Waarom schrijven negen van de tien pennen blauw?

„Waarom schrijven negen van de tien pennen blauw”, vraagt Frank van der Linden uit Eindhoven.

Wanneer inkt is ontstaan is niet precies bekend, ook blauwe inkt wordt al sinds jaar en dag gebruikt. Vroeger werd inkt vaak bewaard als een inktblok. Vloeibare inkt was door schimmel namelijk maar beperkt houdbaar. De blokken werden fijngewreven en met water vermengd tot er weer vloeibare inkt ontstond.

Een belangrijk nadeel van inktblokken is echter dat de inkt al snel korrels bevat, waardoor de pen verstopt raakt. Dus investeerden inktmakers in de ontwikkeling van goed vloeibare inkt. Een van de eerste was ijzergalinkt. ‘Die was diepblauw van kleur, en dat kan een reden zijn geweest dat we gewend zijn geraakt aan blauwe inkt’, mailt Richard Conner, een Amerikaanse pennenfanaat, die achter de website ‘Penspotters’ zit.

Maar Conner is niet zeker van zijn eigen theorie. „In de tijd van ganzenveerpennen en vulpennen was blauw een kleur die geen permanente vlekken achter liet op je kleren. Je kon namelijk afwasbare blauwe inkt kopen. Dat kan ook de reden zijn geweest.”

Toch was het een lekkende vulpen die leidde tot de uitvinding van de balpen. In 1938 ontdekte de Hongaarse journalist Lászlo Bíró dat drukinkt sneller droogt. Die inkt was echter te dik voor een vulpen, dus ontwierp hij een pen met een klein kogeltje in de punt: de balpen.

In 1945 kocht de Fransman Marcel Bich het patent op de balpen. Hij noemde de nieuwe pen ‘Bic’, een verkorte versie van zijn eigen naam, die makkelijker te onthouden was. De Bic-pen kwam in vier kleuren op de markt, maar blauw was de populairste. „Dat blauw het meest verkocht werd, kwam doordat die kleur veel werd gebruikt op Franse scholen”, zegt een woordvoerder van Bic.

Glenn Marcus, een andere Amerikaanse pennenliefhebber en oprichter van Glennspens.com heeft daar echter weer een andere theorie over: „Voor de balpen werd de kleur blauw geselecteerd om hem te onderscheiden van de zwarte letter die traditioneel werd gebruikt in getypte en gedrukte documenten.”

Toon Beemsterboer