Botsing der planeten

Barack Obama had de Nobelprijs voor de vrede nog niet binnen of de Amerikanen bombardeerden de maan. Afgelopen dinsdag werden twee projectielen, zo groot als een bus en een Smart personenauto, op de zuidpool van de maan gekwakt. Er had een enorme stofwolk moeten ontstaan waarbij NASA hoopte waterijs te treffen, maar de projectielen zijn waarschijnlijk in een glooiend gebied binnen de krater terechtgekomen. ‘De maan zelf heeft volgens de onderzoekers weinig schade ondervonden van de menselijke agressie’, stond er in NRC Handelsblad.

Of dat waar is, valt nog maar te bezien. Ruim honderd jaar geleden gebeurde namelijk iets vergelijkbaars, zij het juist op onze planeet. H.G. Wells tekende in The War of the Worlds (1898) het ooggetuigenverslag op van een van de overlevenden. Wat aanvankelijk nog gezien werd als een meteorietinslag, bleek na enkele dagen een actie van een marsbewoner. Er volgden nog vele groene lichtstralen, en de ene na de andere marsbewoner kwam zich tegoed doen aan aardbewoners. Er was te weinig voedsel op de planeet Mars, en hoewel geheel anders gebouwd dan de aardse mens – namelijk zonder ingewanden en met een groot hoofd – leidde de zoektocht van de marsbewoners naar voedsel, en daarvoor bleek mensenbloed heel geschikt.

Waar water is, is voedsel, of kan voedsel ontstaan. En wanneer het op is, en er ook nog weinig land is waar wel genoeg voedsel is dat je kunt koloniseren, moet je je blik gaan verbreden. Die 70 procent verhoging van de voedselproductie binnen veertig jaar moet toch ergens vandaan komen.

Wells zag in 1898 al de oplossing: „De blikverbreding van de mens door dit alles kan nauwelijks worden overdreven. Voordat de cilinder neerviel was de algemeen heersende opvatting dat er in de hele diepte van de ruimte geen leven bestond buiten het bescheiden gebied van ons eigen onbeduidende hemellichaam. Nu kijken we verder. Als marsbewoners in staat zijn Venus te bereiken, dan is er geen reden om aan te nemen dat dit voor de mens onmogelijk zou zijn, en wanneer de langzame afkoeling van de zon deze aarde onbewoonbaar maakt, zoals uiteindelijk het geval zal zijn, kan het zijn dat de levensader die hier begonnen is, intussen verder is gestroomd en onze zusterplaneet in zijn greep heeft gekregen.”

Die marsbewoners van Wells legden het af tegen een bacterie. Op Mars was Darwin immers nog niet doorgedrongen, en een immuunsysteem voor de sterksten was dus niet ontwikkeld. Er bleef uiteindelijk geen marsbewoner meer er over, net zomin als van Engeland zelf. Ruïnes, door rood onkruid overwoekerd, waren de restanten van het avontuur.

Dat er onkruid gaat groeien op de maan ligt niet erg voor de hand. En de kans is eveneens klein dat die projectielen van afgelopen dinsdag aan bacteriën bezwijken – eentje heet niet voor niets ‘Reconaissance’. Dus misschien hebben we meer kans van slagen dan die marsbewoners indertijd. Onze aankomst is weliswaar evenmin weinig subtiel geweest, maar we zijn wel bescheidener in onze wensen. Wij willen immers geen bloed voor onze overleving, maar poolijs en vooral water.

Toef Jaeger