Zo'n lever, wat levert dat nou op?

De vraag naar donoren is in China sinds 1998 vervierhonderdvoudigd.

Om de illegale handel tegen te gaan experimenteert China met een orgaandatabank.

Niemand kende zijn echte naam en daarom werd de dakloze man met zijn lange haar, grijze baard, schriele gestalte, zwarte vingers en hinkende loopje Lao Da genoemd. De kleine man deed niemand in Weishe, een spoorwegstadje in zuidwestelijk China, kwaad. In de Tongxinstraat, de belangrijkste eetstraat, kenden alle restaurantbazen hem, hij ruimde hun vuilnis op in ruil voor een maaltijd en een beker thee.

Op een warme junidag liep Lao Da opeens geknipt en geschoren en droeg hij in plaats van lompen een vrolijk overhemd en een spijkerbroek. Iedereen vroeg hem nog wie zijn weldoener was. Hij lachte alleen maar. Op die dag, zo heeft de politie gereconstrueerd, moest hij waarschijnlijk voor het eerst naar het ziekenhuis voor genetische en bloedtesten.

Vervolgens verdween hij spoorloos. Een week later werd Lao Da (tussen de 34 en 40 jaar volgens het politierapport) op een vuilnisbelt in Guangzhou dood aangetroffen. Lever, nieren, hart en longen waren deskundig verwijderd, waren „geoogst”.

Het onderzoek naar deze moordzaak is nog niet afgerond, maar inmiddels is al wel vastgesteld dat zijn organen zijn gebruikt voor transplantaties in het Sun Yat-sen Universiteitsziekenhuis van de metropool Guangzhou (vroeger Kanton). Of de chirurgen van het academische hospitaal wisten waar de organen vandaan kwamen, is nog niet bewezen. Maar het wordt, gezien de complexiteit van de operaties, wel vermoed. Een illegale dokter in Weishe wordt ervan verdacht de „bemiddelaar” in de transactie te zijn geweest.

Harde statistieken over de omvang van de illegale handel in organen in China zijn er niet, maar hoogleraar Fan Minsheng, arts en ethicus, vreest dat de Lao Da’s in China, maar ook arme jonge mannen in de twintig „op grote schaal” worden misbruikt als onvrijwillige orgaandonoren.

„Je leest voortdurend over lichamen van oude zwervers en jonge mannen die zonder organen worden gevonden. Het is een zeer lucratieve handel, omdat de vraag voortdurend groeit en het aanbod aan vrijwillig gedoneerde organen heel erg klein is”, legt de hoogleraar aan de Shanghaise Universiteit voor Traditionele Chinese Geneeskunde uit.

Als lid van de nationale commissie voor medische ethiek is hij ook nauw betrokken bij het eerste Chinese experiment met een orgaandatabank. Het project is deze week in het Huashan-ziekenhuis van Shanghai gelanceerd en zal nog dit jaar worden uitgebreid naar vijf andere grote steden met meer dan tien miljoen inwoners. Een echtpaar in Shanghai dat gisteren trouwde en tegelijkertijd orgaandonatieverklaringen ondertekende, was voor alle tv-zenders in China belangrijker nieuws dan de Chinees-Russische top in Peking.

„Het werd tijd, want we hebben een grote achterstand”, zegt Fan die ook voortdurend pleit om te stoppen met het „oogsten” van de lichamen van terechtgestelden. In 2011 moet China over nieuwe wetgeving en een nationaal donorensysteem beschikken. Of dat zal lukken, is om tal van praktische en culturele redenen de vraag.

China kampt met een enorm tekort aan vrijwillige donoren. Door de liberalisering van de economie, de nieuwe welvaart en ontwikkeling van de chirurgische technologie is de vraag naar organen sinds 1998 vervierhonderdvoudigd. Maar er is geen nationaal donatiesysteem, de wetgeving bevat geen sancties tegen orgaanhandel, ethische regels voor ziekenhuizen en artsen ontbreken. Fan spreekt over „ethische en juridische chaos”. Het is een dodelijke mix, want miljoenen patiënten wachten vergeefs op nieuwe levers, nieren, longen en harten. Acht op de tien patiënten die wachten op een nieuw orgaan sterven voordat het tot een transplantatie kan komen.

In 2007 en 2008 werden volgens het Chinese nieuwsmagazine Caijing 20.000 transplantaties uitgevoerd. In slechts vijftien gevallen waren de organen vrijwillig afgestaan. In de overige gevallen kwamen de organen van terechtgestelde criminelen en van de zwarte markt, dus van de Lao Da’s.

Die zwarte markt is gedeeltelijk zichtbaar. Wie in het Chinees intikt „lever te koop gevraagd” krijgt tienduizenden hits. Bij ziekenhuizen overal in China zijn op de muren de telefoonnummers van orgaanhandelaren geschilderd, zelfs in de toiletten van hospitalen staan hun nummers geschreven. De prijzen variëren van 6.000 tot 7.000 euro voor een nier, lever of long op voorwaarde dat de bloedgroepen gelijk zijn, als er ook een genetische match is, stijgt de prijs. Harten zijn duurder en kunnen volgens een aanbod op een site in Guangzhou oplopen tot 15.000 euro.

Het grootste bezwaar tegen het huidige systeem is volgens Fan Minsheng niet dat het niet werkt, maar dat ter dood veroordeelden na de executie worden „geoogst”. Het bestaan van deze manier van orgaanverwerving werd in 2005 door de Chinese autoriteiten erkend en is sindsdien een bron van voortdurende kritiek.

„Het feit dat de vraag alleen maar groeit, houdt het huidige systeem in stand. We blijven terechtgestelden ongevraagd en tegen de zin van hun families misbruiken. Het is een totaal onaanvaardbare zaak, zowel ethisch als medisch-technisch. Iedereen weet dat ik een tegenstander ben en er wordt steeds beter naar mij geluisterd. We werken aan een nieuw systeem met nieuwe wetten en ethische regels, maar het duurt zeker nog tien jaar voordat we daar de resultaten van zullen zien”, hoopt hoogleraar Fan.

En: „Ter dood veroordeelden hebben al hun rechten verloren, zeggen de voorstanders. Maar het ongevraagd gebruiken van organen of het gebruiken van hun lichamen voor medische experimenten zonder hun toestemming en die van de familie is en blijft totaal onethisch.”

Het systeem waar gevangenissen, ziekenhuizen en artsen bij betrokken zijn, is inderdaad totaal ondoorzichtig. Ziekenhuizen voeren alleen transplantaties uit voor patiënten die de organen kunnen betalen. Geen enkele verzekering dekt de operaties. Chirurgen spelen soms een schimmige, bemiddelende rol en zijn uiteraard betrokken bij de operaties op geëxecuteerden. Hoe het toe gaat in de gevangenissen met operatiekamers waar ter dood veroordeelden worden geëxecuteerd en vervolgens meteen worden geopereerd, onttrekt zich aan de openbare waarneming. „In welk stadium worden de operaties uitgevoerd? Als de donoren echt dood zijn, of alleen hersendood zijn? Van begin tot eind is het een aaneenschakeling van onethische handelingen. We gaan er op termijn ook een einde aan maken”, zegt hoogleraar Fan Minsheng.

Een collega in Shanghai is aanzienlijk pessimistischer. „Zoals verslaafden niet van de drugs afkomen, zo kunnen patiënten, ziekenhuizen en transplantatiechirurgen niet zonder terechtgestelden”, schreef hoogleraar Huang van de Fundan Universiteit deze week in een weblog. Reden voor zijn pessimisme is cultureel van aard. Meewerken aan de orgaandatabanken en aan de nieuwe donorsystemen in oprichting stuit op confuciaanse bezwaren.

Hoogleraar Fan: „China heet communistisch te zijn, maar we zijn in wezen door en door confuciaans en boeddhistisch. Het lichaam is een gift van de ouders en moet intact blijven om na de dood door te reizen naar de hemel. Het is heel erg moeilijk mensen ervan te overtuigen om mee te werken aan vrijwillige orgaandonatie. Het wordt beschouwd als een schending van een gift van de ouders. Dit zit heel diep.”

Moorden als op Lao Da en anderen hebben in China de discussie onder politici en wetenschappers in een stroomversnelling gebracht. De roep om strengere wetgeving en een goed werkend nationaal donatiesysteem wordt steeds luider. Bezoeken van Japanse patiënten, die vorig jaar in het Chinese Guangzhou organen kochten voor bedragen van 50.000 tot 80.000 euro, hebben voor veel emotionele ophef gezorgd. De Universiteit van Californië in Los Angeles heeft vastgesteld dat China een van de topbestemmingen is voor „transplantatie-toeristen”, omdat de zwarte markt groot is en de regelgeving onduidelijk. Iedere Chinese transplantatiechirurg kan vertellen over lucratieve Japanse en Koreaanse verzoeken, die oplopen tot 100.000 dollar voor een levertransplantatie.

Vaak vallen ook namen van beroemdheden die zich nieuwe organen kunnen permitteren. Fu Biao, een film- en tv-ster stierf in 2005 nadat hij tot twee maal toe levers had gekocht voor 30.000 euro per stuk. Aangezien hij zeer fors bleef drinken en de kanker zich al had verspreid, waren de operaties zinloos, maar omdat hij geld had en beroemd was kon niemand hem tegenhouden.

Hoogleraar Fan: „Die zaak van Fu Biao en het transplantatietoerisme hebben veel mensen in de partij en de regering aan het denken gezet. Er is eigenlijk maar een oplossing om aan de vraag, die alleen maar zal toenemen, te voldoen. We moeten verplicht stellen dat iedereen zijn organen afstaat, tenzij er onoverkomelijke bezwaren zijn.” Maar dat zal in onfuciaans China niet snel gebeuren.