DNB geeft bank in overlevingsstrijd maar één kans

DSB Bank vecht voor haar toekomst. Zij had al weken dringend behoefte aan geld om een spaardersoproer het hoofd te bieden. Welke rol speelt het noodkrediet van De Nederlandsche Bank?

Als een bank in problemen komt, heeft zij één voordeel boven ‘gewone’ bedrijven. Een bank heeft een laatste vriend: De Nederlandsche Bank. Maar die kan ook de lastigste tegenstander blijken te zijn.

De afgelopen weken was De Nederlandsche Bank een van de weinige, wellicht zelfs de laatste geldschieter die nog vertrouwen had in de DSB Bank.

Spaarders van DSB namen tussen donderdag 1 en maandag 12 oktober ruim 670 miljoen euro op. De overboekingen moeten deels betaald zijn met geld van de Europese Centrale Bank en De Nederlandsche Bank. Hoe werkt dat?

In de uitbraak van de kredietcrisis vorig jaar droogde de markt voor kortlopende onderlinge bankfinanciering op. De centrale banken namen dat over. Maar om dat geld te krijgen moeten banken voldoende onderpand geven als zekerheid dat het bedrag wordt terugbetaald. Centrale banken willen op kredieten aan banken geen verliezen lijden.

DSB Bank-bestuurder Hans van Goor zei deze week in Nova dat DSB Bank voor 2,5 miljard euro aan onderpand aan de centrale banken had gegeven. In ruil daarvoor kon DSB 1,8 miljard euro geld opnemen.

Maar juist toen spaarders in reactie op een oproep van Pieter Lakeman (gedupeerdenstichting Hypotheekleed) hun geld bij DSB begonnen op te nemen, verlaagde De Nederlandsche Bank op 5 oktober de ruimte voor DSB om zelf geld op te nemen. De 1,8 miljard euro werd 1 miljard euro. Dat kan de centrale bank doen, bijvoorbeeld bij twijfel over de waarde van het onderpand. In dit geval waren de onderpanden leningen die DSB zelf had verstrekt. Daarover werd volop door gedupeerde klanten geklaagd. DSB erkende dat.

De verlaging van de kredietruimte zette DSB klem. Zij kon de onderpanden niet gebruiken om bij anderen nog extra leningen af te sluiten. DSB kwam in rap tempo onder grote druk te staan. De bodem van de kas kwam in zicht. De bank werd steeds meer afhankelijk van anderen en van de eisen die zij stelden in ruil voor laatste steun. Onder die partijen zijn De Nederlandsche Bank, het consortium van grote banken (Rabobank, ABN Amro, ING, Fortis en SNS) dat een ‘doorstart’ bekeek – maar afwees – en minister Bos van Financiën, die moest beslissen over staatssteun.

Vorige week vrijdag legde De Nederlandsche Bank 100 miljoen euro op tafel als noodkrediet, in afwachting van een structurele oplossing voor DSB Bank van het consortium. Voor De Nederlandsche bank is er een groot verschil tussen een geldmarktlening en zo’n noodkrediet. Het is de vraag of DSB dat verschil heeft opgemerkt. De 100 miljoen noodkrediet moest afgelopen woensdag zijn terugbetaald. Maar of dat ook is gebeurd is niet duidelijk.

Deze noodkredieten zijn de laatste strohalm voor probleembanken. De Britse hypotheekbank Northern Rock kreeg zo’n krediet toen spaarders in 2007 in rijen voor de deur stonden. De Belgische en Nederlandse centrale banken gaven Fortis ruim een jaar terug 50 miljard respectievelijk 7 miljard euro.

Toen Fortis op springen stond en acuut geld nodig had, deed de Belgische centrale bank precies het tegenovergestelde van wat nu bij DSB gebeurde. De Belgen gaven voor hetzelfde onderpand op een gegeven moment niet minder noodkrediet, maar juist meer.

Het noodkrediet en het lijstje met uitstromend spaargeld van De Nederlandsche Bank illustreren dat DSB Bank al enige tijd onder intensieve en uiteindelijk dagelijkse controle stond. Om de DSB-klanten gerust te stellen verzekerde de centrale bank het publiek op 1 oktober dat de bank financieel in orde is. Het persbericht van De Nederlandsche Bank lijkt in tegenspraak met een conclusie van president Nout Wellink na het bankroet van internetspaarbank Icesave vorig jaar. „We moeten meer vertellen dat toezicht geen garanties biedt.”

Vanaf Lakemans oproep tot een spaardersoproer spuit het geld de bank uit. De risico’s groeien alarmerend, voor DSB én voor De Nederlandsche Bank. Maar de centrale bank en het ministerie van Financiën ondernemen geen gecoördineerde bliksemmaatregelen om het publiek te overtuigen dat spaargeld tot een ton euro ab-so-luut veilig is en niet opgenomen hoeft te worden.

De vijf grote banken haken af vanwege de risico’s van rechtszaken van gedupeerde klanten. Uitstel van betaling is de laatste optie. Maar niet voor DSB Bank en eigenaar Dirk Scheringa. Zij staan nu tegenover De Nederlandsche Bank. Dat is de praktijk als banken en verzekeraars hun doodsstrijd voeren. Bij De Nederlandsche Bank heb je meestal één kans op een oplossing, daarna gaat het hard tegen hard.

Na het Icesave-debacle kreeg de centrale bank in een officieel onderzoeksrapport kritiek dat zij minder procedureel had kunnen optreden. Dat schoot Wellink in het verkeerde keelgat. Nee, de toezichthouder volgt alleen de regels, anders heerst willekeur.

Maar in de slotfase van onderhandelingen over het lot van een bank of verzekeraar in problemen gaat het niet zachtzinnig toe. In de doodsstrijd van een financiële instelling ervaren bestuurders het woord van De Nederlandsche Bank als een dictaat. Dat is de praktijk van onderhandelingen waarvan liever geen officiële notulen worden gemaakt.

De eerste mislukte reddingsactie van Fortis werd na enkele dagen omgezet in totale nationalisatie van ABN Amro en Fortis Nederland. Toen de kleine levensverzekeraar Robein Leven eind vorig jaar niet meer voldoende buffers had, drong DNB aan op een kapitaalinjectie. Toen dat niet lukte, verloor oprichter Reintjes de zeggenschap over het bedrijf en kwam de verzekeraar in handen van F. van Lanschot Bankiers. Zo vergaat het oprichter Scheringa van DSB Bank nu ook. De laatste vriend is je vijand geworden in een rommelig proces waarin je steeds meer van je bevoegdheden verliest.