Verhagen opnieuw geïrriteerd door PvdA

„Kretologie”, aldus de minister. „Kennelijk heeft de minister behoefte aan confrontatie”, aldus het Kamerlid. Zelfde spelers, zelfde locatie, zelfde stekeligheden. Minister Verhagen (Buitenlandse Zaken, CDA) voerde gisteren in de Tweede Kamer, net als twee weken geleden, een vinnig debat met Martijn van Dam, lid van de Tweede Kamer voor coalitiegenoot de PvdA. Toen ging het over het al dan niet aanblijven van Nederlandse militairen in Uruzgan, dit keer ging het over het al dan niet aanhouden van kernwapens.

In een motie van Van Dam naar aanleiding van internationale ontwapeningsgesprekken werd de regering verzocht de Amerikanen over te brengen dat niet langer gehecht wordt aan de bescherming van Europa door middel van de aanwezigheid van Amerikaanse kernwapens. Geruststellend voegt de motie eraan toe terugtrekking van deze wapens „als resultaat van onderhandelingen over ontwapening tussen de VS en Rusland wenselijk te achten”.

Minister Verhagen ontraadde de Kameruitspraak „ten stelligste”. Ontwapeningsgesprekken vragen om „wijsheid en beleid, niet om kretologie”. In eerder overleg met de Kamer had hij de indruk overgehouden dat Van Dam door hem was overtuigd. De motie was een bewijs van het tegendeel. „Blijkbaar gelden feiten of argumenten niet langer”, aldus een geïrriteerde Verhagen.

De PvdA-motie behaalde ondanks de steun van SP, GroenLinks, D66 en de Partij voor de Dieren geen meerderheid.