Geschiedschrijven in Uruzgan

Historicus Serge Blom vertrekt naar Uruzgan als dagboekschrijver voor de missie. Zo moet informatie behouden blijven. Hij zal het kamp niet verlaten. „Een patrouille is een momentopname.”

Toen de onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) hun rapport moesten schrijven over de val van de enclave bij Srebrenica (1995), stuitten ze op een chaos. Verslagen lagen verspreid op kazernes in Nederland, fotorolletjes met bewijsmateriaal waren verdwenen, rapporten onvindbaar. „Het was ongeordend”, zegt historicus Serge Blom (35). Het NIOD-rapport kwam daardoor later dan gepland.

Defensie had na de Tweede Wereldoorlog gebroken met de gewoonte dagboekschrijvers mee te sturen. Na Srebrenica werd dat besluit herzien. In 2003, toen Nederlandse militairen naar de Afghaanse hoofdstad Kabul werden uitgezonden, gingen er weer schrijvers mee. Hun taak was om alle relevante informatie te verzamelen, zodat in elk geval bij een tweede ‘Srebrenica’ de feiten beschikbaar waren.

Vanaf volgende week is Serge Blom, geen familie van oud-directeur Hans Blom van het NIOD, de dagboekschrijver voor de missie in Uruzgan. Als historicus in dienst van het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH), zal hij voor een periode van een maand een collega-dagboekschrijver aflossen die met verlof gaat. Het is zijn derde keer Afghanistan: in 2007 en 2008 was hij ook op Kamp Holland.

Blom zal vanaf volgende week alle relevante vergaderingen bijwonen, inlichtingenrapporten lezen, en patrouilleverslagen ordenen. Dat doet hij voor het nageslacht, zodat een toekomstige generatie historici – of een NIOD-onderzoeker – met een druk op de knop in zijn digitale dagboek kunnen zoeken.

Het dagboek dient eveneens als het „externe korte- en lange termijn geheugen van de commandant van de missie”, zegt Blom. „Zo kan de commandant terugzien hoe er in zijn staf tot een besluit is gekomen.”

Dit houdt mede verband met de frequentie waarop de staf wisselt. Ieder half jaar wordt die vernieuwd. Officieren dragen hun taken over aan een nieuwe ploeg, maar zodra ze in het vliegtuig naar Nederland stappen, vliegt ook een deel van het geheugen van de missie het gebied uit.

Met behulp van het dagboek blijft informatie behouden, en kunnen patronen worden herkend. Blom noemt een voorbeeld. Op 13 juli 2008 vond er een grote zelfmoordaanslag plaats op de bazaar in Deh Rawood. Vierentwintig Afghanen waren op slag dood. Een jaar eerder gebeurde precies hetzelfde. Toen werd pelotonscommandant Tom Krist (24) geraakt. Krist overleed later aan zijn verwondingen. „Dankzij het dagboek kon de staf meteen kijken of er misschien overeenkomsten waren.”

Tijdens het interview wordt Blom de vraag gesteld of er inderdaad sprake was van een verband. Het antwoord op die vraag („Over de inhoud kan ik niks zeggen. Dat is militair-geheim.”) is veelzeggend over de ruimte die Blom op dit moment krijgt als historicus om in het openbaar uitspraken over de missie te doen. Blom begeeft zich in een ingewikkeld politiek-militair krachtenveld, terwijl historici meestal operen in de luwte van vervlogen tijden.

Blom zal de informatie dan ook niet interpreteren, zoals historici meestal wel doen, maar de bronnen slechts ordenen. Het dagboek verdwijnt daarna in de kluis van het NIMH. „Ik verzamel de brondocumenten en berg ze op voor een later gebruik. Dat betekent niet dat ik de bronnen nu al analyseer. Analyseren is keuzes maken en is dus een subjectief proces, ingegeven door de vragen die nu leven over de missie. Misschien wordt er over tien jaar weer heel anders naar de Uruzganmissie gekeken. Iedere tijd stelt nieuwe vragen aan de bronnen.”

Bloms dagboek is een van de bronnen voor geschiedschrijving van de zwaarste missie sinds die in Korea (1950-1953). Maar toch zal het nog jaren duren voordat er met retroperspectief naar de missie kan worden gekeken. Veel is geheim: ieder patrouilleverslag is in principe niet openbaar. De algemene archiefregel binnen Defensie schrijft voor dat stukken die nu geheim zijn, pas over 25 jaar worden overgedragen naar het Nationaal Archief. En dan nog zijn er veel uitzonderingen: informatie mag de troepen niet in gevaar brengen, en andere NAVO-staten kunnen er voor zorgen dat documenten ook na 25 jaar geheim blijven.

Dat betekent dat een overzichtswerk over Uruzgan nog even op zich laat wachten. Een woordvoerder van Defensie benadrukt wel dat van de archiefregel kan worden afgeweken als een historicus of een journalist een verzoek indient om bepaalde stukken in te zien. Een veiligheidscommissie zal zich in eerste instantie buigen of er van de regel kan worden afgeweken. Uiteindelijk heeft de minister het laatste woord, al kan een onderzoeker ook via de rechter zijn gelijk krijgen.

Zijn dagboek ziet Blom als een „goede bron” om de missie later te reconstrueren. Toch zijn het vooral de beslissingen van officieren die het dagboek halen. Impressies van een patrouille tekent hij niet op.

Vindt hij niet jammer om als historicus op het kamp te blijven en niet mee te gaan met de manschappen? „Zo’n patrouille is een momentopname. Dat zouden we dan stelselmatig moeten aanpakken. Als je aan elk peloton in Uruzgan een historicus toevoegt, is het snel gedaan met de werkloosheid in mijn beroepsgroep.”

Meer achtergronden op nrc.nl/binnenland