Een vrijpartij van woorden en zinnen

Elma van Haren: Flitsleemte. De Harmonie, 63 blz. € 14,50

In 1988 kreeg Elma van Haren de eerste Buddingh’-prijs voor haar debuutbundel De reis naar het welkom geheten. De jury was gecharmeerd door haar eigenzinnige beeldtaal, die ze verklaarde uit het feit dat de dichter ook kunstschilder was. In haar vierde bundel, Grondstewardess, scheen Elma van Haren die visie te onderschrijven. Ze presenteerde daarin een vel A4 als ‘hongerige vlakte, / waarop ik een aquarel met inkt en speeksel / streekpenseelstreel met mijn tong / omdat ik eerder spreekbeeld / dan aan beeldspraak doe’.

Vijf bundels later is dit impliciete credo nog altijd geldig, maar wel met de kanttekening dat Van Harens poëzie per bundel taliger is geworden. Haar spreekbeelden zijn steeds meer gestoeld op een, zoals ze het zelf in het slotvers van Flitsleemte formuleert, ‘vrijpartij’ van woorden en zinnen. Taalverbazing is meer dan eens het uitgangspunt voor een gedicht. Het tweeluik ‘Invuloefening van onrust’ is daar een voorbeeld van: ‘Wat zeg je van een uitzicht, als de bladeren gaan vallen? / Verdunt het of verdikt het zich?’ luiden de openingsregels van het tweede vers. En taliger nog vervolgt het met:

Het uitzetten van beren in de Pyreneeën

is de andere kant van het uitzetten

van asielzoekers.

De zin breekt door.

De griep breekt door.

De vijand, de acteur, de glimlach.

Welke kleur geef je al deze doorbrekens?

Idealiter leert een dichter door de dingen ‘andere’ woorden te geven zijn lezers opnieuw, want anders kijken. Elma van Haren gaat in Flitsleemte een stapje verder door de taal zelf middelpunt van het blikveld te maken, waardoor je gedwongen wordt intensiever en anders naar woordgebruik en syntaxis te kijken. Heel expliciet gebeurt dat in ‘Raban rabijst rabon!’ Vier coupletten lang stoeit Van Haren daarin met het blauw van onder meer hemel, ogen, tong, alg en boon. Dan gaan haar regels de taal bezemen, boenen, herbergen, bezigen, bedreigen en wassen. ‘Taal zal niet krimpen’, is de conclusie.

Zo’n passage is kenmerkend voor de aardse grondslag van Van Harens poëzie. Ze kan soms bevlogen, tot in het mystieke uithalen, maar blijft uiteindelijk toch een grondstewardess. Wanneer ze in ‘Sint-Antoniusvuur’ zonbestoven, ‘overgoten met een hemels saffraans licht’, probeert ‘onopvallend geschubd te zijn / in de ademende doos van de ruimte’, plaatst ze daarbij een nuchtere aantekening. Nederig, stelt ze, heeft ze haar vleugels afgelegd, ‘zoals bij boeren de schoenen buiten op de mat staan’.

Opvallend is dat er in deze bundel, als was het een NCRV-hoorspel uit de jaren vijftig, op het huiselijke af veel koffie wordt gedronken. Maar ook dan zijn de taal en de poëzie vaak het eigenlijke onderwerp. Dichters en dichteressen spelen soms ook zelf een rol, of zijn in motto’s aanwezig. Van Haren is daarbij gul in de reikwijdte van haar inspiratiebronnen: van de Tang-dichter Yao He (ca. 779-ca. 849) tot de blueszanger Skip James (1902-1969). De dichter van Flitsleemte zelf is weinig meer dan een schim. Vaak gaat ze schuil in ‘we’ of ‘je’, en als er al sprake is van een ‘ik’, dan zit die achter het mombakkes van exuberant listige formuleringen als ‘Even gedacht dat een lamp was gesprongen, maar het was / de schaduw van een gedachte, die vanuit de rechterooghoek / naar buiten kwam om het licht mee te nemen.’

Flitsleemte is misschien het best te typeren als een extravert-introverte bundel, met weidse taalexcursies, extatische woorden zoals ‘liktongslak’ en ‘wegrenatmosfeer’, en hemelbreed meanderende verzen. Maar ook voor ‘de flitsleemte tussen gedachten’, die volgens Elma van Haren ‘zoals de leegte tussen planeten botsingen voorkomt’. Ergens in die flitsleemte houdt de dichter zich schuil.

Leg je er maar bij neer!

Soms zit er nu eenmaal in een dichter gewoon

een totaal niet tegemoetkomende persoonlijkheid.

Gelukkig voor de poëzie,

want de persoon van de dichter

kan alles verpesten.

Buitenstaander en betrokkene tegelijk. In die paradoxale houding volhardt Elma van Haren, afgezien van haar poëzie voor kinderen, met verve nu al negen dichtbundels.