Vrijwilligersstage leert scholier iets voor niets te doen

Middelbaar scholieren lopen vanaf 2011 een maatschappelijke stage. Een proef legde knelpunten bloot: het kind voelt zich gewaardeerd maar het stageadres wil geld zien.

In de klas is een man met een grote blindengeleidehond. De leerlingen kijken meer naar de hond dan dat ze luisteren naar zijn baas. Iets over stages, maatschappelijk ofzo.

Hans Ebbing van de Tilburgse vrijwilligersbank Contour komt op 2College Wandelbos uitleggen dat iedere leerling vrijwilligerswerk moet gaan doen. Maar eerst stelt hij zijn metgezel Baron voor, die hem helpt omdat hij slechtziend is. Zichtbaar onder de indruk houden de leerlingen hun mond.

Als de stage ter sprake komt, wordt het onrustig. „Daar heb ik echt geen zin in”, zegt Wesley uit 3vmbo al snel. „Ik wil gewoon in een winkel”, moppert klasgenote Latisha. Dat mag niet, want je moet mensen helpen, corrigeert een medeleerling.

Wesley en Latisha moeten leren belangeloos iets voor een ander te doen en kennismaken met de samenleving, vindt het kabinet. Het middel is de maatschappelijke stage. Tilburgse scholen rondden onlangs een proef af met het verplichte vrijwilligerswerk. Met tests in nog negentien andere regio’s wil staatssecretaris Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) de knelpunten van de stage blootleggen, vóór die in 2011 vast onderdeel wordt van het curriculum.

In Tilburg zijn de eerste lessen geleerd. Dat leerlingen vrijwel altijd sceptisch beginnen bijvoorbeeld, maar dat ze na afloop positiever zijn. Als Ebbing in 3 havo zijn verhaal doet, krijgt hij bijval van enkele zittenblijvers die er al een stage hebben opzitten. Zo hield Amadu de wacht bij wegafzettingen voor de hardloopwedstrijd Tilburg Ten Miles. „Sommige mensen luisterden niet en het was een lange dag. Maar wel leuk.” Hij schrijft zich meteen in voor een volgende klus: een avond per maand helpen bij de kinderdisco in een buurthuis.

Inschrijven gaat via een website van Contour, waar ‘stagemakelaar’ Hans Ebbing een vacaturebank beheert met plaatsen bij non-profitinstellingen. Hij koppelt stagiair en stagebieder en controleert of de stage zinvol ingevuld wordt. En dat voor 2.400 leerlingen.

Sinds de stagemakelaar er is, wordt het Tilburgse zorgcentrum Reyshoeve niet meer overspoeld door telefoontjes van leerlingen van het nabijgelegen Beatrix College. Die school liet zijn leerlingen al langer vrijwilligerswerk doen. Het dichtstbijzijnde verzorgingshuis was voor de scholieren een gewilde optie. De breder opgezette Tilburgse proef is een verademing voor Annelein van Sluijs, vrijwilligerscoördinator van het zorgcentrum: „Wow, goed geregeld.”

Leerlingen voelen zich gewaardeerd en blijven soms vrijwilligerswerk doen, vertelden docenten, schoolleiders en vrijwilligersorganisaties uit het hele land vrijdag bij een evaluatie met staatssecretaris Van Bijsterveldt. De stage heeft in meer of mindere mate bijgedragen aan hun inlevingsvermogen, rapporteert liefst 93 procent van de scholen. Velen zien verbetering van sociale vaardigheden en een groeiend besef van waarden en normen.

Maar er zijn ook klachten. Dat er geen geld is voor stageverleners. Monique Baltus, leider van een Zeeuws vrijwilligersproject: „Wij zien dat sommige verenigingen daardoor afhaken.” Judith Deynen van de Vrijwilligerscentrale in Utrecht: „Stagebieders moeten van alles organiseren. Je toont met een klein bedrag waardering en creëert betrokkenheid.”

In Utrecht kreeg een deel van de instellingen daarom 15 euro per stagiair. Volgend jaar wordt dat 25 euro voor alle organisaties. In Tilburg geldt nu al 35 euro.

Van Bijsterveldt wees erop dat scholen het geld dat ze krijgen – 375 euro per leerling – niet alleen voor bemiddeling en eigen organisatie moeten inzetten, maar ook met stagebieders moeten delen, zoals in Tilburg en Utrecht. Ze zal hen niet afdwingen. „Als de maatschappelijke stage verplicht is, krijgen scholen er belang bij om de relaties goed te houden. En voor stagebieders is het ook wat waard dat ze aan jonge, nieuwe vrijwilligers geholpen worden.”

In Tilburg leidde de vergoeding aanvankelijk tot scheve gezichten. Hans Ebbing hoorde dat ROC’s (mbo-scholen) in de stad jaloers waren, omdat zij niet kunnen betalen voor stageplaatsen. „Nu maken we bij stagebieders goed duidelijk dat een maatschappelijke stage heel anders is dan een beroepsstage voor mbo-leerlingen.”

Het lijkt te werken, want Tilburgse ROC’s melden dat de stage voor middelbare scholieren niet leidt tot een tekort aan beroepsstageplaatsen. Terwijl de vacaturebank van Hans Ebbing toch groeide van 800 naar 3.000 functies.

Natuurorganisaties schrapt hij wel eens uit die lijst, wegens gebrek aan begeleiding. „Dan geeft de boswachter een opdracht en ziet de stagiair hem de hele dag niet meer.” Sportclubs zijn ook niet altijd geschikt: daar werken al jaren dezelfde vrijwilligers, die wel een cursus ‘omgaan met pubers’ kunnen gebruiken.

Bij de proef werd duidelijk dat havisten en vwo’ers gewilder zijn dan vmbo-leerlingen. „Soms laten organisaties zelfs merken dat ze liever een Roderik dan een Youssef hebben”, zegt Ebbing. „Maar ze mogen niet kiezen.”

Een ander heikel punt is het enthousiasme onder docenten. Directie en stagecoördinator willen wel, maar onder mentoren schort het wel eens aan draagvlak voor de maatschappelijke stage. Judith Bach van de Vrijwilligerscentrale Helmond: „Zij moeten het toch overbrengen in de klas.”

En dan is er de stageduur. Het CDA had gepleit voor drie maanden maar in 2011 wordt slechts 72, 60 of 48 uur verplicht, afhankelijk van het onderwijstype.