Een druppeltje te veel geluk

‘Een warme aardappel is een warm bed’ citeert Nobelprijs- winnares Herta Müller een slachtoffer van de Goelag in haar nieuwste boek ‘Atemschaukel’.

Gedicht no. 552 van Herta Müller, als eigen collage Uit Die blassen Herren mit den Mokkatassen

Herta Müller: Atemschaukel. Hanser Verlag, 300 blz. € 27,95.

‘Het kamp is een praktische wereld.” De man die dit zegt weet waar hij het over heeft. Leopold Auberg doet immers praktisch werk. Hij versleept kolen, hakt pek weg en duwt hete slakken de kolenberg op. De handelingen die hij moet verrichten luisteren nauw en de beloning is altijd hetzelfde: ‘1 schep = 1 gram brood.’

Aan een verrot hoogovencomplex geeft Leopold zijn energie. Hij moet wel, want hij is dwangarbeider, in de Oekraïense – lees Sovjet-Russische – Goelag. Herta Müller schrijft erover in haar roman Atemschaukel (‘Ademschommel’). En ze pakt haar thema praktisch aan. Ze gaat van de dingen uit. Van de kolen, de scheppen, de schoenen, de lepels, de stenen, de sneeuw. Die dingen komen tot leven. Ze treden op als spelers of tegenspelers en ze dragen emoties als angst, maar de angst verheft zich door hun lyrische kracht.

De intensiteit van Müllers taal is ook het Nobelprijscomité niet ontgaan. Met ‘de concentratie van de poëzie en de vrijheid van het proza schildert zij het landschap van de misdeelden’, liet het weten toen de Nobelprijs aan haar werd toegekend. Aan een slechts in kleine kring bekende schrijfster, grensgangster, marginale figuur.

Herta Müller schrijft in het Duits maar ze komt uit Roemenië. In Duitsland, waar ze nu woont, is ze een buitenstaander, in Roemenië was ze dat ook. Ze hoorde er bij de Duitstalige minderheid en ook daar hoorde zij niet echt bij, want nationalisme of folkloristisch regionalisme waren (en zijn) haar vreemd. Niet vreemd is haar de vervreemding die door ontheemding ontstaat. Müller, in 1953 in Nitzkydorf, Banaat, geboren, voelde thuis zowel de beklemming van de kleinburgerlijkheid als van de communistische dictatuur. In 1987 verliet ze Roemenië per tractor, met twee koffers op haar schoot. Ze vestigde zich in West-Berlijn.

Al in De vos was de jager, De mens is een grote fazant en Hartedier smolt Müller de dingen om tot vervreemdend-betoverende beelden. Maar in Atemschaukel, dat is genoemd naar de ademnood van een afgebeulde gevangene, gaan haar door extreme ervaringen gevoede visioenen nog verder, omdat een concentratiekamp alles van een dictatuur verhevigt: de ontberingen, de repressie, de terreur. Je kunt Müller, die zelf niet in de kampen zat, geen gebrek aan authenticiteit verwijten. Ze hoefde de Roemeense toestanden alleen maar uit te vergroten.

Daar komt bij dat haar eigen moeder een overlevende van de Goelag was. Ze sprak er zelden over. Deed ze het toch, die moeder, dan alleen in korte, steeds herhaalde zinnen. Zinnen als: ‘Een warme aardappel is een warm bed.’ Zulke zinnen duiken ook in Atemschaukel op. Ze bevatten, elk voor zich, vijf jaar kampwijsheid.

Müllers moeder was een van de 75.000 Roemeense Duitsers die na de inval van het Rode Leger naar de Goelag moesten, begin 1945. Alle mannen en vrouwen tussen de 17 en de 45 moesten dat, schrijft Müller in haar nawoord. Nog steeds zijn die kampen in Roemenië een taboe. Want Roemenië was in de oorlog fascistisch en de Duitse Roemenen waren het in nog sterkere mate. In elk geval vonden ze Hitler geweldig.

Maar Leo in Atemschaukel is nog maar een jongen als hij wordt opgepakt. Hij heeft de minimumleeftijd, hij is 17. En homo. Hij wil weg uit zijn kleine geboortestad, waar de ontdekking van zijn geheim een groot schandaal zou zijn: een verre reis komt hem niet ongelegen.

Herta Müller baseerde haar boek op gesprekken met overlevenden. Roemeense Duitsers uit de generatie net boven haar die de dwangarbeid hadden doorstaan. Zo ontmoette ze Oskar Pastior (1927-2006), die op Leo lijkt – en op Müller zelf. Na zijn terugkeer uit het kamp werd Pastior een experimentele dichter. Hij, Leo en Herta Müller: ze spelen alle drie als bezetenen met letters, klanken en betekenissen.

Leo klampt zich aan de woorden vast als aan een homp brood. Ze redden hem, maar daar moet hij wel iets voor doen. Zijn zelfbeschermingsstrategieën moeten recht tegen de dood ingaan. Ze moeten iets scheppen, iets nieuws. Of, zoals zijn auteur het eens in een lezing zei: ‘Als je nauwkeurig wilt zijn, moet je iets verzinnen. Want pas door de verzonnen verrassing kom je dicht bij de werkelijkheid.’

Elk woord van Herta Müller verrast. En menig woord blijft je bij. De ergste fase in het kamp noemt verteller Leo de Hautundknochenzeit. Het lot van een vrouw die door verdrinking uit haar lijden wordt verlost heet Eintropfenzuvielglück. Maar het is vooral de combinatie van woorden, de rare logica, die steeds weer overtuigt. Zo legt Leo haarfijn het verschil tussen ‘eet’- en ‘hongerwoorden’ uit. En net als je het snapt, vallen ze met elkaar samen. Alles draait uit op eten. Of het gebrek daaraan. ‘Hongerwoorden, dus eetwoorden, beheersen de gesprekken, en je blijft toch alleen. Ieder eet zijn woorden zelf. De anderen, die mee-eten, doen het ook voor zichzelf. De compassie met de honger van de anderen is nul, meehongeren gaat niet.’

Gemeenschappelijke kampervaringen, de honger, de kou, de ziektes, de uitputting, kunnen nauwelijks worden gedeeld. Vandaar dat er zo weinig dialogen in Atemschaukel staan. Vandaar dat de dingen een prominentere plaats innemen dan de mensen. Dat is redelijk schokkend. En dat is goed. We hebben schokken nodig. Literatuur, zei die andere poëet van de angst, Franz Kafka, moet een bijl zijn om de bevroren zee in ons open te hakken. Toegegeven, het beeld van de bijl past niet precies bij het proza in Atemschaukel. Müllers dwangarbeiders hanteren immers geen bijlen maar scheppen, want Schaufel rijmt op Schaukel, zoals schoffel op schommel.

Maar bijl of geen bijl, het effect is dit: we stellen ons open voor verschrikkingen. Die door Müllers meesterschap gepaard gaan met genot.

De vertaling van ‘Atemschaukel’ verschijnt in januari bij uitgeverij De Geus. Daar kwam ook het andere hierboven genoemde werk van Herta Müller in vertaling uit.