PSV en Stevens ruziën over geld en de schuldvraag

PSV en Stevens stonden gisteren tegenover elkaar voor de arbitragecommissie in Zeist. De club weigert de oud-trainer na kritische uitlatingen nog te betalen.

Jan Reker noemde Huub Stevens in november 2007 nog een ‘droomkandidaat’ als hoofdtrainer van PSV. Een kleine twee jaar later stonden de directeur en de coach gisteren voor de arbitragecommissie in Zeist lijnrecht tegenover elkaar. Stevens had de zaak aangespannen omdat de Eindhovense voetbalclub weigert zijn volledige afkoopsom te betalen. Het zou daarbij om enkele tonnen gaan. PSV had die betaling stopgezet omdat de oud-voetballer zich tegen de afspraken in negatief over de eredivisieclub zou hebben uitgelaten. De commissie zal onder het voorzitterschap van Mart Franken over ‘drie tot vier weken’ uitspraak doen.

Formeel draaide het gisteren om het gegeven of PSV nog geld is verschuldigd aan de trainer die op 28 januari gedesillusioneerd opstapte. Maar in de praktijk ruziën Reker en Stevens over de vraag wie verantwoordelijk is voor de mislukte samenwerking.

PSV heeft er in de ogen van Reker alles aan gedaan om de coach ‘maximaal te ondersteunen’. „Dat het met Stevens niet gelukt is, doet me nog steeds het pijn”, stelde de algemeen directeur. Kort daarvoor had Reker verklaard dat hij het onacceptabel vond dat Stevens na zijn vertrek in De Telegraaf en Voetbal International ‘de schuld op mijn bordje schoof’. „Na het vertrek van Stevens was het rustig, maar na die interviews kwamen er allerlei reacties los. Het is een wonder dat ik mijn baan bij PSV nog heb.”

Stevens, die aanvankelijk tot medio 2010 onder contract stond bij PSV, had naar eigen zeggen na een paar maanden noodgedwongen afscheid genomen. Eric Vilé, de raadsman van Stevens, probeerde aan de arbitragecommissie duidelijk te maken dat het management van PSV voor een groot deel schuld had aan het echec. Volgens Vilé was Stevens vastgelegd om in Eindhoven ‘de Zuid-Amerikaanse macht te doorbreken en een nieuwe Nederlands getinte ploeg op te bouwen’. „Stevens zou daarbij alles mogen bepalen”, aldus Vilé.

De raadsman van de huidige trainer van het Oostenrijkse Red Bull Salzburg somde vervolgens op wat er allemaal misging in Eindhoven. Zo had Stevens liever met Erwin Koeman als assistent willen werken dan met Dwight Lodeweges. Een analysesysteem werd hem onthouden. De club trad niet doortastend op toen de spelers Danko Lazovic en Carlos Salcido zich negatief uitlieten over Stevens. Daarnaast ondermijnde Reker het gezag van de coach door in deze krant bekend te maken dat Stevens in november vorig jaar na NEC-PSV (1-0) al had willen vertrekken.

Op 28 januari van dit jaar kwam Stevens tot de conclusie dat zijn positie onhoudbaar was geworden. Hoewel de coach zelf zijn ontslag indiende, spraken de partijen wel een ‘passende afkoopregeling’ af. In artikel 9 van die overeenkomst werd vastgelegd dat beide partijen zich niet negatief over elkaar zouden uitlaten. Toen Stevens in mei van dit jaar in twee interviews volgens Vilé ‘een opbouwende waarschuwing’ aan PSV gaf, zette Reker de betaling stop. De coach zou met zijn kritiek over onder meer een gebrek aan een topsportklimaat, de matige gesteldheid van het gras en het gebrek aan investeren in de jeugd over de schreef zijn gegaan.

Een poging van Franken om beide partijen nog tot een schikking te bewegen mislukte. Reker en Stevens willen een uitspraak in deze principekwestie. De directeur van PSV sloot niet uit dat het ooit weer goed komt tussen Stevens en hem. „We gaan eerder samen een biertje drinken, dan dat we met elkaar gaan vechten.” En Stevens? „Ik zeg niets meer. Dat lijkt me het verstandigst.”