Fricties groeien in Soedan

Het is nog altijd vrede tussen Noord- en Zuid-Soedan. Maar onderling groeit frictie en daarmee neemt ook de vrees voor een nieuwe oorlog toe.

Niet het conflict in Darfur is op dit moment de gevaarlijkste crisis in Soedan, maar de rafelende vrede tussen de regering in Khartoum en Zuid-Soedan. In Darfur, in het westen van Soedan, constateerde de internationale vredesmacht UNAMID de eerste zes maanden van dit jaar een daling van het aantal doden door geweld tot in totaal 540. In die periode vielen in het zuiden tegen de tweeduizend doden, hoofdzakelijk burgers die het slachtoffer werden van tribale milities. Dat is een scherpe stijging vergeleken met het voorgaande jaar. Internationaal groeit de vrees voor hervatting van de oorlog die van 1983 tot het alomvattende vredesakkoord (CPA) in 2005 een geschatte twee miljoen mensen het leven kostte.

Leiders van de zuidelijke rebellenorganisatie SPLM die nu in autonoom Zuid-Soedan aan de macht zijn, beschuldigen de noordelijke Nationale Congrespartij van president Bashir ervan het zuiden te destabiliseren om het afgesproken referendum (januari 2011) over mogelijke onafhankelijkheid van het gebied onmogelijk te maken. De Zuid-Soedanese president, Salva Kiir, zei begin deze maand dat het Soedanese regeringsleger tribale milities organiseert en die ertoe aanzet burgers te doden. Het SPLM zit conform het CPA samen met de Congrespartij in de regering van nationale eenheid in Khartoum.

West-Equatoria, in het uiterste zuiden van Zuid-Soedan, heeft geen last van deze tribale milities, maar wordt geterroriseerd door het uit Oeganda afkomstige Leger van de Heer (LRA) van Joseph Kony, aldus de gouverneur, Jemma Nunu Kumba. Zij was eind vorige maand in Den Haag op bezoek bij de hulporganisatie Cordaid. Het LRA heeft volgens Kumba sinds januari in West-Equatoria honderden mensen gedood en nog eens honderden ontvoerd; in het gebied zijn 80.000 mensen ontheemd geraakt. Het resultaat is, zei ze, dat de bevolking zich afkeert van het SPLM-bestuur voorafgaand aan de verkiezingen die in april 2010 in overeenstemming met het vredesakkoord moeten worden gehouden. „De mensen zien geen vredesdividend.”

Op een vraag naar Kony’s wapenleverancier gaf Kumba's metgezel, minister van Financiën, Charles Abdu Ngamunde Bilal, een indirect antwoord. Tijdens de oorlog in het zuiden, zei hij, bevond Kony zich in door de Soedanese regering beheerst gebied. Deze steunde hem tegen het SPLA, de gewapende arm van het SPLM, om de zuidelijke opstandelingen te verhinderen regeringsgarnizoenen aan te vallen. „De mensen”, voegde hij eraan toe, „denken nu terug aan die tijd.”

„De zuidelijke beschuldigingen zijn onzin!” zo reageerde vorige week de Soedanese onderminister van Cultuur en Sport, Amin Hassan Omar, die in Amsterdam was ter gelegenheid van het culturele festival ‘Sudan Anders’. Dr. Omar, begonnen als journalist, is tegelijk ook chef-onderhandelaar met rebellen uit Darfur in Doha (Qatar) en was lid van de onderhandelingsdelegatie die in 2005 vrede met het zuiden sloot.

„Niemand gelooft dat! Wij zullen nooit iemand helpen geweld te stimuleren in het zuiden, omdat dat niet beperkt zal blijven tot het zuiden”, zei hij. „We hebben schouder aan schouder [met het SPLA] gevochten tegen het LRA en we accepteren iedere waarnemer om te zien of wij hen helpen.”

„Om het zuiden te destabiliseren hebben we geen wapens nodig, dat kunnen we met politieke middelen doen. Maar we willen juist dat zij in het zuiden stabiliteit brengen, niet andersom. En waarom zouden we een vredesovereenkomst tekenen en die daarna onderuit halen? Dit is nonsens. Ze moeten weten dat we bereid zijn het te accepteren als een meerderheid in het zuiden democratisch kiest voor afscheiding. We hebben dat keer op keer herhaald. Niet wij praten over uitstel van het referendum, maar in de internationale gemeenschap gaan er stemmen op dat de situatie in het zuiden niet geschikt is voor een referendum over afscheiding.”

Hij erkende dat het Khartoum beter zou uitkomen als het zuiden deel blijft uitmaken van het land. „En we geloven dat dat voor hen ook het geval zou zijn. Maar we willen niet dat oorlog de prijs van eenheid is. We hebben genoeg oorlog gehad. We zien niets in eenheid die op de een of andere manier wordt opgelegd.”

Een ander ernstig probleem dat de verkiezingen – en daarmee het referendum – in de weg zit is volgens gouverneur Kumba het trage tempo van de voorbereidingen. „Er moet veel worden gedaan om de kiezers met het gecompliceerde kiessysteem vertrouwd te maken. Een heleboel mensen, ik ook, hebben nog nooit gestemd.” Het worden de eerste verkiezingen in Soedan in 23 jaar.

Belangrijker nog is volgens haar dat nog steeds de veiligheidswet op grond waarvan de veiligheidsdiensten op elk gewenst moment opponenten kunnen oppakken, nog niet is ingetrokken. „Er zijn nog maar vijf maanden tot de verkiezingen, dus dat is een zorg”, zei ze. Het SPLM eiste deze week dat een nieuwe veiligheidswet en tevens de referendumwet op zeer korte termijn worden ingediend.

„Ze zeggen dat soort dingen alleen maar om zichzelf te kunnen presenteren als pleitbezorgers voor democratie”, zo zei onderminister Omar. „De herziene veiligheidswet is al in het parlement ingediend”, verzekerde hij.

Volgens hem is de referendumwet wel nog een probleem. Het SPLM eist, zei hij, dat afscheiding een feit is als straks 50 procent plus 1 van de kiezers daarvoor stemt, zonder voorwaarden ten aanzien van de opkomst. „Wij hebben gezegd: dat accepteren we nooit, tenzij er voorwaarden worden ingebouwd voor de opkomst. We zullen niet accepteren dat van 7 miljoen mensen in het zuiden 2 miljoen zich registreren en 1 miljoen opkomt en maar 600.000 ja zeggen. We zeggen tegen hen: we zijn bereid als basis te accepteren wat internationaal geaccepteerde praktijk is. Je kan niet maar het hele land ontbinden met 50 plus 1.”

Zal de Congrespartij onafhankelijke waarnemers toelaten tot de verkiezingen? Omar: „Jazeker. We willen niet de ervaringen van Kenia en andere landen in Soedan herhaald zien. En als, ik zeg als, we verliezen zijn we bereid dat te accepteren. Maar ik ga ervan uit dat wij de belangrijkste politieke macht in de natie blijven.”