Een zwakke omhelzing

Met beweging en tekst laat de voorstelling ‘Trust’ zien hoe mensen steeds meer worden opgejaagd door de moderne communicatiemiddelen. In Berlijn, waar ‘Trust’ vorige week in première ging, is de voorstelling een groot succes. Een gesprek met choreografe Anouk van Dijk en regisseur Falk Richter.

‘Falk heeft zijn rituelen, en ik de mijne”, zegt danseres en choreografe Anouk van Dijk (1965). Samen met de Duitse toneelregisseur en schrijver Falk Richter (1969) werkte zij twaalf weken aan Trust, een nieuwe voorstelling voor de Schaubühne am Lehniner Platz in Berlijn. Hoe langer ze bezig waren met het project, hoe meer voorstellen ze aan de ander durfden te doen; hij kwam met ideeën voor de dansers, zij voor de acteurs. De twee theatermakers, beiden veertigers, hebben een uitstekende verstandhouding, gebaseerd op vertrouwen.

Het thema van de voorstelling van Van Dijk en Richter had niet actueler kunnen zijn. ‘Vertrouwen’ is de laatste tijd een veelgebruikt woord en terwijl in Nederland de DSB op het randje van de afgrond balanceert, wordt tijdens de première van het stuk, zaterdag jongstleden, georeerd over de wijze waarop de huidige, graaigrage managerselite een effectievere bijdrage heeft geleverd aan de ineenstorting van het kapitalistische systeem dan de beruchte Rote Armee Fraktion. Die kon met aanslagen op warenhuizen en andere terreurdaden nog geen deuk in een pakje boter slaan, laat staan in het ‘unmenschliche Schweinesystem’ van de consumptiemaatschappij (al werd de sfeer in Duitsland er niet prettiger op).

De vergelijking komt uit de mond van acteur Stefan Stern, die tijdens zijn lange monoloog steeds woester en woedender begint te gebaren. Als de vier dansers, onder wie Van Dijk, zijn bewegingen schetsmatig beginnen te kopiëren en verder te ontwikkelen, voelt dat als een logische voortzetting van de tekst. Op andere momenten ‘leidt’ de dans en soms komt alles prachtig samen. Bijvoorbeeld als Judith (Judith Rosmair) haar partner Kay (Kay Bartholomäus Schulze) op de hoogte stelt van meervoudig, persoonlijk en financieel bedrog om er vervolgens, opgetild door twee dansers, vandoor te fladderen. Ze laat haar echtgenoot verbluft en murw achter – zoals de westerse mens verbijsterd heeft moeten constateren dat grote banken, ooit bastions van degelijkheid, hun het vel over de oren hebben gehaald.

Zo gaat het de hele voorstelling heen en weer tussen dans en toneel, beweging en tekst. Dat de wisselwerking nu goed uitpakt – Van Dijk en Richter werkten in 1999 al eens samen – heeft volgens Van Dijk vooral te maken met hun ruimere ervaring. Tien jaar geleden had zij in Amsterdam net haar eigen dansgezelschap anoukvandijkdc opgericht, waarmee zij sindsdien elk jaar zo’n twee voorstellingen maakte, waaronder bijvoorbeeld het internationaal succesvolle STAU (2004). Richter stond op het punt zijn eerste langlopende engagement binnen te halen, als huisregisseur bij het Schauspielhaus Zürich. In 2006 trad hij toe tot de onder leiding van Thomas Ostermeier, Jens Hillje en Sasha Waltz verjongde Berlijnse Schaubühne.

„Destijds was beweging in combinatie met tekst ons uitgangspunt”, herinnert Van Dijk zich. „We waren vooral aan het afbakenen: dansers moesten niet spreken, acteurs niet dansen. Ditmaal zijn we meer uitgegaan van de inhoud en gaan we wat makkelijker om met ons materiaal. Falk heeft er hele lappen tekst uitgegooid en ik heb zelf voorgesteld bij bepaalde scènes helemaal niets te doen met dans. Omdat het al gezegd was, of omdat het de tekst in de weg zat.”

De Nederlandse choreografe moet zondagmiddag nog bijkomen van het premièrefeestje, dat zich volgens goede Schaubühne-traditie in de herentoiletten heeft afgespeeld („Sta je daar te swingen tussen de pisbakken!”) De mededeling dat de eerste kritiek, op een Duitse website, zeer positief was, lijkt haar nauwelijks te interesseren. Veel blijer is ze met de enthousiaste reacties van het in Berlijn doorgaans afwachtende publiek. De directie van de Schaubühne, huis van klassiek en hedendaags teksttheater maar ook van experimentele cross-overs, is zeer te spreken over het project, en dat zal na het verschijnen van een reeks goede recensies niet zijn veranderd.

Twaalf weken heeft ze met Richter, vijf acteurs en drie dansers van haar gezelschap gewerkt aan Trust, waarbij de Schaubühne-acteurs les kregen van de dansers van Van Dijk. Zelf staat ze voor het eerst sinds jaren ook weer op de planken. Vooral voor de veertiger Schulze was de fysieke arbeid een louterende ervaring. Hij vertelde Nina Wollny, zijn danspartner in Trust, dat een van zijn relaties ooit stukliep op het feit dat hij nooit wilde dansen. „En kijk nou, ik dans een duet!”

Van Dijk schaart zich met haar werk bij de Berlijnse schouwburg in het rijtje Nederlandse theatermakers (Theu Boermans, Johan Simons, Ivo van Hove en anderen) dat de laatste jaren vaker door Duitse theaters wordt uitgenodigd. Ze vindt het belangrijk dat de Schaubühne, waar ook grootheden als Peter Stein en Robert Wilson producties maakten, haar in staat stelt kennis te maken met nieuwe Europese netwerken. Behalve in Nederland treedt anoukvandijkdc vooral op buiten Europa, vooral in Noord-Amerika en Zuidoost-Azië. Daarnaast wordt zij internationaal door gezelschappen en academies uitgenodigd als docente van de Countertechniek, de trainingsmethode die zij zelf ontwikkelde.

Ook Richter verwierf internationale bekendheid. Zo’n drie jaar geleden ontmoetten zij elkaar voor het eerst weer, na jaren van berichtjes via e-mail. Richter en Van Dijk vervolgden hun ideeënuitwisseling alsof ze elkaar de dag tevoren nog hadden gesproken en al snel ontstond de wens samen weer iets te doen. Hun levens vertonen dan ook veel raakpunten. Ze reizen kriskras over de wereld, houden via internet contact met hun naasten, duiken van het ene in het volgende project.

Al snel spraken ze over de energie van het hedendaagse leven, met zijn dwang om snel te reageren, voortdurend op de hoogte te blijven, niets te missen en jezelf te vermarkten op Facebook, Hyves en LinkedIn. Een hectisch bestaan dat zwaardere eisen stelt aan het individu, met op de achtergrond de financiële crisis. „Energie kun je op zoveel manieren vormgeven: de opbouw van spanning, het moment voor de grote klap, de ontlading, de kater. Bovendien is de link naar het lichaam snel gelegd. Terwijl ik aan het improviseren was, realiseerde Falk zich dat hij zijn lichaam eigenlijk helemaal niet voelt. Hij ervaart het als een ding waar hij aan vastgekleefd zit, terwijl de wereld voorbij raast. Dan heb je aan dans een prachtig instrument. Dans kan geweldig razen.”

Dat tekst geweldig kan tieren, is liefhebbers van het werk van Falk Richter bekend. Om diens visie op de tekortkomingen van de westerse maatschappij te ontdekken, heeft men geen lantaarntje nodig, bleek ondermeer in 2007 bij de Nederlandse voorstellingen van Electronic City waarvoor hij de tekst schreef. Voor Trust schreef Richter teksten die heel verschillend van sfeer en stijl zijn. Een paar uur voor de première legt hij tijdens een snelle maaltijd in een Berlijns restaurant uit wat hem tot die fragmentarische structuur bracht, ondertussen een aanhoudende stroom sms’jes en telefoontjes beantwoordend. „Ons uitgangspunt was dat het vertrouwen in ons financiële, politieke en economische systeem is verdwenen. In zo’n situatie is het logisch uit te zien naar nieuwe mogelijkheden. Daarom heb ik voor elke scène een andere benadering gekozen – heel klein, bijna zonder tekst en beweging, of juist grotesk, overdreven, surreëel. Wat mij daarbij interesseert”, vervolgt hij, na een blik op zijn piepende telefoon, „is de paradox: zonder vertrouwen in elkaar kunnen dansers niet werken. Hoe ziet dat eruit? Hoe ziet een relatie zonder vertrouwen eruit, hoe ziet een maatschappij zonder vertrouwen eruit?”

Niet erg aanlokkelijk. In Trust grijpen armen in het luchtledige, tonen lichamen onbewuste tics, zakken als ledenpoppen in elkaar en glijden krachteloos van stoelen. Dansers en acteurs vallen elkaar bij herhaling in de armen, maar de omhelzing is te zwak voor werkelijke steun. Treft iemand een paar sterke armen, dan volgt een gevecht om daaruit los te breken. We leven, kort samengevat, in een onherbergzame wereld vol wantrouwige, opgefokte gefrustreerden. Een actrice vertelt hoe zij als kind gefascineerd raakte door televisiedocumentaires over het opblazen van gebouwen. Net als de ingenieurs die precies weten waar zij hun dynamiet moeten plaatsen om een oude fabriek keurig te laten imploderen, wilde zij Sprengmeisterin worden. Niet van gebouwen, maar van financiële producten. Dat is haar wraak. De meeste mensen weten hun woede echter geen vorm te geven, meent Richter. Hij laat Stern als woede-coach optreden, maar in plaats van agressief geblaf over de gruwelen van het moderne bestaan, weten zijn pupillen alleen een voorzichtig ‘miauw’ te produceren – wat Stern in blinde drift doet ontsteken.

Waarom verzet niemand zich tegen die onmenselijke, niet-aflatende druk, vraagt Richter zich af. Het antwoord geeft hij zelf. „Laat ons alles maar houden zoals het is, het is te ingewikkeld om het allemaal te veranderen.” Woorden die van toepassing zijn op maatschappelijke, maar ook op persoonlijke verhoudingen. Oorzaak: angst. „Angst om je baan te verliezen, afgeserveerd te worden zonder dat je er zelf controle over hebt. Die onzekerheid leidt ertoe dat mensen bereid zijn zich meer en meer aan te passen en te laten opjagen.”

Hoe scherp hij dit ook ziet, toch is ook Richter onder de druk bezweken, met zijn website, Facebook-account en zijn mobieltje dat voortdurend zijn aandacht opeist. Het is vervelend, maar zonder die dingen begin je niets meer, vindt hij. Op de suggestie dat gebruik van die middelen toch ook een kwestie van kiezen is, klinkt het even grimmig als hartgrondig: „Good luck!”

‘Trust’, Schaubühne am Lehniner Platz, Berlijn, t/m 25 november. Volgend jaar te zien in Groningen (2-11-2010), Amsterdam (4-11-2010) en Rotterdam (6-11-2010). Inl: www.anoukvandijk.nl; www.falkrichter.com; www.schaubuehne.de