Verdraagzame mythe

De Duitse musicus, dj en producer Shantel verwierf wereldwijde faam in het clubcircuit met remixes van gipsybands. Nu reist hij met acht musici langs de podia. ‘Feestelijk, maar confronterend’.

Shantel heeft iets te vieren, en hij weet hoe je een feest op gang moet brengen. Vanaf het moment dat hij het podium van Centralstation, een voormalige elektriciteitscentrale in het centrum van Darmstadt, bestijgt, laat hij het publiek dansen en zingen. Met energieke sprongen, vuistslagen in de lucht en zwaaiende armen zweept hij zijn achtkoppige band op.

Meer precies dan ‘Oost-Europees’ is de muziek niet te omschrijven. Trombonist Detlef Landeck en trompettist Novica Ristic vertegenwoordigen het genre Balkan Brass, bekend geworden door Fanfare Ciocarlia en Boban Markovic. Violisten Emilio Castiello en Kurt Bauer roepen de strijktraditie uit de regio in herinnering, het handelsmerk van de Taraf de Haïdouks. Zangeressen Jelena Bukusic en Tea Mikic hebben het schelle timbre dat onverbrekelijk bij de Balkan hoort. Op zijn accordeon legt Dario Ivkovic een brede harmonische basis.

Naast Shantel is drummer Marcus Darius de grote aanjager achter de muziek met krachtdadige ritmes, wisselende accenten en versnellingen naar een onwaarschijnlijk hoog tempo. Shantel zelf hanteert de gitaar en zingt. Het publiek is gemêleerd, van tieners tot zestigers, en met sterk uiteenlopende achtergronden. Dat is precies zoals Stefan Hantel, zoals de dj en bandleider in het dagelijks leven heet, het graag ziet. „Ik geef niets om identiteit of achtergrond, het gaat erom of mensen goed of slecht zijn”.

Een gemengde etnische omgeving is deel van zijn familiegeschiedenis. Zijn grootouders van moederskant, Duitssprekende Joden, woonden voor de Tweede Wereldoorlog in Czernowitz, de hoofdstad van de toenmalige Boekovina. Gelegen waar het noorden van Roemenië en de uiterste zuidwestpunt van Oekraïne tegenwoordig aan elkaar grenzen, is deze regio een van de vele etnisch gemengde gebieden in Centraal- en Zuidoost-Europa. Roemenen, Oekraïners, Duitsers en Joden woonden er zij aan zij. Aan het begin van de Tweede Wereldoorlog werd het gebied eerst geannexeerd door de Sovjet-Unie en vervolgens ingenomen door Duitse en Roemeense legers, die de Joden naar concentratiekampen voerden.

Hantels grootouders wisten deze periode te overleven. „Ze hebben alles achter moeten laten.” Na de oorlog vluchtten ze met hun kinderen naar Oostenrijk. Vandaar wilden ze naar de Verenigde Staten, maar omdat ze daarvoor niet in de juiste bezettingszone zaten, belandden ze in Duitsland. „De herinnering aan Czernowitz, met zijn theater, zijn operahuis en zijn diversiteit aan bevolkingsgroepen hielden ze levend. Wanneer ik als kind bij hen op bezoek ging zat het huis altijd vol. Er werd Roemeens, Oekraïens en Jiddisch gesproken. Ik voelde me tegelijkertijd buitengesloten omdat ik de mensen niet begreep, maar ook opgenomen in de warme gastvrijheid. Anderzijds waren hun herinneringen aan de Boekovina doortrokken van tragedie en verlies. Ze hadden hun thuis en hun identiteit verloren, waren getraumatiseerd door hun ervaringen”.

„Ik wilde aanvankelijk voor grafisch vormgever studeren, in Parijs. Om die studie te bekostigen organiseerde ik feesten, waarvoor ik dj's uitnodigde. Die vond ik zo beperkt in hun smaak, dat ik het zelf maar ben gaan doen. Ik ben begonnen met achtsporen recorders bij een vriend thuis. Het is de eenvoudigste en goedkoopste manier om muziek te maken. Geld om een bandje te beginnen had ik niet, en ik had voor mezelf al helemaal geen muzikale carrière uitgestippeld.

„Wat ik deed sloeg aan in het triphopcircuit. Ik kreeg meer en meer uitnodigingen om te dj’en. Wat begonnen was als een manier om een studie te financieren werd veel interessanter dan de universiteit. De muziek had niets met de Boekovina te maken, het was elektronische dansmuziek, freestyle”.

De uitnodigingen om als dj op te treden brachten hem ook in Oost-Europa, en hij vatte het plan op om een bezoek te brengen aan Czernowitz, dat tegenwoordig in Oekraïne ligt. Het werd een grote teleurstelling, vertelt hij. „Het bleek dat er aan het begin van de 21-ste eeuw niets meer over was van de muziek, de rijkgeschakeerde cultuur. Alles door de stupiditeit van de politiek, van nationalistische denkbeelden”.

Hantel besefte dat de Boekovina zoals hij die van zijn grootouders had meegekregen niet meer in het echt bestond, maar dat hij die Boekovina misschien virtueel zou kunnen creëren: als continentaal Europese muziek, als een samenleving zonder grenzen. „Het ging er mij niet om muzikale archeologie te bedrijven uit sentimentele overwegingen: ik heb muziek van de beste groepen verzameld en als basis gebruikt voor mixes in clubavonden die ik organiseerde”.

In zijn geboortestad Frankfurt startte hij de Bucovina Club op. Hij voorzag nummers van groepen als Taraf de Haïdouks uit het zuiden van Roemenië en het Macedonische Koçani Orkestar van elektronische beats en dub-effecten. Met de cd Bucovina Club Vol. 2 uit 2005 wist hij zijn faam te vestigen, met muziek die een lappendeken van remixes is: „Ik ben niet geïnteresseerd in de Bukovina als gebied, maar als mythe van een open samenleving, een hybride mozaïek van cultuur. In mijn muziek vind je Byzantijnse, Griekse en Turkse invloeden naast invloeden uit het westen – de Oostenrijks-Hongaarse dubbelmonarchie en Italiaanse opera. Zo zit mijn ziel ook in elkaar. Maar tegelijkertijd was het een remedie tegen de eindeloze droefheid die ik met de Boekovina associeerde, het gevoel een slachtoffer te zijn van de geschiedenis. Ik wilde dat omdraaien, de culturele verscheidenheid vieren. Dat is zowel feestelijk als confronterend”.

Na twee Bucovina Club-cd's gooide hij het over een andere boeg. In 2007 verscheen Disko Partizani, waarop Hantel voor het eerst nadrukkelijk als componist, tekstdichter en zanger aanwezig was. „Het was een sprong in het diepe. Ik wilde niet nog een volgende Bucovina Club cd maken. Voor je het weet ben je aan nummer 27 toe. Ik wilde ook weg uit het Balkan Pop-getto. Breder kijken. Mijn eigen teksten schrijven. Musici uitnodigen om de nummers in de studio op te nemen en mee op toernee te gaan. Ik had het gevoel dat ik opnieuw aan het pionieren ging.

„Het succes van Disko Partizani heeft me verbaasd. In Turkije, Bulgarije en Griekenland haalde hij de Top 10. Het bewijst dat er een hele generatie is die genoeg heeft van muziek uit de Anglo-Amerikaanse sfeer. Met mijn nieuwste cd, Planet Paprika, ga ik verder op die weg. Het is een politiek statement over de betrekkelijke waarde van eenzijdige culturele identiteit, een provocatie van al die mensen die steeds weer anderen beoordelen op hun herkomst. Het steekt overal de kop op. Je had Haider in Oostenrijk, Le Pen in Frankrijk. Wilders in Nederland. In Duitsland, Hongarije en Roemenië zie je een groei van nationalistisch extremisme. In Turkije vraagt niemand waar ik vandaan kom en of ik wel het recht heb om deze muziek te maken. En eigenlijk is dit gewoon Duitse muziek. Dit is het nieuwe gezicht van Duitsland. Een Duitsland van verdraagzaamheid”.

Shantel en zijn Bucovina Club Orkestar toeren door Nederland: Utrecht (21/10), Tilburg (22/10), Amsterdam (23/10), Oss (24/10), Groningen (25 okt) en Den Haag (5/11).