt niet. De man van Milaan die vóór zijn politieke carrière als muzikant en entertainer op cruiseschepen zijn geld verdiende, beseft dat hij de milanisti, de trouwe supporters van Milan, niet in de steek kan laten. Hij voelt mee met de mannen en vrouwen op de immer volle tribunes van San Siro. Wanneer hij als zelfbenoemde tifoso de club zou wegdoen, zou hij een verrader zijn. Hij steunt alle supporters, alle spelers, alle bestuursleden en de trainer, de Braziliaan Leonardo.

Leonardo Nascimento de Araujo was eens de beste linksback ter wereld. Een mooie, elegante, aanvalslustige Braziliaan die ieders hart stal op het WK van 1994. Een innemende man die als elftalleider bij AC Milan en vervolgens technisch directeur opviel door zijn menselijke benadering. Hij werd deze zomer hoofdtrainer toen Carlo Ancelotti na vele jaren van succes inging op een aanbod van Chelsea. Waarom Leonardo, die geen enkele ervaring als coach had? Omdat Leonardo toch al op de loonlijst stond en omdat hij ingewijd was in het vermaarde Milan Lab, het wetenschappelijk begeleide trainingscentrum van de Belgische sportarts Jean-Pierre Meersseman. Wanneer Milan-icoon Marco van Basten, die nu soms wordt genoemd als mogelijke vervanger van Leonardo, coach zou worden kan ook hij teren op de Belgische wetenschap, die zijn basis heeft aan de universiteit in Leuven.

Milan staat op de ranglijst van de Italiaanse hoogste klasse in de middenmoot. Dat roept vragen op. Hoe en wanneer gaat dat veranderen? Natuurlijk gaat dat veranderen, een club met zoveel traditie is niet alleen afhankelijk van geldschieters als Berlusconi. Excuses voor de tegenvallende prestaties? De Braziliaanse uitblinker Kaka werd voor 65 miljoen euro verkocht aan Real Madrid, coach Carlo Ancelotti die de Champions League won, werd naar Chelsea gelokt, de vaste doelman Dida raakte geblesseerd, de als ster binnengehaalde en de door Barcelona afgedankte Ronaldinho is zoals altijd alleen met zichzelf bezig, de Nederlander Clarence Seedorf is nu echt versleten en zijn deze zomer aangekochte landgenoot Klaas-Jan Huntelaar is nu al overbodig. Milan wil hem kwijt, mogelijk wordt hij deze winter ingewisseld voor de Rus Pavloetsjenko van Tottenham Hotspur.

Milan is een instituut, voor iedereen die van voetbal houdt. Anders dan de huidige heerser van het Italiaanse voetbal en rivaal, stadgenoot Internazionale, dat geschiedenis maakte door het catenaccio (verdedigend voetbal), is Milan het symbool voor aanvallend voetbal: van Nils Liedholm, Gunnar Nordahl en Gunnar Gren, Gianni Rivera, Pierino Prati, Marco van Basten en Dejan Savicevic tot Kaka en Andrea Pirlo. Soms gaat het slecht, soms geweldig. Zeven keer won de club de Europa Cup/Champions League. ,,Het bloed van Milan stroomt altijd door”, zei Rivera in deze krant.

Deze winter komt David Beckham terug. Een verloren zoon, een voetballer die zichzelf soms verliest omdat hij niet meer weet wie hij is en wat hij kan. Bij Milan voelt de Engelsman zich echter thuis.