Mijn en dijn op het net

Zal de burger ooit direct willen betalen voor de beelden en teksten die hij nu moeite- en kosteloos van internet ophaalt? Of blijft de afrekening via de omweg van heffingen op blanco cd’s, mp3-spelers en (nog altijd) fotokopieën in stand? De Tweede Kamer hield gisteren een hoorzitting over een kwestie waarin hij zelf voor een doorbraak pleit. Dat is bijzonder. Vooralsnog gijzelen de partijen elkaar. Niemand durft te bewegen. Ook in Brussel zit de kwestie muurvast: tussen Franse cultuur- en Angelsaksische handelspolitiek.

Een Kamercommissie onder leiding van Ada Gerkens (SP) doet nu een moedige keus. Schaf binnen drie jaar alle heffingen op apparaten en ‘informatiedragers’ af. Verbied en handhaaf streng het downloaden van illegale kopieën. Stimuleer de industrie om de markt op internet te ontwikkelen.

Deze aanpak verdient het om door het kabinet te worden overgenomen. Vooral de bevrijding van de industrie van heffingen zal de ontwikkeling van nieuwe technieken stimuleren. Philips verklaarde dat het de ontwikkeling van de iPod destijds niet doorzette wegens dreigende heffingen. De nieuwe generatie digitale internettelevisie met groot intern geheugen is ook bevroren uit vrees voor lukrake Europese heffingen. Als Nederland nu een duidelijke keus doet, kan dat de discussie in Europa op gang brengen.

Het probleem is immers enorm. Internet heeft de markt van auteurs en ‘cultuurkopers’ op z’n kop gezet. Het web heeft zich ontwikkeld tot distributiekanaal, productieatelier, proeftuin en prikbord voor iedere cultuurmaker, koopman en dominee ter wereld. De industrie schat dat bijna een kwart van de culturele inhoud van het web door de gebruikers zelf wordt gemaakt en (meestal) om niet ter beschikking wordt gesteld. Die enorme creatieve en economische kracht hinderen met heffingen op apparatuur die haar ontsluit, is het paard achter de wagen spannen.

Tegelijk mag intellectueel eigendom ook in het internettijdperk niet vogelvrij worden. Alleen de eigenaar of diens vertegenwoordiger mag erover beschikken. Dat geldt ook voor degene die zijn product ‘gratis’ op internet zet. Dat gebeurt meestal in de hoop op een toekomstige, maar nog onbekende opbrengst. De exploitatie geschiedt dan achteraf of parallel offline met andere ‘verdienmodellen'.

Auteursrecht blijft een onontbeerlijk instrument om cultuurmakers te beschermen tegen de internetconsument zonder normen en grenzen. Helaas wordt de bescherming van auteursrecht door de nieuwe mediaburger weggehoond.

De interneteconomie heeft zich ontwikkeld tot een gebied waar heling de norm is, het besef van eigendom verdampt en het recht van de maker achter de horizon verdwijnt. Het helpt daarbij niet dat wat er aan reguliere waar nu te koop is, relatief duur, beperkt en niet aantrekkelijk is. Inderdaad, de industrie heeft internet niet tijdig serieus genomen, ontwikkeld en zich aangepast. Maar dat mag geen argument zijn om de zaken nu maar op hun beloop te laten. En te wijken voor de piratensites en de delers van illegale bestanden.