De bank zonder perspectief

Dirk Scheringa heeft nog tot 12 uur vanmiddag om aan te tonen dat zijn DSB te redden is door een overname.

Maar hoe waarschijnlijk is dat scenario?

Als Dirk Scheringa vóór twaalf uur vanmiddag kan aantonen dat zijn DSB wel degelijk nog te redden is door een overname, dan hebben twee heren in Nederland een heel groot probleem: Wouter Bos en Nout Wellink.

De minister van Financiën (PvdA) en de president van De Nederlandsche Bank kwamen afgelopen zondag tot de conclusie dat DSB niet levensvatbaar meer is. Daarom werd de bank deze week op last van de toezichthouder gesloten, op weg naar een spoedige liquidatie. Mocht een bankroet worden afgewend dan komt dat louter op het conto van een rechter die Scheringa nog een laatste kans gaf.

Erg waarschijnlijk is dat scenario echter niet. Minister Bos en president Wellink zijn onmisbare partijen in een eventuele reddingsoperatie: zij moeten hun fiat geven. Waarom zouden zij plotseling wel mogelijkheden zien voor DSB?

DSB is een bank zonder perspectief, althans dat beeld schetste Wouter Bos gisteren in de Tweede Kamer. Afgelopen zondag had de bank nog 26 miljoen euro in kas maar konden klanten per direct 2,2 miljard euro opeisen. En dat de bank nog geld in kas had was bij de gratie van een noodkrediet van 100 miljoen euro van De Nederlandsche Bank (DNB). Die steun kwam alleen maar omdat vijf banken bestudeerden hoe zij DSB konden overnemen. De bank zelf was eigenlijk niet gezond genoeg om zulke steun van de toezichthouder te krijgen. „DNB kon vorige week vrijdag niet de bank failliet laten gaan als er zaterdag een oplossing door private banken kon worden gevonden”, vertelde Bos.

Toen Kamerleden gisteren de vergadering wilden schorsen omdat de rechter een tussenvonnis had gewezen over DSB, zei Bos dat dit niet nodig was. „Niet relevant”, zei de minister. Het Kamerdebat ging tenslotte om wat de minister en toezichthouder gedaan hadden en wat de financiële situatie bij DSB is. Die verandert niet door de uitspraak van de rechter.

Eerder deze maand konden ongeruste DSB-klanten niet bij hun geld komen, want de website was volgens Wognum door hackers aangevallen. Maar Bos zei nu dat aan dat verhaal wordt getwijfeld. De bank beweert dat het van Wellink geen akkoord mocht sluiten met Stichting Steunfonds Hypotheekproblemen over de afhandeling van probleemkredieten. De precedentwerking zou gevaarlijk zijn voor andere banken. Maar volgens Bos hadden de onderhandelaars de toezichthouder niet op de hoogte gesteld van hun akkoord. Financiën stuurde de partijen terug naar de toezichthouder: iedere afspraak over het te hulp schieten van klanten heeft tenslotte direct invloed op de financiële gezondheid van de bank. Daar moet het Frederiksplein dus vooraf mee instemmen.

Het wel of niet tekenen van een akkoord tussen DSB en de Stichting Steunfonds Hypotheekproblemen had volgens Bos sowieso niets uitgemaakt voor de problemen van de bank. „De Nederlandsche Bank heeft tegen DSB gezegd dat de bank in beide gevallen een solvabiliteitsprobleem zou hebben.”

Dat de bank uit Wognum zware financiële problemen kent, legde Bos gisteren overtuigend aan de Kamer uit. Maar meningen en verwachtingen van De Nederlandsche Bank zijn heel bepalend voor die situatie. Omdat de toezichthouder ging twijfelen aan de kwaliteit van DSB’s onderpand bij leningen van DNB – de omstreden hypotheken – besloot de toezichthouder dat DSB 800 miljoen euro minder mocht lenen van de centrale bank.

„Dat besluit was cruciaal”, erkende Bos gisteren. Dat bedrag is nog groter dan de dikke 660 miljoen euro die klanten de afgelopen weken bij de bank weghaalden. In die zin is er ook self fulfilling prophecy aan de orde. Door die vrees verslechterde de financiële situatie.

Vijf banken kwamen zaterdagnacht met een reddingsplan dat voor Bos onacceptabel was: een kapitaalinjectie van 300 miljoen euro waarvan de staat 120 miljoen euro moest betalen en waarbij de staat voor 5 miljard euro garant moest staan zonder dat daar onderpand tegenover stond. „Ik had u niet onder ogen durven komen met zo’n oplossing”, zei hij tegen de Kamer. „Dat zou ik ook niet hebben kunnen verantwoorden aan de belastingbetaler.”

Volgens Bos werd hem „een blanco cheque van 5 miljard” gevraagd terwijl „de toezichthouder tegelijk zei dat we te maken hadden met een bank die in essentie niet gezond was.”

Wouter Bos ontving Dirk Scheringa na het Kamerdebat op zijn departement aan de Haagse Korte Voorhout. „Ik wil niet dat mij het verwijt treft dat ik niet netjes ben omgegaan met de heer Scheringa”, legde hij na zijn onderhoud uit.