'Sorry Minister' zoekt lach op verkeerde plaatsen

Remakes van komedies kunnen leuk zijn, zelfs als je ze transplanteert van de ene naar de andere cultuur. De VPRO wilde al heel lang een politieke komedie maken op basis van de klassieker Yes Minister. Toen die vorig jaar eindelijk werd aangekondigd hoopte ik dat hij net zo grappig zou worden als het origineel, waarin de geslepen ambtenaar Sir Humphrey Appleby en zijn onzekere minister James Hacker de holle grootspraak van de politiek en de arrogante inertie van het ambtenarenapparaat onweerstaanbaar satirisch in beeld brachten.

Bemoedigend was dat een paar Britten toezicht kwam houden op de elfdelige bewerking van de oorspronkelijke scenario’s door Edwin de Vries en Peter de Baan. Het zou dus helemaal goed gaan komen.

Het begon maandag 7 september meteen met ergernis. Er moest blijkbaar een allochtoon in de Nederlandse versie, zodat de rol van de persoonlijk assistent over twee personen is verdeeld. Na het benoemingsfeestje van de nieuwe minister van Beheer en Beleid (Jeroen Spitzenberger) moet hij de flessen opruimen en zet stiekem de champagne aan zijn mond. Zodat de kijker weet dat hij een hypocriet is? De makers vinden die scène zo leuk dat hij iedere week in het voorfilmpje wordt herhaald. Een zinnige grap zit voor acteur Mohammed Azaay niet in het scenario.

De echte persoonlijk assistent (Peter Heerschop) is anders dan in de Britse versie geen ambtenaar met nog een spoor van goede wil. Daarom staat de minister nu alleen tegenover een blok ambtenaren, hoewel juist de aarzelende steun van de assistent zo veel komische mogelijkheden bood.

Ook de chemie tussen de minister en zijn belangrijkste tegenspeler klopt niet. Lies Visschedijk slaat als de genadeloze secretaris-generaal vanaf het begin een te schelle toon aan. Irritant is dat ze zich regelmatig direct tot de kijker richt met een opmerking of een malle blik die de minister zogenaamd niet ziet. Een komedietruc die op geen enkele manier past bij wat deze serie wil zijn.

Het stoort dat de relaties van de ambtenaren met hun minister openlijk respectloos zijn. Dat hij dat negeert, maakt hem ongeloofwaardig. De Britse minister compenseerde zijn zwakte met zelfoverschatting en politieke ambitie, maar die ontbreken in Spitzenbergers versie.

Zulke fouten in karakters en verhalen dwingen Sorry Minister de lach te zoeken op plekken waar een komedie over politieke machtsverhoudingen ver vandaan moet blijven: slapstick met luiers, struikelpartijtjes, koddige liefdeszaken en sm. Waar is de verbale brille, waar is de harde of omfloerste kritiek op het Haagse gedoe? Het is pijnlijk om te zien hoe een uitstekend gegeven wegzinkt in een zwabberende uitwerking.

Na drie weken organiseerde de VPRO een stemming over wel of niet een lachband onder Sorry Minister. Op de zender Humor TV24 was een aflevering met, en op Nederland 3 diezelfde aflevering zonder lach te zien. Van de 763 mensen die reageerden maakte het 54 niets uit en 158 vonden hulp bij het lachen fijn. De rest prefereerde stilte. Wellicht omdat er zo goed als niets te lachen valt. Sorry.