Turkse voetbaldiplomatie maakt sport politiek

De voetbalwedstrijd Turkije-Armenië moest gisteren vooral de verbeterde relaties tussen beide onderstrepen. Maar Armeense fans bleven weg.

Bram Vermeulen

Broederschap, daar gaat het om. Omdat Armenië noch Turkije zich wist te plaatsen voor het Wereldkampioenschap in Zuid-Afrika volgend jaar heeft de kwalificatiewedstrijd in Bursa gisteravond sportief geen enkele betekenis. Maar politiek des te meer.

De wedstrijd moet de bezegeling worden van het historische akkoord die de regeringen afgelopen weekend tekenden en dat moet leiden tot herstel van de betrekkingen tussen twee aartsvijanden. De supporters uit beide landen moeten laten zien dat die verzoening geen utopisch project van regeringsleiders is, maar een droom van het volk. Dat doen ze niet. Het wordt een avond vol chagrijn.

De Armeense president Serge Sarkisian is er bij, zoals beloofd. Hij deelt het eerste balkon met zijn Turkse ambtsgenoot Gul, die vorig jaar ook aanwezig was toen het Turkse team in het Armenië moest spelen. Die voetbaldiplomatie in twee helften is een beproefd middel in dit deel van de wereld. Zeven jaar eerder wist de sport ook de relatie tussen Griekenland en Turkije te ontdooien, tijdens een wedstrijd tussen Fenerbahce en Panathinaikos.

Maar het Ataturk-stadion in Bursa mist de opgetogen sfeer van toen. Voor de wedstrijd wordt er gereld aan de poorten van het stadion. Boven de hoofden van de duizenden supporters zwaaien niet alleen de rode vlaggen met halve maan en ster van de Turkse Republiek. Onder luid applaus worden ook de blauw-rood-groene vlaggen van Azerbajdzjan ontvouwd, de Turkstalige republiek die nog steeds op voet van oorlog is met Armenië. De autoriteiten hadden de supporters van tevoren gewaarschuwd: sympathiebetuigingen aan de Azeri broeders worden niet geduld. Dat was ook het uitgangspunt in de protocollen die zaterdag werden getekend in Zürich. In dat akkoord wordt ook niet gerept over de Armeense troepen die al 15 jaar de enclave Nagorno-Karabach in Azerbajdzjan bezetten. Ook al is dat wel de reden dat de grens tussen Armenië en Turkije sinds 1993 gesloten is. Premier Erdogan hield zich ook niet aan de afspraak en waarschuwde een dag na ondertekening dat vrede met Armeniërs pas mogelijk is als ze hun troepen uit Karabach terugtrekken. De agenten in Bursa hoorden hun premier en laten de voetbalsupporters en hun Azeri vlaggen en sjaaltjes begaan.

In het stadion blijft het vak voor de Armeense supporters leeg. ,,Ze zijn te bang om te komen’’, zegt Pinar Akpinar van de actiegroep Genc Siviller, Jonge Burgers, die vorig jaar ook aanwezig waren bij de uitwedstrijd in Armenië. De studenten hebben tevergeefs adden geld ingezameld om de tickets en reiskosten te betalen voor hun Armeense vrienden in Istanbul.

De studenten zijn zelf wel afgereisd, met een boodschap. ,,Welkom in het land van Hrant Dink’’, willen ze zeggen tegen de Armeense president. Omdat ze vinden dat de toenadering tussen Armenië en Turkije is te danken aan de Turks-Armeense journalist die in 2007 door een ultranationalist werd vermoord vanwege zijn artikelen over de Armeense genocide. ,,Die moord bracht het debat op gang. Wie zijn wij Turken eigenlijk? Wat is er in ons verleden precies gebeurd.’’ Volgens de protocollen die Armenië en Turkije zaterdag tekenden, moet een historische commissie zich buigen over de vraag of er in 1915 sprake was van genocide op de Armeniërs in het Ottomaanse Rijk.

De Jonge Burgers zijn er van overtuigd dat het nationalisme zoals gepredikt door Ataturk op zijn retour is. ,,Nationalisme is niet langer cool’’, zegt Pinar Akyasan voor de wedstrijd. ,,De Ak-partij van Erdogan erkent voor het eerst dat je behalve Turk ook Koert kunt zijn, of Aleviet, of Armeniër. Zijn supporters herhalen die retoriek.’’ Uitgesproken nationalisme is riskant geworden in Turkije. Tientallen woordvoerders van het ultranationalisme zoals columnisten, activisten en militairen staan momenteel terecht in de zogenaamde Ergenekon-rechtszaak, wegens vermeende pogingen de regering omver te werpen. Zelfs het leger dat meerdere malen regeringen omverwierp omdat ze niet zouden handelen in de geest van Ataturk, is nu opvallend stil terwijl Erdogan vrede met de Koerden en Armenië aankondigt.

Maar het voetbalstadion is niet de plek om de tanende populariteit van het Turks nationalisme te testen. De Turkse supporters verwelkomen de Armeense spelers met een fluitconcert. Het Armeense volkslied verdrinkt in hun gejoel. Als Armeense journalisten tijdens de wedstrijd een paar bescheiden Armeense vlaggen ontrollen grijpen Turkse officials in. ,,Vlaggen zijn niet toegestaan in het persvak’’.

Volgens de Turkse fans betekent dat niet dat ze de vrede met Armenie niet steunen. ,,Het is tijd om onze verschillen achter ons te laten’’, zegt de leider van de harde kern van de supporters van Bursaspor, Selim. Om die woorden kracht bij te zetten laten de supporters twintig witte duiven los tijdens de wedstrijd, die eindigt in een 2-0 overwinning voor de Turken. ,,Denk nog eens terug aan twee jaar geleden, dan kun je zien hoe onze relaties in de afgelopen twee jaar zijn veranderd’’, spreekt de Turkse president Abdullah Gul na afloop. Op de weg terug naar het hotel deelt hij zijn limousine met zijn Armeense collega. Symboliek is nu even belangrijker dan de obstakels op de weg naar de beloofde verzoening tussen de twee landen.