Waarom zitten vrouwen nooit in een midlifecrisis?

Sanne Duijf uit Utrecht vraagt zich af waarom vrouwen weinig last lijken te hebben van een midlifecrisis, in tegenstelling tot al die mannelijke vijftigplussers die plots een Harley kopen en er met hun jonge secretaresse vandoor gaan.

De maatschappij, gericht op „jong, strak en soepel”, vraagt ook voor vrouwen van rond de vijftig om een heroriëntatie, zegt Louise Boelens. Ze schreef het boek Vrouwen van 50 (2007), waarvoor ze gesprekken voerde met vrouwen in de overgang. „De vraag is of vrouwen inderdaad minder last hebben van een midlifecrisis. Tijdens mijn research kwam ik opvallend veel vrouwen met jonge minnaars tegen.”

Toch denkt Boelens wel dat beide seksen die periode anders beleven. „De kinderen zijn de deur uit, in je omgeving wordt je geconfronteerd met ziekte en verlies. Dat roept de vraag op: ‘wat wil ik nog?’ Mannen, die vaak hun leven lang hebben gewerkt, kunnen zich onthand voelen. Vrouwen die altijd voor de kinderen zorgden, ervaren die periode vaak juist als bevrijding: eindelijk tijd om ambities te verwezenlijken.

Hormonaal is de midlife voor beiden een overgangsperiode, zegt Hans Meij, directeur van Leyden Academy, een onderzoeksinstituut voor ouderengeneeskunde. „De vrouw verliest haar vruchtbaarheid, de man zijn hoge testosterongehalte, en daarmee zijn jaaggedrag. Voor allebei schept dat ruimte om bewuster te leven. Maar voor verandering is wel eerst crisis nodig. Een identiteitscrisis.”

Dat die bij mannen heviger lijkt, is omdat zij zich minder bewust zijn van hun transformatie. Meij: „Voor de vrouw verloopt de overgang geleidelijker, en er is een heldere afsluiting: de laatste eisprong. De onvermijdelijkheid daarvan maakt dat een crisis minder hevig is.”

Bovendien, zegt Meij, is de overgang bij vrouwen maatschappelijk geaccepteerd, terwijl een jonge jager die verandert in bedaagde oude man, daar vaak moeilijk over kan praten.

Freek Schravesande