Econcern sneeft door bevlogenheid

Econcern, boegbeeld in Nederland van duurzame energie en lieveling van beleggers, is bankroet. Hoe kon dat gebeuren? Eerste deel van een reconstructie.

Niemand kan op vrijdag 12 september 2008 bevroeden wat het bedrijf Econcern uit Utrecht te wachten staat. Hoe zou het ook? Het bedrijf in duurzame energie groeit explosief en vestigt zich in het ene na het andere land. In opperbeste stemming komen bijna alle 1.400 werknemers op die dag bij elkaar in het Westin Dragonara Resort, een luxe vijfsterrenhotel in Malta. Topman Ad van Wijk houdt er een bevlogen toespraak.

Over de onstuimige groei van zijn bedrijf en hoe het de komende jaren verder zal uitgroeien tot een internationaal icoon van windenergie, zonne-energie, van zuinige kassen en kantoorgebouwen, van biobrandstoffen en elektrische auto’s. Iedereen hangt aan zijn lippen. De werknemers, bijna allemaal twintigers en dertigers, verkeren in een roes. „We hadden het gevoel dat we de wereld zouden gaan veroveren”, zegt een van hen terugkijkend. Zover zal het nooit komen.

Al snel na de bijeenkomst in Malta raakt Econcern in financiële moeilijkheden. Bestuursleden en commissarissen werken nog aan een reddingsplan, maar het komt niet meer goed. Eind mei 2009 vraagt het bestuur uitstel van betaling aan. Op 12 juni volgt het faillissement. Het Nederlandse boegbeeld van duurzame energie is gesneuveld.

Hoe kon dat gebeuren? Uit gesprekken met betrokkenen blijkt dat het verhaal van Econcern lijkt op dat van vele andere bedrijven in de nog jonge, grillige sector. Zelf hebben ze geen geld om grote projecten, zoals de aanleg van wind- of zonneparken, te financieren. Ze zijn dus afhankelijk van geldschieters. Maar na het uitbreken van de kredietcrisis zijn banken amper meer bereid geld te lenen. Of bestaande leningen te herfinancieren. Dat brengt menig bedrijf in moeilijkheden. Maar bij Econcern speelt er meer.

Het is ook het verhaal van een topman die een visie najaagt en door alle prijzen die hij daarvoor krijgt de werkelijkheid uit het oog verliest. En het verhaal van aandeelhouders en banken die Econcern te lang zijn gang laten gaan, omdat ze allemaal te zeer willen geloven in het succes van het bedrijf. Ook is er nog een rol voor een bestuurslid van Econcern dat eigen ondernemingen probeert op te zetten, en daarmee direct concurreert met het bedrijf waarvoor hij werkt.

Als Ad van Wijk in 1983 afstudeert als natuurkundige aan de Universiteit van Utrecht weet hij één ding zeker: hij wil de energievoorziening van de wereld duurzamer maken. Weg van olie, aardgas en kolen. Een jaar later, in 1984, zet Van Wijk het adviesbureau Ecofys op, samen met vijf studiegenoten. Ze vieren het bij een van hen thuis in de Kerkstraat in Utrecht met een biertje. Bij hoge uitzondering steken ze een sigaar op. „Onze maatschappelijke betrokkenheid was erg groot”, zegt medeoprichter Kornelis Blok. „We wilden iets betekenen voor gewone mensen.”

Hun eerste klant is een graandroger uit Heeswijk-Dinther, die geld op zijn gasrekening wil besparen. Ecofys weet die rekening te halveren met een simpele oplossing. „We hingen drie zwart geverfde planken op in de graansilo voor een betere warmtegeleiding”, zegt Blok.

Toch blijft het voor Ecofys jarenlang sappelen. De olieprijzen zijn laag, het klimaatprobleem staat nog niet op de politieke agenda, en gevestigde partijen zoals woningcorporaties en energiebedrijven, pakken de vaak baanbrekende concepten van het Utrechtse bedrijf niet op. „Die wereld was aartsconservatief”, zegt Frans Saris, oud-directeur van het Energieonderzoek Centrum Nederland, die in september 2008 commissaris werd bij Econcern.

Ad van Wijk leert dat hij veel moet duwen en trekken om zaken gedaan te krijgen. En dat hij de uitvoering van zijn ideeën zelf ter hand moet nemen, want als hij het aan anderen overlaat gebeurt er niks. Adviesbureau Ecofys wordt ook uitvoerder. In Amersfoort plaatst het zonnepanelen, in Apeldoorn zonneboilers. Mijlpaal is het woningproject in de wijk Galecop, in Nieuwegein. Daar bouwt het bedrijf samen met het Wereldnatuurfonds 77 uitzonderlijk energiezuinige huizen.

Het bedrijf begint ook strategische beleidsadviezen te schrijven voor de overheid en de Europese Commissie. „De mensen van Ecofys zijn op een gegeven moment kind aan huis in Den Haag en Brussel”, zegt Saris. Het bedrijf krijgt een goede internationale reputatie. Het wordt geroemd om zijn grote kennis, zijn slimme praktische ideeën en zijn gedreven mensen.

In 2000 verandert de structuur van het bedrijf. De holding Econcern wordt opgericht. „Ad van Wijk geeft hiervoor de stoot”, zegt Blok. Onder de holding hangen vier dochterbedrijven, onder andere de adviestak Ecofys, waarvan Blok directeur wordt. „Daarna wordt alles commerciëler”, zegt Blok. Dat merkt ook Jan Coelingh, die in 1998 bij Ecofys komt werken en later voorzitter van de ondernemingsraad wordt. De meeste werknemers kwamen tot die tijd met de trein en de vouwfiets, zegt Coelingh. Ze waren casual gekleed. Maar vanaf 2000 verschijnen er meer stropdassen en BMW’s. „Er komen meer fortuinzoekers”, zegt Coelingh.

Duurzame energie krijgt de wind in de zeilen. In 2002 bekrachtigt de Europese Unie het Kyoto-verdrag, dat de uitstoot van broeikasgassen moet verminderen. Er komen overheidssubsidies. Econcern profiteert ervan. De olieprijzen beginnen aan een onstuimige opmars.

Vervolg Econcern: pagina 14

Windturbines waren niet aan te slepen

Vervolg Econcern van pagina 13

De opdrachten voor het plaatsen van zonnepanelen, zonneboilers, windturbines worden talrijker en groter in omvang. Het bedrijf zit in Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Spanje, België. Er komen gestaag meer werknemers bij.

En Econcern komt op de radar van rijke investeerders die inzien dat de markt van duurzame energie lucratief begint te worden. Het bedrijf krijgt een injectie van 80 miljoen euro van conglomeraat SHV, dat eigendom is van de familie Fentener van Vlissingen, en van de investeringsmaatschappij Cofra, dat in handen is van de familie Brenninkmeijer. De toenmalige topman van SHV, Piet Klaver, zegt dat hij een groot geloof had in Econcern en in Ad van Wijk. „Het klikte tussen ons”, zegt de inmiddels gepensioneerde Klaver telefonisch vanuit Hippolytushoef . „Ad is een boerenzoon, ik ben boer. Dat praatte makkelijk.” Klaver noemt Van Wijk een bevlogen ondernemer, met een heilig geloof in duurzame energie.

De olieprijzen raken in galop, ook gas en grijze stroom worden almaar duurder. De verwachtingen in de sector over de groeikansen beginnen reusachtige proporties aan te nemen. De Nobelprijs voor de Vrede gaat in 2007 naar Al Gore en de klimaatorganisatie van de Verenigde Naties, het IPCC. Het broeikaseffect staat op alle mondiale agenda’s. Windturbines en zonnepanelen zijn niet aan te slepen. Er ontstaan tekorten in de markt. Zij raakt oververhit. Leveranciers krijgen een machtige positie.

Econcern sluit grote meerjarige contracten met hen om de aanvoer van turbines en panelen zeker te stellen. Met die contracten wordt het makkelijker om de financiering bij de banken los te krijgen. „Er is dan namelijk leveringszekerheid”, zegt oud-topman van ING Nederland Jan Zegering Hadders, die in september 2008 commissaris wordt bij Econcern. Hoe meer leveringscontracten, hoe zekerder banken zijn dat de projecten ook uitgevoerd worden en ze hun investeringen snel kunnen terugverdienen. Econcern weet veel van die afnamecontracten te sluiten, voor miljarden – maar als het ooit tegenzit zullen die verplichtingen ook een loden last worden.

In de oververhitte markt komt Econcern tot de conclusie dat het slim is om in de productieketen zelf vooraan te zitten, zodat het niet meer is uitgeleverd aan leveranciers die torenhoge prijzen kunnen bedingen. Het neemt een meerderheidsbelang in Darwind, een bedrijf in Den Helder dat een nieuw type windturbine voor op zee ontwikkelt. En Econcern besluit om samen met het Duitse bedrijf Solon een siliciumfabriek te bouwen in Frankrijk – silicium is de grondstof voor zonnecellen. Het zijn initiatieven die in de toekomst honderden miljoenen euro’s aan investeringen zullen vergen.

Daar blijft het niet bij. Econcern ziet ook kansen op andere markten. Het koopt een fabriek in Delfzijl die biomethanol wil gaan produceren, een brandstof die bij benzine gemengd kan worden waardoor er minder CO2-uitstoot is. Het richt Duracar op, een bedrijf dat elektrische bestelauto’s ontwikkelt. En er komt een nieuwe dochteronderneming, One Carbon, die in het buitenland duurzame projecten opzet en de daarmee verdiende emissierechten met winst probeert te verkopen.

Zoals Henry Ford een auto voor elke Amerikaan wilde, zo wil Van Wijk elke wereldburger aan duurzame energie helpen. De ambities zijn grenzeloos. Ad van Wijk is de verpersoonlijking daarvan.

Eind 2007 presenteert Econcern zijn plan voor de periode 2008-2012. Eén ding staat centraal: groei. Het bedrijf wil een wereldspeler worden. De omzet, die in 2007 nog 443 miljoen euro bedraagt, moet in 2012 zijn opgelopen naar 8 miljard euro. Omdat moeilijk te voorspellen is welke technologie gaat boomen, en in welk land de groei het snelst zal gaan, wil Econcern op zoveel mogelijk paarden wedden, en dat op zoveel mogelijk plekken.

De successen rijgen zich aaneen. Begin mei 2008 haalt Econcern 300 miljoen euro op: SHV, dat al aandeelhouder is, vergroot zijn belang naar 40 procent. Rabobank en Delta Lloyd stappen ook in en krijgen elk een belang van 5 procent. De omzet van Econcern is sinds 2005 omhooggeschoten. Het aantal werknemers heeft zich in drie jaar tijd verzevenvoudigd, tot 1.400. In 2007 en 2008 krijgt het bedrijf de ene prijs na de andere. Ad van Wijk wordt uitgeroepen tot ondernemer van het jaar, en hij komt steeds vaker in de schijnwerpers. „Ik dacht toen al: oei, oei, als dat maar goed gaat”, zegt Klaver, die dan geen topman meer is bij SHV maar commissaris. „Succes heeft een gevaarlijke kant. Je krijgt het gevoel dat je over water kunt lopen”, zegt hij.

De olieprijzen zijn intussen op hol geslagen. In de zomer van 2008 bereiken ze hun piek: 147 dollar per vat.

’s Avonds op vrijdag 12 september 2008 wordt er gezongen, gedanst, gezwommen. Iedereen is gekleed in het wit. Er gaat gejuich op als Ad van Wijk achter de piano kruipt en samen met de huisband The Sustainables het liedje Saturday Night van Herman Brood opvoert. „Het leek wel een droom”, zegt Vincent van den Brekel, de directeur van Darwind.

De groene droom zal uit elkaar spatten. Het geluk begint zich tegen Econcern te keren. Het zal tot een dramatische ontknoping leiden. En tot de ondergang.

Eerste deel van een tweedelige reconstructie over opkomst en neergang van het bedrijf in duurzame energie Econcern.