Collier en interventie

Dat de heer Collier, in het interview in de Boekenbijlage (‘Grijp in en zie niet om’, 09.10.09), het niet over ontwikkelingshulp wil hebben, kan ik me nog voorstellen. Lieden die jarenlang rond het gouden kalf meedansten, hebben doorgaans niet de neiging zich daarvoor later te verantwoorden. Maar het debat over de hulp ‘zo simplistisch’ noemen, terwijl hij het zelf juist - naar ik aanneem willens en wetens - versimpelt en uit de weg gaat, ligt me wat zwaarder op de maag.

Collier behoort tot de internationale kaste van economen, die elkaar, als academicus en als adviseur van de ene dan wel de andere machthebber voortdurend de loef proberen af te steken, over de hoofden heen van de mensen om wie het eigenlijk gaat. Of liever: zou moeten gaan. Want zeker in het geval van Collier wordt weinig moeite gedaan om te verhullen dat de mensen in Afrika een amorfe, onmondige en onmachtige massa zijn, dus een quantité négligeable.

Behalve wanneer ze voor ‘ons in het Westen’ een bedreiging vormen. Daar komt nog bij dat de econoom Collier zich opwerpt als een soort homo universalis, die ook van andere sociale wetenschappen en nog veel meer verstand heeft. Als zodanig trakteert hij zijn publiek op allerlei beschouwingen over bijvoorbeeld militaire interventie, die alleen al vanwege hun niet geëxpliciteerde technische aannames en subjectieve vooronderstellingen rammelen aan alle kanten.

Geen wonder dat het slechts een stap is van Collier naar de Hollandse jongens, die onlangs de goededoelenmarkt verrijkten met hun New Involvement Foundation en die sindsdien de boodschap verkopen ‘Save the people, shoot the leaders’.

Theo Ruyter,

auteur van ‘Requiem voor de hulp’