Hoed u voor de 'politieke islam'

Daniel Goldhagen schreef over de Jodenvervolging en de rol van de kerk bij de Holocaust. Nu richt hij zich op genocide, waartoe steeds meer middelen kunnen worden ingezet, ook door arme leiders.

Daniel Jonah Goldhagen: Worse Than War: Genocide, Eliminationism and the Ongoing Assault on Humanity. PublicAffairs, 672 blz. € 20,–

Mediamagnaat Ted Turner, de oprichter van CNN, zei eens: ‘Als de techniek zou hebben bestaan, dan zouden we Eva Braun in de Donahue Show en Adolf Hitler in Meet the Press hebben gehad.’ En zo is het. Wij in het Westen behandelen genocideplegers – of hun echtgenotes – zelden als de vuige massamoordenaars die ze zijn. In plaats van ze uit te schakelen, staan we ze te woord alsof het legitieme politieke leiders zijn en we vergaderen met ze in bijvoorbeeld de Verenigde Naties. Genocides herkennen we ook lang niet altijd. Boutros-Ghali, voormalig secretaris-generaal van de VN, verklaarde na de genocide in Rwanda (1994) dat de internationale gemeenschap niet had ingegrepen, omdat niemand doorhad dat het genocide was. De Rwandese Hutu-extremisten gebruikten geen gaskamers. De Holocaust is ons ijkpunt. ‘Voor een echte genocide is een geavanceerde Europese machinerie nodig’, zei Boutros-Ghali. ‘We realiseerden ons niet dat het ook met alleen machetes kan.’

De Amerikaanse Holocaust-onderzoeker Daniel Goldhagen denkt dat Boutros- Ghali loog. Natuurlijk wist hij dat het genocide was, in Rwanda. Maar hij wist ook dat genocide voor de internationale gemeenschap nooit een reden is om in te grijpen. Nooit geweest ook en dat maakt het voor de daders extra verleidelijk om plannen in daden om te zetten. Goldhagen brengt de uitspraak van Hitler in herinnering aan de vooravond van zijn aanval op Polen, over de internationale reactie die hij verwachtte: ‘Wie spreekt er nu nog over de vernietiging van de Armeniërs?’

Ongestoord en schijnbaar ontspannen implementeren de daders hun vernietigingsbeleid. Hitler (20 miljoen doden), Stalin (8 miljoen), Mao Zedong (40 miljoen), of Pol Pot (2 miljoen): ze doodden niet in één snelle aanval, maar tijdens het grootste deel van hun machtsperiode. Ze wisten dat niemand zou komen om ze te stoppen, zegt Goldhagen.

Zijn eigen vader overleefde de Holocaust in een Oekraïens getto. Voordat Daniel Goldhagen (1959) fulltime schrijver en spreker werd, in 2003, was hij 20 jaar lang verbonden aan Harvard, eerst als student (hij promoveerde op een studie naar de Holocaust), later als professor aan de faculteit voor Government and Social Studies. In 1997 publiceerde hij de internationale bestseller Hitler’s Willing Executioners (vertaald als Hitlers gewillige beulen), waarin hij korte metten maakte met het ‘Wir haben es nicht gewusst’ van ‘gewone Duitsers’. Ze wisten wel van de Holocaust, had Goldhagen ontdekt. Bezield door een eeuwenoude Duitse antisemitische cultuur, die ook gewone Duitsers tot de slotsom had gebracht dat Joden behoorden te sterven, hadden ze massaal geholpen de Holocaust uit te voeren.

In 2002 verscheen van Goldhagen A Moral Reckoning (vertaald als Morele afrekening), over de rol van de katholieke kerk in de Holocaust. Voor Worse Than War, het onlangs verschenen derde deel van wat zijn levenswerk genoemd mag worden, reisde hij onder meer naar Rwanda, Guatemala, Cambodja, Kenia en de voormalige Sovjet-Unie, om archieven uit te pluizen en daders, overlevenden, politieke leiders en maatschappelijke organisaties te ondervragen.

Hij rekent uit dat in ons tijdperk, vanaf het begin van de 20ste eeuw, ten minste twee, misschien drie keer zoveel mensen om het leven kwamen door uitroeiingscampagnes (127-175 miljoen doden), dan door oorlogen (‘slechts’ 61 miljoen doden). Genocide is veel erger dan oorlog, stelt Goldhagen. En wat we ons (ook) onvoldoende realiseren, is dat genocide een politieke daad en niet een spontane uitbarsting in een oorlog is. Genocide is altijd onderdeel van een beleid, waarin een repertoire van functioneel gelijkwaardige maatregelen de daders ter beschikking staat. Uitsluiting en verdrijven van volken en groepen zijn twee van de bekendste, uithongering is er een waar we misschien minder snel aan denken bij ‘genocide’. In onze tijd alleen al zijn hongersnoden gebruikt, of op z’n minst toegelaten, door de Sovjets, de Duitsers, de communistische Chinezen, de Britten in Kenia, de Hausa (tegen de Ibo in Biafra in 1969-1970), de Rode Khmer, communistisch Noord-Korea, Ethiopiërs (in Eritrea), Zimbabwe (tegen opstandige volksdelen) en in Soedan. De meeste hongersnoden in de moderne geschiedenis hadden voorkomen kunnen worden met voedselvoorraden die beschikbaar waren, maar die politieke leiders verkozen niet te distribueren.

Goldhagen wijst in zijn boek nadrukkelijk de ‘politieke islam’ aan als de gevaarlijkste politieke beweging van onze tijd. Om beter te begrijpen waar we mee te maken hebben, pleit hij ervoor om termen zoals islamofascisme, militante islam, radicale islam en bijvoorbeeld islamitisch fundamentalisme niet meer te gebruiken. De benaming ‘politieke islam’ maakt duidelijk dat een politieke overtuiging en niet religie het werkelijke issue is. Hamas, Hezbollah, Al-Qaeda en leiders in bijvoorbeeld Iran, Afghanistan, Soedan en Somalië delen niet per se overtuigingen over de juiste interpretatie van de Koran, maar wel een ideologie over de noodzaak, ja, zelfs de heilige plicht, om de niet-islamitische ‘vijand’ politiek te overwinnen. In veel opzichten doet de politieke islam Goldhagen denken aan de internationale communistische beweging in zijn glorietijd. Ook de communisten vonden dat de – au fond corrupte – moderne wereld opnieuw gemodelleerd moest worden, al moesten daarvoor miljoenen mensenlevens vernietigd worden.

Het is voor leiders in de afgelopen honderd jaar steeds makkelijker geworden om mensen en samenlevingen te beïnvloeden en zelfs radicaal te transformeren. Staten zijn rijker en machtiger dan ooit. Leiders kunnen zich grote aantallen functionarissen veroorloven, die ze dankzij radio, televisie, telefoon, snelwegen, luchtvaart, computers, internet en satellieten tot in de kleinste uithoeken van het land kunnen controleren en aansturen. Zelfs arme leiders in verre woestijnen zien hun kansen: het is niet moeilijk meer om aan nucleaire, biologische en chemische wapens te komen.

De politieke islam is op dit moment de enige beweging met de ambitie om de politiek, maatschappij en cultuur van de rest van de wereld te herscheppen en die er rond voor uitkomt bereid te zijn om grote groepen vijanden te elimineren. Tel bij het ideaal de legioenen ijverige volgelingen op die enthousiast het vernietigingsprogramma willen uitvoeren en Goldhagen ontwaart een ‘klassieke formule’ die al vele malen in de geschiedenis die hij bestudeerde geleid heeft tot vernietiging van miljoenen mensenlevens.

Hoewel een groot deel van de Arabische wereld niet van de politieke Islam is, is ook een groot deel dat wel, schrijft hij. En de uitvoering van het plan is in gang. Westerlingen worden aangevallen, door Al-Qaeda, maar vooral Arabieren zijn het slachtoffer. Miljoenen Arabieren lijden en sterven door moordzucht en repressie in landen waar de politieke islam overheerst.

Van alle sterfgevallen in ons tijdperk was 2 tot 4 procent slachtoffer van een genocide, rekende Goldhagen uit. Tel daarbij de vele tientallen miljoenen mensen op die een genocide overleefden, maar door eliminatiepolitiek alles en iedereen verloren en die voor generaties getekend achterbleven, zoals Armeniërs, Kroaten, Letten, Tsjechen, Oost-Timorezen, Roma en Tutsi’s. Pas dan realiseren we ons hoe diep relevant het verschijnsel voor geschiedenis en toekomst van de mensheid is. Genocide is voor geen van ons een ver-van-mijn-bedshow, schrijft Goldhagen.

Het boek, zwaar van inhoud, eindigt op verrassend opgewekte toon. Volgens Goldhagen is het helemaal niet moeilijk om aan genocides een einde te maken. We hoeven alleen maar de keuze te maken. Als we genocide niet langer definiëren als misdrijf tegen één volk of groep, maar als een aanval op de mensheid in z’n geheel. Als iemand vindt dat een bepaalde groep mensen het niet verdient om te leven, of te midden van anderen te leven, dan verklaart hij in feite de oorlog aan ons allemaal. Hoe kunnen we immers zeker weten dat de daders zullen stoppen na eliminatie van die ene groep?

De Duitsers, Japanners en Sovjets stopten niet, de Serviërs trokken moordend van gebied naar gebied, de Rwandese Hutu’s zetten de eliminatie van Tutsi’s voort in Congo, Hamas propageert de export van het martelaarschap naar alle landen ter wereld. Met hun oorlogsverklaring aan één groep zijn daders in feite vijanden van de mensheid en zo bezien hebben wij allen, solo of in een militair bondgenootschap, het recht ze te verslaan. Een woest plan van de schrijver? Nee. De constructie bestaat al in het internationale recht. Piraten bijvoorbeeld vallen onder de Hostis Humani Generis, een juridische doctrine die bepaalt dat piraten in permanente staat van oorlog verkeren met alle landen ter wereld.

We moeten ons niet laten afschrikken door ingewikkelde analyses en de schijnbare enormiteit en complexiteit van het probleem, adviseert Goldhagen zijn lezers, in het verrassend luchtige einde van zijn boek. Als we daders uitschakelen en dat een ‘humanitair bombardement’ noemen, zoals we in het geval van Kosovo al deden, dan doet geen kip daar verder moeilijk over. Integendeel: de wereld zou blij en trots zijn en de interventie een belangrijke positieve stap naar een betere wereld noemen.

De VN heffen we gewoon op als het aan Goldhagen ligt, want van de 193 lidstaten worden er 104 geleid door niet-democratische leiders die het optreden tegen collega-dictatoren alleen maar traineren. Er is uiteindelijk maar één leider nodig die het morele voortouw neemt, de VS of de EU liggen voor de hand, en die met ingrijpen begint. Die ene zou álles veranderen en het model voor de toekomst worden.

‘Wie spreekt er nu nog over de vernietiging van de Armeniërs?’ – zie pagina 7