Hij was geen man van goeiendag en de groeten

Franca Treur: Dorsvloer vol confetti. Prometheus. 222 blz. € 17,95

De boer in Nederland leidt een zieltogend bestaan. Onlangs moest hij weer eens de straat op om hogere literprijzen te eisen voor zijn melk – die al jaren onder de kostprijs wordt verkocht.

De boer heeft het zwaar, maar de boerderij leeft als nooit tevoren, zo lijkt het. Het televisieprogramma Boer zoekt vrouw trekt een miljoenenpubliek en krijgt hoge waarderingscijfers. Gerbrand Bakker trok een paar jaar geleden veel lezers met zijn Noord-Hollandse plattelandsroman Boven is het stil.

En nu is er Franca Treur, die ons in Dorsvloer vol confetti, haar eerste roman, een blik gunt in het reilen en zeilen van een Zeeuwse boerenfamilie. De geschiedenis speelt zich af in de jaren tachtig. Het is de tijd van landbouwminister Braks, de melkquota en de superheffing. Het is de tijd van discotheek, houseparty en xtc, maar ook, in gereformeerde kringen althans, van bijbellezing, mannenbroeders en zuinigheid met vlijt.

We maken kennis met de 12-jarige Katalijne, een leergierig en leesgraag meisje. Zij groeit op tussen zes broers. In het gezin Minderhoud wordt geen tv gekeken. De radio is er alleen voor de nieuwsberichten. Strandbezoek is ijdel vermaak en dus uit den boze. Er wordt melk gedronken en geen frisdrank. Zomaar een kraan laten stromen geldt als ‘een haveloos aanwensel’. Als uitkomt dat Katalijne met een van haar broers de kermis heeft bezocht in Goes, gaan ze bij vader over de knie.

Wat is dit voor een boek? Voorin staat vermeld dat elke gelijkenis met bestaande personen op toeval berust. Wel is Treur geboren en getogen in Zeeland. Moeten we er een indirecte afrekening in zien met het milieu van herkomst? Wordt hier een jeugdtrauma verwerkt? Zou kunnen, maar ik krijg niet de indruk.

Dorsvloer vol confetti is een montere streekroman, of eigenlijk meer een verzameling scènes van het Zeeuwse platteland. Met ontroerende accenten. Alledaagsheden over het reinigen van plavuizen of over washandjes voor boven en onder, worden afgewisseld met passages over zwarte zonden en genadetijd. Net als Maarten ’t Hart neemt Treur graag haar toevlucht tot vaste uitdrukkingen. Over een praatgrage dorpsgenoot wordt gezegd dat het geen man is ‘van goeiendag en de groeten’. Vooral oma Minderhoud grossiert in algemene wijsheden: ‘Je kunt nóg zoveel weten, maar als je het ene nodige er niet uit kunt halen, dan ben je nog een klinkende schel gelijk.’

‘De vader’ en ‘de moeder’ zoals de ouders van Katalijne consequent worden genoemd, zijn streng en kortaangebonden, maar ellendelingen zijn het ook weer niet. Vader maakt weleens een geintje en moeder ziet weleens iets door de vingers. En allebei reageren ze opmerkelijk lankmoedig op de zonde die een van de zoons begaat, waardoor hij op zijn zestiende moet trouwen. Het huwelijk, een van de verhalende hoogtepunten van deze boerderijsoap, wordt gevierd op de dorsvloer vol confetti.

Treur laat haar personages steeds schipperen tussen de Heere en hun liefhebberijen. Moeder verlustigt zich in haar bloementuin, vader verheugt zich op zijn flesjes bier en de broers houden hun handjes niet altijd boven de dekens. En zo verlustigt Katalijne zich, al even zondig, in haar fantasie. Zij mag niet liegen van God, maar haar behoefte om andere mensen met haar verhalen in vervoering te brengen, is vaak net iets sterker dan haar religieuze geweten. En zo laat Treur zien dat de geest zich nooit helemaal laat temmen, ook niet in de meest orthodoxe omstandigheden. Wat valt er verder nog op te merken over zo’n wijs en tegelijk ook vermakelijk boek? Als het niet zo blasfemisch klonk, zou je zeggen dat Gods zegen erop rust.