Spelletjes 'painball' en hamburgers met mensenvlees

Margaret Atwood: Het jaar van de vloed. Vertaald door Lidwien Biekmann. Prometheus, 450 blz. € 22,50.

Margaret Atwood: Het jaar van de vloed. Vertaald door Lidwien Biekmann. Prometheus, 450 blz. € 22,50.

Ze wil pijn doen met wat ze schrijft. Om die reden heeft Margaret Atwood haar laatste boek Het jaar van de vloed aangeduid als ‘speculatieve fictie’. Want zou de Canadese schrijfster spreken van sciencefiction, dan wordt de angel gehaald uit haar roman, waarin ze een gitzwart toekomstbeeld schetst. Sciencefiction is in wezen een ongevaarlijk B-genre. Het spreekt tot de verbeelding, maar kan zonder gewetensnood opzij geschoven worden.

Atwood daarentegen wil voorbij het vrijblijvend gedachtenexperiment. De anti-utopie die ze beschrijft in haar roman Oryx en Crake (2003), en nu in het vervolgdeel Het jaar van de vloed, is in haar ogen een plausibel toekomstscenario, met daarin de opwarming van de aarde, kloontechnieken, de groeiende afstand tussen elite en onderklasse, de verwaarlozing van milieu en natuur, de teloorgang van morele kaders en de verspreiding van infectieziekten.

Haar beide romans spelen zich af in een onbepaalde toekomst, ergens aan de Noord-Amerikaanse kust waar inmiddels een semi-tropisch klimaat heerst. Door een virusuitbraak is nagenoeg de hele wereldbevolking gestorven. In de huizen van de steden rotten de lijken weg, terwijl de straten overgroeid raken door planten en bewoond worden door vreemdsoortige genetische modificaties van aloude varkens, honden en schapen. Een paar mensen zijn niet besmet. Twee van hen, de vrouwen Toby en Ren die tijdens de uitbraak geïsoleerd zaten, kijken terug. Beiden waren vóór de virologische zondvloed lid van de Hoveniers van de Heer. Deze ecologisch-religieuze sekte verheerlijkte gestorven milieuactivisten, legde tuinen aan op daken, zong psalmen ter ere van de natuur en pleegde geweldloos verzet. De Waterloze Vloed was de kern van hun evangelie. Als die ook daadwerkelijk komt verandert de roman in wezen van een dystopie in een zeer twijfelachtige utopie.

Net als het eerdere Oryx en Crake levert Atwoods laatste roman een andere leeservaring op dan zij getuige haar uitspraken in interviews, op het oog heeft. Weinig lezers zullen door de romans aangespoord worden zich in te zetten voor een betere wereld. Daarvoor zijn haar toekomstfantasieën te grotesk. Zo schrijft ze over een openluchtgevangenis met de naam Painball, waarin de grootste criminelen elkaar moeten beschieten met een soort bijtend zuur. Ook heeft ze het over fastfoodketen GeheimBurgers, die ook op straat gevonden lijken door de gehaktmolen haalt.

Atwood mag dan bekend staan als vakkundig stilist, hier hanteert ze een nadrukkelijk naïeve schrijfstijl. Die eenvoud kleeft ook de personages aan, die nauwelijks over een bespiegelend vermogen beschikken, maar vooral primaire reacties laten zien: ze rennen weg als er gevaar dreigt, zoeken voedsel wanneer ze honger hebben, en zijn verdrietig als iemand onaardig doet. Het jaar van de vloed bestaat uit bouwstenen die ontleend zijn aan B-genres als de thriller, de horror en de sciencefiction. Een interessante keuze, maar als de roman niet boven die subgenres uitstijgt, blijft er op z’n best een intrigerend literair curiosum over.