Wolfmother rockt jaren '70 karaoke

Rock Wolfmother, 15/10 Melkweg Amsterdam. * * *

Wolfmother is zo retro als een jonge hardrockband kan zijn. De Australische groep klinkt ouderwets op het platte af, met intro’s van Black Sabbath gevolgd door zang van Led Zeppelin en jamsessies als van Deep Purple. Al die bedenkingen ten spijt, moest gisteren in de uitverkochte Melkweg toch weer worden vastgesteld dat Wolfmother rockt als een speer.

Verfrissend is dat zanger en gitarist Andrew Stockdale de pophistorie beschouwt als het trapveldje in zijn achtertuin. Keith Richards en Angus Young van AC/DC noemt hij als zijn helden, maar hardrock is hem net zo dierbaar als de flamenco die hij als tiener speelde. De band waarmee hij drie jaar geleden beroemd werd, stuurde hij naar huis om met frisse muzikanten aan een nieuwe ronde te beginnen. In zijn eentje broedde hij op de cd Cosmic Egg, die hij nu aan de wereld openbaart.

De nieuwe nummers klonken nog wat stroef vergeleken bij de publieksfavoriet Woman van het eerste album. Net als in de vorige bezetting is er een bassist die dubbelt op orgel. Die dreigde op elk moment Smoke on the water van Deep Purple in te zetten, met ronkende orgelklanken en wapperende haren. Het gebeurde niet.

Er toeren honderden bandjes die net zo goed zijn in classic rock, maar die geen repertoire hebben geschreven. Vijf nieuwe songs had Wolfmother nodig om boven het niveau van jaren zeventig-karaoke uit te stijgen. Ze zullen de tand des tijds niet doorstaan, maar brachten de zaal in extase.