Honger, misère, moord, doodslag en heibel

Mariëtte Wolfs studie Het geheim van De Telegraaf (Boom, €39,90) geeft volgens Jan Blokker vooral inzicht in de wakkere medemens die deze krant leest, en niet zozeer in de geschiedenis. Zie pagina 6

Wat is het geheim van De Telegraaf ?

Een zekere pater M. Stoks wist het al in 1913. De krant had zich ten doel gesteld, ‘de booze begeerlijkheid van haar lezend publiek te vleien en te prikkelen’. Dat was een ethisch oordeel – net zo ethisch als de motie van afkeuring die nota bene de Nederlandsche Journalistenkring tezelfdertijd aannam omdat De Telegraaf ‘de belangen van de Nederlandsche dagbladpers’ zou hebben geschaad. Steeds weer bezwaren van zedelijke aard.

Raar is dat eigenlijk. Ethiek is de discipline waarbinnen de mens niet zozeer wordt bestudeerd naar wat hij is, maar naar wat hij zou behoren te zijn. Dat staat op nogal gespannen voet met de journalistiek die het tot haar taak rekent zo waardevrij mogelijk te registreren wat er gebeurt, zonder meer. Honger en misère, moord en doodslag, heibel en corruptie, onrecht en onderdrukking dienen zich bij de journalist aan om gesignaleerd, niet om betreurd te worden. Nieuwsfeiten laten zich niet schikken naar zoiets als een ethisch imperatief. De brenger van die feiten handelt als zodanig onethisch, of preciezer uitgedrukt: a-ethisch.

Verklaart dat mede de onafgebroken populariteit waarin De Telegraaf zich heeft mogen verheugen? Dat zou best kunnen. Mariëtte Wolf, die van de week promoveerde op Het geheim van De Telegraaf, vertelt over een Londense correspondent van de krant, die in 1910 het horrorproces heeft gevolgd tegen een gruwelijke misdadiger. Helaas mag de pers niet bij zijn terechtstelling zijn, maar Wolf schrijft: ‘Gelukkig weet [de correspondent] zijn lezers nog wel te melden wie de beul is, dat hij een barbierswinkel drijft, en dat zijn zuster bij zijn afwezigheid de klanten knipt’. Dat waren de kleinigheden die de ‘booze begeerlijkheid’ steeds opnieuw in vuur en vlam konden zetten – en ze werden door Telegraaf-verslaggevers steeds weer gezocht en gevonden. Daar had je waarschijnlijk een bepaalde mentale instelling bij nodig, een harde huid, een zekere onaanraakbaarheid, een jongensgevoel: cet âge est sans pitié.

Telegraaf-journalisten zijn ook altijd dicht bij de jongensdroom gebleven: altijd voorop bij de brand, voet brutaal tussen de deur, de burgemeester mogen aanvallen, met een auto door het land scheuren. Misdaadverslaggever Wim van Geffen staat op bladzij 349 van het boek als een kind te stralen naast z’n Cadillac uit de jaren vijftig.

Omdat Wolf meer een chroniqueur is dan een analyticus roepen haar getrouwe verslagen van alles wat sinds 1893 in die krant heeft gestaan, het beeld op van onwankelbare continuïteit: altijd heeft De Telegraaf campagnes gevoerd, altijd zijn er affaires geweest, altijd zijn tegenstanders over een breed front van lezersbrief en columnist tot aan het nieuws en het hoofdartikel met morele verontwaardiging overladen, altijd sinds Pisuisse en Speenhoff is de showwereld omhelsd, en altijd hebben hoofdredacteuren uitgedragen wat Jaap Goedemans in 1949 zei toen de krant weer de straat op mocht na een verschijningsverbod van vier jaar: ‘Het Nederlandse volk snakt naar een vrije, onpartijdige krant, die ronduit zegt wat er geschiedt’.

Zelfs de actuele aanloop naar een eigen omroep lijkt trouwens sprekend op de vooroorlogse avances die eigenaar ‘Hak’ Holdert al in de jaren twintig naar Willem Vogt maakte om te komen tot iets wat De Telegravro had kunnen heten, zoals de politieke flirt met de machtige Colijn van de jaren dertig, model heeft kunnen staan voor de toenadering tot Haya van Someren en Hans Wiegel van de VVD in de dagen van Den Uyl. En over die grote rode vijand gesproken: daags nadat Oranje in 1974 de WK-finale tegen Duitsland had verloren bood De Telegraaf z’n rouwende abonnees een voorpaginakadertje aan onder de kop ‘Den Uyl: Duitse zege was verdiend’. Links grensde dus inderdaad aan landverraad.

Zorgde de oorlog voor een breuk in de continuïteit? Ja natuurlijk – maar daarmee is niet verklaard waarom het bezettingsgedrag De Telegraaf zo veel langer is nagedragen dan andere kranten die ‘legaal’ bleven ten koste van dezelfde soort verwijtbare concessies. Het kan ook niet alleen zijn veroorzaakt door de ‘overval’ die Holdert jr in oktober ’44 als provocerende SS’er tegen de krant van zijn vader ondernam. Zat achter het lange verschijningsverbod niet dezelfde ‘onjournalistieke’ ethiek als waarmee pater Stoks zijn booze begeerlijkheid had gelanceerd?

Boom, ingetogen uitgevershuis dat veel filosofen en psychologen laat vertalen, pakte uitbundig uit met een bont geïllustreerd boek (twee tekstkolommen per pagina) dat de vertelstijl van Mariëtte Wolf bijna iets vrolijks meegeeft. Persgeschiedenis is maatschappijgeschiedenis. Biedt Wolf ons dus extra inzicht in de samenleving van 1893 tot heden? Nauwelijks. Maar des te meer in de wakkere medemens die De Telegraaf leest.

Mariëtte Wolf: Het geheim van De Telegraaf. Geschiedenis van een krant. Boom, 565 blz. €39,90