Obama op cd

De inaugurele rede waarmee Barack Obama in januari het presidentschap aanvaardde, staat op een cd. Daarvan zijn er in Japan nu 400.000 verkocht. Er is ook een bloemlezing van zijn toespraken verschenen. Die doet het nog beter: tot nu toe een half miljoen. Obama is behalve president van de Verenigde Staten ook leraar Engels, dankzij zijn retorisch talent. Hij is gemakkelijk te verstaan, hij spreekt betrekkelijk langzaam en hij articuleert zorgvuldig. Door zijn woordkeus kunnen de lager opgeleiden hem goed volgen terwijl de hoger opgeleiden niet het gevoel krijgen dat hij zich zo simpel mogelijk tot de eenvoudigen van geest richt. En altijd is hij meeslepend. „Als je hem hoort spreken is het alsof je naar mooie muziek luistert”, zei een Japanse logopedist, geciteerd in de International Herald Tribune (12 oktober). In Japan maken de politici niet veel van hun toespraken, ze mompelen meer dan ze spreken, en dat doen ze dan het liefst op maximum snelheid. Obama leert de Japanners Engels en door zijn voordracht laat hij de Japanse collega’s horen hoe het moet.

Ik vroeg me af hoe het met Obama’s invloed bij ons is gesteld. Over de verbreiding van het Engels hebben we niet te klagen. Praktisch per dag ontwikkelt de moedertaal zich verder tot een aantal variaties van het steenkolenengels. In het zakenleven, de sport, de reclame, de blogosfeer, de wetenschap, het spraakgebruik, overal zie en hoor je hoe de modernste mens steeds meer Engelse woorden in zijn communicatie gooit. Er is nu een plan, las ik in een Nederlandse krant, om een speciale cursus kleuterengels te ontwerpen zodat ook de kleintjes goed meekunnen.

Nu nog de strijd aanbinden met het Engels is vechten tegen de bierkaai. De uitslag stond eigenlijk al vast toen we vierhonderd jaar geleden Nieuw Amsterdam aan de Britten verkochten. Daar zeuren we niet meer over. De vraag is nu, of we onze moedertaal moeten prijsgeven door onbewust, spelenderwijs het ene goede Nederlandse woord na het andere door een Engels te vervangen. In dat geval is het niet uitgesloten dat over een generatie hier een volk woont dat geen enkele taal nog goed spreekt. Het oorspronkelijke Nederlands is in de zich onophoudelijk vernieuwende communicatie verloren gegaan, en om Engels te spreken zoals Britten, Amerikanen en Canadezen het doen, moet je daar geboren en opgevoed zijn. Probeer eens een koeterwaals te ontwerpen zoals dat bij voortgezet beleid omstreeks 2030 in Nederland zal worden gesproken.

Het retorisch talent heeft zijn eigen verleiding. Zou het denkbaar zijn – ik zeg het heel bescheiden – dat Nederlandse politici zich door de prestaties van Obama laten inspireren, niet door meer Engelse woorden te gebruiken, maar door een poging te doen om in zuiver Nederlands hun redevoering zo meeslepend mogelijk af te steken? In de Tweede Kamer is nog altijd het Poldernederlands de voertaal. Dit betekent dat je over het algemeen je best doet je standpunt zo omzichtig mogelijk te formuleren om de coalitiepartners van nu of straks niet op hun tenen te trappen. Ik stel me nu een minister-president voor die in een magistrale rede een grote beslissing toelicht. Een oratorische topprestatie die meteen op een cd zou worden gezet, waarvan er dan binnen een week honderdduizend zouden worden verkocht. Zou dat niet een nationale opluchting zijn? En zou de toekomst van het Nederlands er dan niet veel beter uitzien?