Grootsteeds en cool

De band Blackout met in het midden vibrafonist Stefon Harris Foto Concord Concord

cd jazz

Stefon Harris & Blackout: Urbanus * * * *

Als het gaat om moderne jazzvibrafonisten is Stefon Harris de naam. Een jonge, opwindend spelende musicus en componist uit New Jersey die in eerste instantie een carrière voor ogen had als lid van het New York Philharmonisch Orkest, maar van gedachten veranderde toen hij Charlie Parker hoorde. Zijn jazzdebuut maakte de 36-jarige vibrafonist precies tien jaar terug op Blue Note met het album A Cloud of Red Dust.

Harris bleek een belofte voor de toekomst met zijn gepassioneerde, vrije expressievormen op vibrafoon. Zo keek hij op The Grand Unification Theory (2003) met een soort kinderlijke nieuwsgierigheid naar natuurkundige en filosofische thema’s, die hij verwerkte in zijn muziek. Hij schreef gevarieerde stukken die ook nog eens intelligent in elkaar staken; een fraai amalgaam van latin, klassiek en Afrikaanse ritmiek. Later liet hij horen ook niet vies te zijn van meer rustige, naar kamermuziek neigende verkenningen.

Met zijn band Blackout maakt hij schetsen in wat je new jazz, of nu-jazz zou kunnen noemen: het is toegankelijker en vetter materiaal. De jazz mengde op Evolution (2004) al luchtig en modern met funk, pop en hiphop. Op zijn nieuwe cd, Urbanus, klinkt een grootsteeds, cool en groovy soort jazz.

Blackout is een stoer, hecht en creatief ensemble dat traditie nooit uit het oog verliest. Harris formeerde de band vijf jaar terug. Iedereen arrangeert en levert eigentijdse composities in de hoop een snaar te raken bij de moderne jazzliefhebber. Dat levert mooie bandsynergie op. Het nadeel van deze democratische werkwijze manifesteert zich echter ook direct: te veel keuzes.

Zo krijgt saxofonist Casey Benjamin de ruimte voor het uitoefenen van een hobby met akelig retrotintje: hij brengt de vocoder in. Dachten we die met de beenwarmers in de jaren tachtig begraven te hebben, deze stemvervormer is herontdekt onder jazzcats. Het leidt hier tot wat wezenloze uitingen, zoals het vervormde They Won’t Go van Stevie Wonder.

Laten we het pauzestukjes noemen. Want het echte werk – ritmisch opzwepend, meezingmelodietjes met een randje, rijk gepeperde solo’s – zit daar tussenin. Terwijl Harris met zijn vibrafoon of marimba alle stukken harmonisch rijk invult, zoals in The Afterthought , is het genieten van het soepele baswerk van de New Yorkse bassist Ben Williams. Hij is een op grote schaal erkend talent; recentelijk won hij de prestigieuze Thelonious Monk-prijs. Met groot gemak legt Williams swingende baslijnen onder Harris’ onweerstaanbare vibes neer.