Fosfaatschaarste bedreigt voedselproductie

Moderne landbouw met zijn hoge opbrengsten bestaat dankzij kunstmest. Een essentiële grondstof daarvoor, fosfaat, raakt echter een keer op.

Menselijke uitwerpselen worden weer geld waard. Er komt namelijk een einde aan fosfaatkunstmest, de levensader van de moderne landbouw. De voorraden winbaar fosfaat, essentieel element van kunstmest, zijn in zeventig tot honderd jaar uitgeput als de huidige trend doorzet, aldus een voorzichtige schatting van onderzoeker Bert Smit van de Wageningse Universiteit. Dus moeten we veel zorgvuldiger omgaan met andere fosfaatbronnen als mest, botten en ander slacht- en plantaardig afval, en ook menselijke uitwerpselen.

„Er is geen alternatief voor fosfaat”, zegt Wouter van der Weijden, voorzitter van de Stuurgroep Technology Assessment van het ministerie van Landbouw die op basis van Wagenings onderzoek recent een advies aan minister Verburg heeft overhandigd. „Iedereen praat maar over het einde van de fossiele brandstoffen, maar daar zijn ongelimiteerde alternatieven voor, zoals zonne-energie”, vervolgt Van der Weijden, „terwijl er geen alternatieven zijn voor fosfaat. Twintig tot dertig miljoen ton fosfaat verdwijnt jaarlijks door erosie van landbouwgrond via rivieren naar de bodem van de oceaan. Dat is meer dan we jaarlijks uit mijnen opdelven en in kunstmest verwerken. We hebben geen methode om dat fosfaat uit de oceanen terug te winnen.”

Een tweede probleem is de locatie van de beschikbare voorraden. Twee landen, China en Marokko (Westelijke Sahara), bezitten tweederde van de mondiale voorraad winbaar fosfaat. „Een ‘fosforkartel’ zou met twee van zulke grote spelers veel effectiever zijn wat betreft het dicteren van prijzen dan de OPEC ooit op oliegebied is geweest”, zegt Van der Weijden. Europa mag denken dat het op eigen houtje genoeg voedsel produceert voor de eigen bevolking, het is sterk afhankelijk van een grondstof die het niet zelf heeft.

Tijdens de grondstoffenhausse van 2007 kreeg de wereld alvast een voorproefje van wat dat kan betekenen. China stelde exporttarieven en exportrestricties in voor een aantal essentiële grondstoffen zoals fosfaat. In een jaar tijd vertienvoudigde de prijs op de wereldmarkt bijna. China is zich zeer bewust van de geopolitieke betekenis van grondstoffen.

„Als de voorraden slecht worden beheerd zou dat tot conflicten kunnen leiden, ook gewapende”, zegt Michiel Keyzer, directeur van de Stichting Onderzoek Wereldvoedselvoorziening van de Vrije Universiteit in Amsterdam. In de visie van Keyzer is niet de vrije markt een probleem, maar de perverse rol die met name regeringen vaak op de vrije markt spelen, zoals de exportrestricties à la China.

„Goed beheer” wil in de visie van Keyzer zeggen dat moet worden voorkomen dat nogmaals restricties worden afgekondigd op de export van een essentiële grondstof als fosfaat. Niet doordat een EU-leger vast preventief de Westelijke Sahara bezet, maar door de Wereldhandelsorganisatie (WTO) de bevoegdheid te geven om onmiddellijk een einde te maken aan zulke beperkingen. Nu kan de WTO dat niet. Er loopt wel een procedure bij de WTO tegen China wegens de exportrestricties, maar een uitkomst daarvan is niet in zicht. Direct ingrijpen is onmogelijk voor de WTO.

Ook in een ‘eerlijke’ vrije markt zullen er problemen rijzen, meent Van der Weijden. Rijke landen zullen armere landen kunnen aftroeven om de hand te leggen op de voorraden. Kwetsbare landen of regio’s zijn, in de ogen van Van der Weijden en Smit, met name India, Zuidoost-Azië, Brazilië en Sub-Sahara Afrika, die een grote of sterk toenemende bevolking hebben. India gebruikt 15 procent van de mondiale fosfaatproductie en moet dat volledig importeren. „Kernpunt moet zijn”, schrijft het advies aan de minister hoopvol, „dat de veiligstelling van de eigen voedselvoorziening plaatsvindt in het besef dat fosfaat tot de global commons behoort en dat geen onnodige afwenteling naar andere landen plaats zal vinden.”

Op de lange termijn kunnen de consequenties groot zijn. „Zonder kunstmest leven geeft ernstige beperkingen”, zegt Bert Smit. „De hoge opbrengstniveaus van goede gronden zullen geleidelijk naar beneden gaan. Dus zullen we minder voedsel produceren en zal het duurder worden. De ongebreidelde groei van de wereldbevolking kan niet doorgaan.” Want kunstmest is een zeer belangrijke factor geweest in de groei van de wereldbevolking van 1 miljard in 1850 naar 6,7 miljard nu.

In de tussentijd liggen voor importafhankelijke landen als Nederland twee wegen open: vermindering van het gebruik en terugwinning uit afval. „Het terugwinnen van fosfaat creëert nieuw aanbod waardoor de afhankelijkheid van de twee grote leveranciers, China en Marokko, vermindert”, stelt Keyzer, en dus zal een evenwichtigere markt ontstaan.

Door precisielandbouw zou bovendien het verbruik kunnen worden beperkt. In de recente geschiedenis is fosfaat een bron van overlast: door ruim gebruik van kunstmest is er veel te veel in het oppervlaktewater terechtgekomen waardoor algen letterlijk ‘groeiden als kool’ en vissen ten onder gingen aan zuurstofgebrek. Maar dat zal als een uitzonderlijke periode de geschiedenis ingaan.

In een grijs verleden wonnen boeren meststoffen voor hun akkers op twee manieren: de mest van graasdieren als koeien en schapen die zich te goed deden aan gras en heide, en de uitwerpselen van de stedeling waarin vroeger levendig werd gehandeld, juist in verstedelijkte gebieden als Nederland en Vlaanderen. Terugwinning van alle fosfaat uit menselijke uitwerpselen wereldwijd nu zou alleen al 20 procent van de fosfaatbehoefte voor kunstmest dekken. In Nederland verdwijnt dat fosfaat nu als zuiveringsslib in bijvoorbeeld verbrandingsovens. Een nog grotere bron die niet wordt benut zijn de botten van slachtdieren. Vroeger werden die als zogeheten diermeel hergebruikt in veevoer of als meststof, maar wegens de gekkekoeienziekte is dat verboden.

Daarnaast meent de stuurgroep dat het komende fosfaattekort op de agenda van de internationale politiek moet komen. VN-organisaties als de Voedsel en landbouw Organisatie (FAO) bekommeren zich er nu niet om. Dit zou wel moeten „om een catastrofaal tekort te voorkomen”, aldus de Stuurgroep.

Rapport van de stuurgroep op nrc.nl/economie