Kroes staat voor dilemma bij Opel

Eurocommissaris Kroes was streng bij steun aan Franse autofabrikanten, maar kan felle weerstand verwachten als ze die lijn ook bij Opel consequent doortrekt.

In januari hoorde eurocommissaris Neelie Kroes (Mededinging) dat de Franse regering Franse autofabrikanten financieel wilde steunen op voorwaarde dat er geen ontslagen in Frankrijk vielen. Zij verbood deze vorm van staatssteun op grond van de Europese regels van de interne markt: hier dreigde protectionisme. Als Renault of Peugeot fabrieken wilde sluiten vanwege de crisis, dan moest dat immers wel in Slowakije of andere EU-landen gebeuren. Het gevolg: Kroes kreeg ruzie met president Sarkozy. Maar hij haalde bakzeil. Dat had ze nodig: als ze streng was tegen Sarkozy, kon ze later streng zijn tegen de Duitse bondskanselier Merkel. Want iedereen wist dat er ellende aankwam bij Opel.

Datzelfde Opel stelt haar nu voor een ingewikkeld dilemma. Volgens geruchten staat het al dagen op het punt verkocht te worden. De deal in Duitsland is anders dan die in Frankrijk, en gecompliceerder omdat er diverse regeringen bij betrokken zijn. De principes die in het geding zijn, zijn echter dezelfde: de regels van de interne markt. Die stellen dat regeringen nationale bedrijven niet mogen voortrekken om buitenlandse bedrijven te benadelen.

General Motors wil 55 procent van Opel verkopen aan het Canadese Magna en zijn Russische partner Sberbank. Er waren andere gegadigden voor Opel, maar Merkel vond kennelijk dat Magna de beste garanties gaf voor zo min mogelijk ontslagen in Duitsland. Merkel verklaarde zich bereid om 4,5 miljard euro staatsgarantie te geven. Dit was kort voor de Duitse verkiezingen op 27 september.

Velen gingen ervan uit dat Merkel dit deed om de verkiezingen te winnen. Als Duitse Opel-werknemers zouden horen dat zíj hun banen had weten te behouden, zouden ze wellicht opgelucht op haar stemmen. Bij de Europese Commissie en onder mededingingsadvocaten die deze saga gefascineerd volgen vanwege de politiek-economische voorbeeldwerking, dacht iedereen dat Merkel na de verkiezingen zou inbinden.

Merkel won. Daags daarna herinnerde Kroes haar eraan dat ze nog altijd wachtte op informatie over de Opel-deal. Andere EU-landen waar Opel- of GM-fabrieken staan zoals België, Spanje en Groot-Brittannië, moesten weten waar ze aan toe waren. Als de Duitse werkgelegenheid was gegarandeerd, zouden de ontslagen dan elders vallen? De Britse en de Vlaamse premiers klaagden bij de Commissie dat het Britse Vauxhall en Opel in Antwerpen de pineut zouden worden. Maar Kroes heeft van Merkel nog altijd niet genoeg details ontvangen om te oordelen of de verkoop aan Magna aan de Europese staatssteunregels voldoet. Andere Europese fabrikanten met problemen klagen bij Kroes.

Tegelijkertijd zwijgen sommige regeringen die eerder in Brussel protesteerden nu ineens. Ze lijken te hebben bedacht dat ze beter eieren voor hun geld kunnen kiezen en óók geld in de Opel-pot kunnen stoppen om banen in eigen land te redden. De Financial Times schreef gisteren dat de Brit Peter Mandelson, ex-eurocommissaris en nu minister, zijn principes heeft ingeslikt en „meedoet aan deze koehandel” om Britse banen te redden. Vauxhall zou veilig zijn. Antwerpen ook. Alleen Spanje zou er niet uit zijn – vandaar dat de verkoop alsmaar niet rond komt. De fabriek in Zaragoza, een van de meest efficiënte Opelfabrieken, zou worden opgeofferd voor die in het Duitse Eisenach.

Het lijkt erop dat de regeringen in een race zijn beland. Wie het meest betaalt, schuift werkloosheid op de ander af. Dit is exact wat Kroes moet voorkomen: dat staatssteunbeslissingen op dit soort gronden worden genomen. „Als er een akkoord komt zonder dat de Commissie dat kan toetsen aan de staatssteunregels”, zegt haar woordvoerder, „is dat hun eigen risico.” Maar hoe meer regeringen meedoen met de deal, hoe meer weerstand Kroes oproept als ze streng is. En de toetsing van deze complexe materie kan maanden duren. Kunnen autofabrieken daarop wachten? Iedere dag wordt het dilemma groter en ingewikkelder. Vergeleken hierbij, zegt een advocaat, „was de ruzie met Sakozy kinderspel”.