Kunst is niet voor brave Hendrikken

Wat filmregisseur Roman Polanski in 1977 ook moge hebben uitgespookt met een 13-jarig meisje – bij de wandaden van déze man valt iedere vorm van liederlijkheid in het niet. Honderden, misschien wel duizenden seksuele partners versleet hij in zijn leven – een keer in Venetië op één dag tweehonderd, schepte hij op. Zijn biseksualiteit was een publiek geheim, evenals zijn voorliefde voor anale seks – in een tijd waarin op homoseksualiteit en sodomie de doodstraf stond.

Zijn kortstondige, gruwelijke huwelijk was een bekend verhaal in de Londense betere kringen. Al in de eerste huwelijksnacht werd hij, na zijn verse echtgenote summier op de sofa te hebben geconsumeerd, door wrede waanzin bevangen, liep scheldend door het huis met pistolen en messen. Het eindigde ermee dat de echtgenote moest aanzien hoe zijn halfzuster, met wie hij al langer een incestueuze relatie had, eveneens haar intrek nam in de echtelijke woning.

Hij zorgde ervoor dat wanneer hij met de één seks had, de ander dat in haar kamer duidelijk kon horen. Hij maakte beide vrouwen zwanger en verkrachtte twee dagen na haar bevalling de echtgenote anaal, zwaaiend met de huwelijksakte. Lang hield het huwelijk geen stand, maar zijn liederlijk levenswandel ging door. Eén van de hoogtepunten: hij pakte, eenmaal ouder, een door hem verwekt buitenechtelijk kind af van de moeder maar liet het, toen hij verliefd was geraakt op een nieuwe, 16-jarige maîtresse, schielijk achter bij vreemden, waar het stierf.

Maar wordt hij nu veracht, veroordeeld, zijn werk geboycot – zoals sommigen bepleiten in het geval van Roman Polanski? Niets van dat al. Lord Byron (1788-1828) geldt niet alleen als een van de grootste dichters in de Engelse taal, maar is sinds jaar en dag ook voorwerp van vertedering. De Ierse schrijfster Edna O’Brien, wier werk toch bepaald niet als harteloos kan gelden, heeft zojuist een heel aardig boekje aan hem gewijd: Byron in Love. (Weidenfeld & Nicolson). O’Brien schrijft over Byron met grote empathie, en poogt zijn optreden te verklaren: „Hij bezag de liefde als een vijandige transactie, omdat liefde niet kan zonder de specerij van de afgunst. (..) Gevoel, geloofde hij, vormde het gehele rijk van vrouwen omdat vrouwen geen begrip hebben voor het komisch aspect van passie”.

Polanski mocht zich onlangs verheugen in warme solidariteitsbetuigingen van links en rechts, toen hij in verband met een oude zedenzaak werd gearresteerd aan de Zwitserse grens. Sommigen hebben toen verontwaardigd betoogd dat voor kunstenaars geen andere zedelijke of strafrechtelijke maatstaven horen te gelden dan voor normale stervelingen.

Dat is echter een schijndebat, omdat we het antwoord sinds lang kennen: natuurlijk gelden voor grote kunstenaars andere maatstaven, of we dat nu leuk vinden of niet. Lord Byrons nagedachtenis is het bewijs. Hoe recenseerde bijvoorbeeld de bekende Amerikaanse feministe Katha Pollitt op de website Slate O'Briens boek? Dat ze zo goed laat zien hoe Byron vrouwen de gelegenheid gaf te laten zien dat ze minstens even verzot zijn op seks als mannen, en die zin ook concreet tot uitdrukking te brengen. Kunst is geen zaak van brave Hendrikken – dus bij kunstenaars moet je het een en ander door de vingers zien.

Kunst & Moraal, over Polanski en Hoek van Holland. Zie p.12 e.v.