De martelaar van Bos en Wellink

Ik lees nooit vonnissen, maar voor Dirk wou ik een uitzondering maken.

Twee keer had hij al gelijk gekregen. De eerste keer was zoals bekend vorige week toen Wouter Bos (wie anders?) naar kranten had gelekt, wat door Sweder baron van Wijnbergen (nazaat van mevrouw Multatuli) terstond een schande was genoemd, en nu wéér. Nout Wellink probeerde hem weliswaar kapot te maken, maar de hele rechterlijke macht stond als één toga achter hem. En nu ’s kijken wie de baas was in dit land.

Hij straalde bij z’n eigen hek in Wognum tussen de verslaggevers en de medewerkers die ook ineens weer hoop hadden gekregen. Dirk zou in vierentwintig uur gemakkelijk kunnen aantonen dat de vijf banken het vorige week alle vijf verkeerd hadden verstaan omdat Wellink en Bos hun woorden en cijfers natuurlijk expres hadden ingeslikt, zodat niemand kon horen dat DSB niet voor 26 miljoen maar voor 26 miljard solvabel was. AZ en al die realistische schilderijen niet eens meegerekend.

Geen sinecure trouwens, zo’n vonnis lezen. Maar aan het eind van de middag had ik met enige moeite tot me laten doordringen wat de bewindvoerders ter zitting in het midden hadden gebracht (die twee zouden volgens de voorzitter van Dirks OR van maandagmiddag tot en met woensdagavond op kantoor alleen maar uit hun boterhammentrommeltje hebben zitten eten), en dat DSB om enkele dagen, en niet om één zuinig etmaal respijt had gevraagd. Ik las nog eens dat Dirk vorig weekeinde als hij was uitgenodigd, zelf aan de vijf banken had kunnen uitleggen dat ‘de risico’s aanzienlijk te ernstig waren ingeschat’, en ik leerde ten slotte de conclusie uit m’n hoofd.

‘Nu de rechtbank alleen hier een mogelijke kans ziet voor de voortzetting van DSB als geheel’, stond er onder 3.16, ‘zal DSB hiertoe in de gelegenheid worden gesteld’.

Vierentwintig uur gelegenheid voor de allerlaatste kans! Ik vond het een krenterug, voor Dirk haast een wreed vonnis. Maar Dirk vond dat niet. Dirk keek ernaar, en zag staan, nee ik moet zeggen hij las onmiddellijk dat hij gered was. Die man heeft een soort blijheid over zich die je van beton moet noemen. Zoals hij z’n klanten ook altijd een tientje voorhield en tegen ze zei: ‘Kijk ’s, 100 euro!’

En langzamerhand zie je z’n imago ook kantelen. Vorige week gold hij nog als een enkelvoudige oplichter, met Hans van Goor als boefjesmaat, en Hans Nijpels als vriend voor het leven. Maar gisteren sla ik een veelgelezen ochtendblad op, en lees in de opening:

‘Voor Michael van der Velden (42), werkzaam bij DSB Bank in Wognum, is het duidelijk: Wouter Bos en Nout Wellink hebben de DSB Bank bewust om zeep geholpen door te lekken naar de pers. Zij staan achter de grootbanken. En de grootbanken komt het goed uit als wij omvallen, want wij waren een lastige bank, die het anders deed’.

Zo worden de emoties altijd gemobiliseerd. Boef? ‘Van der Velden erkent dat er een paar problemen waren. Maar daar hebben we oplossingen voor geboden’. Om te beginnen noem je de diefstal geen diefstal meer, maar ‘een paar problemen’, waarvoor trouwens al oplossingen zijn geboden. Dus wat zeuren jullie nou nog? Dirk! Dirk! Dirk! Zelfs klanten die zich tien koopsompolissen, een aanzienlijk consumentenkrediet en een hypotheek van vier ton op een huis van twee hebben laten aansmeren, krabben nadenkend achter hun oor, en vragen zich af of ze bij Dirk (die oplossingen biedt) uiteindelijk niet veel beter af zijn dan bij Wellink met z’n bekakte woorduitgangen en bij Wouter Bos van wie Maurice de Hond elke dag wetenschappelijk een zetel kan aftrekken?

Dirk! Dirk! Dirk!

Wat Balkenende al meteen wist: een Noord-Hollandse held.