Meisjes

Ik werd langzaam maar zeker jonger terwijl ik naar haar keek en luisterde. Het zweet brak me uit. Ik kreeg een rood hoofd terwijl ik me verplaatste in het meisje dat op het podium staat in Point Blank, een theatervoorstelling van Edit Kaldor. Ze is een jaar of achttien. Ze laat foto’s zien van mensen die ze zou willen zijn. Even later wijst ze een lege uitdrukking aan in het gezicht van dezelfde mensen. Haar ogen kijken met een mengeling van verwondering en paniek de zaal in.

Ik kwam het meisje opnieuw tegen in de korte verhandeling over humor van Multatuli, in de bloemlezing Barbertje moet hangen (Bert Bakker, 1974). Om te illustreren hoe moeilijk het is om een definitie van iets te geven, schrijft Multatuli: „Verbeeld u dat de maanbewoners die geen onderlyf hebben, geen benen en geen voeten – omdat er geen maanbewoners zijn – verbeeld u dat zo’n maanbewoner, die als gevolg van ’t gemis dier dingen – wellicht ook uit gebrek aan existentie – nooit een stoel gezien had, u vroeg: wat is bij u, aardlingen een stoel? Ik zou ’t hem niet kunnen uitleggen.”

Hoewel de schrijver nog niet aan zijn definitie van humor is toegekomen, heeft hij mij al doen schaterlachen. Humor is het weergeven van de Natuur, stelt Multatuli. „De Natuur zelve namelijk, is zeer humoristisch.”

Het meisje in Point Blank vertelt dat ze net de middelbare school heeft afgemaakt. Haar moeder en haar leraren gingen ervan uit dat ze meteen door zou gaan naar de universiteit. Voor haar was dat niet zo vanzelfsprekend. Ze zegt dat ze denkt niet genoeg te weten om een keuze voor een studie te maken. Ze vreest dat als ze links de straat uitgaat, ze iemand anders zal worden dan wanneer ze rechtsaf gaat.

Met een sterke zoomlens op haar camera brengt ze de Natuur in beeld. Ze heeft het gevoel zo in contact te komen met anderen, zonder dat zij van haar bestaan hoeven te weten. Het meisje stelt vragen waarmee ze kleine haakjes in de werkelijkheid slaat, in een poging houvast te vinden. Ze vraagt zich voortdurend af wat haar handelingen voor gevolg hebben, met keuzeverlamming als resultaat.

De honderden foto’s die ze heeft gemaakt, moet ze nog ordenen. Ze laat op een geprojecteerd computerbeeldscherm zien dat ze tientallen mapjes heeft om de foto’s in onder te brengen. Mappen met foto’s van vrouwen die alleen zitten te eten, vrouwen die met een partner aan tafel zitten, vrouwen die met een huisdier aan tafel aan de keukentafel zitten. In alle gezichten stelt het meisje leegte vast. Hilariteit in de zaal, bij het kijken naar een openhangende mond waar eten in wordt gepropt, een vrouw die uit de ijskast eet, een vrouw die op een terrasje tegenover haar slapende man onverstoorbaar koffie drinkt.

Ik heb ontzettend mijn best gedaan me ertegen te verzetten, maar er is een meisje van achttien in mij ontwaakt. Ze zeurt me aan het hoofd, tot ik lees wat Multatuli met meisjes doet.

Hij vraagt de lezer zich een lief en bevallig meisje van achttien jaar voor te stellen, en presenteert de Natuur als een logge machine, een enorme schaar die domweg staat te knippen. „Vat haar hals tussen duim en vinger van de linkerhand, gryp haar met uw rechterhand bij de enkels, houd haar horizontaal, strek ze vooruit, breng de taille die ge zo lief vond...”

Het meisje gaat doormidden.