Hè bah, weer lobbyen

Ambtenaren uit de hele EU hebben zo hun eigen mening over de effecten van lobbyen.

Nederlanders doen liever ‘werkbezoeken’; lobbyen heeft nog een slechte naam.

Hoge ambtenaren en parlementsleden in Nederland zijn sceptischer over het nut en effect van lobbyen dan hun collega’s in andere Europese landen. Dat blijkt uit een peiling die het lobbykantoor Burson-Marsteller in Brussel en vijftien andere hoofdsteden in de Europese Unie heeft gehouden.

„Dit is een opmerkelijk resultaat en iets waar lobbyisten in Nederland goed in moeten duiken”, zegt Lawrie McLaren van Burson-Marsteller, die het rapport deze week in Brussel presenteerde.

Zo schalen de ondervraagde Nederlanders alle verschillende lobbygroepen beduidend lager in dan hun Europese collega’s. De industriële en handelslobby wordt gemiddeld in de EU als het effectiefst gezien – 6,55 op een schaal van 1 tot 10. In Nederland ligt dat cijfer het allerlaagst: 4,36.

Ngo’s (non-gouvernementele organisaties) en denktanks scoren in de EU gemiddeld 5,99 en 5,39 punten. In Nederland is die score lager, respectievelijk 3,46 en 3,00. Van de Nederlandse ondervraagden zegt 7 procent nooit met lobbyisten te praten. Van de andere Europeanen is dat maar 2 procent.

De meeste van de ruim 500 geïnterviewden in de hele EU zien ‘gebrek aan transparantie’ als het grootste probleem met lobbyisten, of ze nu voor bedrijven of pr-bureaus of ngo’s werken. In Den Haag wordt niet transparantie als grootste struikelblok gezien, maar het feit dat de lobbyist zich vaak „te vroeg of juist te laat in het besluitvormingsproces meldt”. Tweede probleem voor Nederlandse decision makers is dat ze lobbyisten „te agressief” vinden en slecht op de hoogte van het besluitvormingsproces. Gebrek aan transparantie komt pas op de derde plaats.

De Nederlandse eigenzinnigheid kan deels worden verklaard uit het feit dat alle landen hun eigenaardigheden hebben. Zo vindt 67 procent van de ondervraagde Hongaren en Italianen dat lobbyisten een „positief effect op democratische besluitvorming” hebben, terwijl maar 3 procent van de Polen die mening is toegedaan. Verder vinden Fransen het prima om ontbijtbesprekingen met lobbyisten te voeren of ’s avonds naar recepties te gaan, terwijl Finnen dat vervelend vinden.

Van de Europese ambtenaren en parlementariërs in Brussel, die een professionele, nuchtere kijk op lobbyen hebben, vindt maar 2 procent avondrecepties nuttig. Van werkbezoeken moeten ze ook weinig hebben. Nederlanders vinden die ‘werkbezoeken’ juist het prettigst – net als de Spanjaarden, met wie de Nederlanders verder niets delen.

Volgens Kees Boef van Burson-Marsteller is die voorkeur voor werkbezoeken typisch Nederlands. Hij werkt voor het kantoor in Den Haag en merkt dat lobbyen daar nog vaak als ‘slecht’ wordt gezien. „Nederlanders zeggen: ‘Lobbyen? Dat gebeurt bij ons niet.’ Toch stellen ze het op prijs als je komt. Neem ambtenaren of politici mee naar een lab van Philips en ze vinden het enorm nuttig. Alsof dat geen lobbyen is.” De Nederlandse ‘afwijkingen’ in de peiling zijn dus ook een kwestie van semantiek. Wat een Griek ‘lobbyen’ noemt, noemt een Nederlander anders.

Boef noemt het niet toevallig dat lobbykantoren, denktanks, ngo’s en andere categorieën lobbyisten zich in Nederland niet hoeven registreren. „Het is net als met fraude: dat bestond in Nederland ook nooit. Wij waren ‘netjes’. Wij hoefden geen mededingingsautoriteit, zoals andere landen. Toen kwam de bouwfraude. Nu hebben we de NMa. Als laatste in Europa, geloof ik.”

In andere landen worden lobbyisten vaak naar soort uitgesplitst, melden ze voor wie ze werken of hoeveel geld ze waaraan uitgeven. In Brussel, waar sinds vorig jaar een register bestaat, zijn veel lobbykantoren en industriële lobbyisten aangemeld, maar weigeren veel advocatenkantoren en denktanks zich te melden, wat tot heftige discussie leidt. Dat op zich al, zegt Boef, „haalt het beroep uit de schimmige hoek. Hoe meer je lobbyen bespreekt, hoe meer je het professionaliseert. Zo wordt voor iedereen duidelijk voor wie je werkt en wat je komt doen. Decision makers waarderen dat.”