Man zonder hart is bang

De excentrieke Guinese militaire leider Dadis deelde ooit benzine uit in het leger.

Hij ontpopte zich tot een machtswellusteling, maar zijn positie is niet zo sterk.

Zijn vader stond bekend als een twistzieke man die weigerde zich te onderwerpen aan de vakbondsdiscipline van zijn collega-taxichauffeurs. Een opvliegende kerel, koppig en agressief. Het verbaasde dan ook niemand dat zijn vrouw de benen nam en de jonge Moussa Dadis Camara – nu de juntaleider van Guinee – liet opgroeien bij ooms en tantes in het dichtbeboste oosten van het land.

Dadis werd heen en weer geschoven tussen familieleden tot hij naar de hoofdstad Conakry vertrok. Maar zijn vader is hij niet vergeten. Op het nachtkastje naast het tweepersoonsbed waarin hij zich vorige week door een Franse televisieploeg liet interviewen, staat een portretfoto van de taxichauffeur. „Het is dankzij hem dat ik ben wie ik ben”, zei Dadis. „Papa was een analfabeet, maar het was een eerlijke, bescheiden man.”

Dadis, de zelfbenoemde president van Guinee, lijkt op zijn vader. Niet op de ongeschoolde taxichauffeur met een hart van goud zoals hij zegt zich hem te herinneren, maar op de agressieve lomperik die de schrik was van zijn provinciestad. Zo verklaren sommige analisten waarom de 43-jarige Dadis zich in enkele maanden tijd heeft weten te ontpoppen tot een excentrieke machtswellusteling. Een megalomaan die live op televisie ministers en hoge ambtenaren koeioneert. Een man zonder hart. Toen militairen eind september op klaarlichte dag 157 mensen doodschoten tijdens een bijeenkomst van de oppositie zei president Dadis de dag daarna dat hij er ook niets aan kon doen. „Heel vervelend”, was zijn reactie.

Uit protest tegen de moordpartij, die in het buitenland leidde tot ongekend scherpe veroordelingen, hielden de Guineeërs op maandag en dinsdag een algemene staking.

Bijna niemand kende Dadis toen hij na het overlijden van president Lansana Conté in december vorig jaar aankondigde dat het leger tijdelijk de macht zou overnemen. Hij was als een arme sloeber in een hut geboren, zei hij in zijn eerste toespraak, en gaf daarom niets om geld of macht. Zijn belangrijkste prestatie was een militaire training in Duitsland waar hij in 2004 door Conté naartoe was gestuurd. Zijn taak in het leger was het uitdelen van benzine. Hij kwam niet helemaal uit het niets: vorig jaar wierp hij zich op als aanvoerder van een groep muitende soldaten die zich beklaagden over hun armzalige levensomstandigheden.

De juntaleider werd onthaald als een held en slaagde er de eerste maanden in de Guineeërs te overtuigen van zijn goede bedoelingen met ellenlange tirades tegen muitende soldaten en van corruptie verdachte notabelen. Nu ontvangt hij machtige mijnbouwmanagers, bankiers, Libanese zakenmannen en televisieploegen in de militaire kazerne waar hij audiëntie houdt. Een van zijn naaste adviseurs is zijn 20-jarige dochter, die net de middelbare school heeft afgemaakt. De manshoge zelfportretten die vanaf de muren van de wachtkamer op de bezoekers neerkijken, spreken boekdelen over zijn aspiraties. De macht is hem naar het hoofd gestegen, zegt de Guinese journalist Rachid N’Diaye. „Hij had natuurlijk nooit kunnen bedenken dat hij op een dag zomaar staatshoofd zou worden. Ondanks Dadis’ presidentiële ambities ontbreekt het hem aan ieder talent voor leiderschap.”

Op internetfora als guineenews.com schrijven Guineëers hun verontwaardiging over het wangedrag van de militairen van zich af. Intussen debatteren de oppositie, de vakbonden en de omvangrijke Guinese diaspora in het buitenland over de vraag hoe ze zich van de legerkapitein kunnen ontdoen. Als het waar is dat Dadis aanvoerder van de junta werd door strootjes uit een lege mayonaisepot te trekken, zoals het verhaal gaat, is zijn positie niet zo sterk als die lijkt. Dadis is bang voor een coup van binnenuit, zei hij onlangs. „En als ik moet vertrekken, wordt het nog veel erger.”

Een anonieme soldaat die aanwezig was in het stadion waar aanhangers van de oppositie meedogenloos werden omgebracht of verkracht, zei tegen de Franse radiozender RFI dat hij „doodsbang” is. „Er is geen enkele hiërarchie in het leger. Iedereen loopt bevelen uit te delen. Het is een puinhoop. Het lijkt meer op een bende milities. Als de internationale gemeenschap niet ingrijpt, gaat het helemaal mis met dit land.”