Thuiszorg is advocatenparadijs

Thuiszorg, is dat een economische dienst, of zorgverlening? In dat laatste geval hoeven gemeenten niet Europees aan te besteden, zoals het ministerie verlangt.

De tijd van het heilige geloof in de markt is voorbij. Op steeds meer terreinen blijkt dat. Aanbesteden is uit. De Tweede Kamer ziet niets meer in de tijd- en geldverslindende aanbesteding voor personenvervoer op het Nederlandse hoofdspoornet, bleek deze week. En ook rijzen steeds sterkere twijfels of aanbesteden in de thuiszorg nog wel moet. De SP heeft een initiatiefwetsvoorstel gemaakt om er in die sector van af te komen. Het kabinet bespreekt morgen in de ministerraad zijn reactie op dat voorstel.

In 2007 werden de gemeenten met de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) verantwoordelijk voor de huishoudelijke hulp aan mensen met een handicap. De wet, die ook welzijnsbeleid regelt, beoogt dat gemeenten ouderen en gehandicapten zoveel mogelijk laten ‘meedoen’ aan het maatschappelijk leven. Thuiszorgorganisaties – die deze burgers met huishoudelijke hulp kunnen helpen zelfstandig te blijven wonen – proberen met scherpe offertes in het gevlei bij gemeenten komen. Want gemeenten selecteren alleen de thuiszorgaanbieders met het beste/goedkoopste bod. Deze marktwerking leidde volgens een tussentijdse evaluatie nog onvoldoende tot de gewenste vernieuwingen. Maar wel tot een prijzenslag onder thuiszorgorganisaties. Meestal betaalden hun werknemers het gelag, met slechtere arbeidsvoorwaarden.

Door dat aanbesteden is de WMO volgens juristen een paradijs voor advocaten geworden, zo bleek onlangs tijdens een hoorzitting in de Tweede Kamer. In het begin leidde eenvijfde van de aanbestedingsprocedures tot een rechtszaak, van organisaties die geen gunning kregen. Gemeenten en zorginstellingen huren dure adviseurs om zich in te dekken, want bij aanbesteden kan het kleinste foutje al fataal zijn. Het opstellen van offertes zou de gemeenschap het eerste jaar van de WMO al ruim 40 miljoen euro hebben gekost, rekenden de brancheorganisaties ActiZ en BTN uit.

„Het aanbesteden is een pure farce”, zei jurist en adviseur Tim Robbe in de Kamer. Gemeenten hoeven het helemaal niet, maar doen het massaal, betoogde hij samen met de aanbestedingsadvocaat en hoogleraar Jan Hebly. Van meet af aan heeft het ministerie van Volksgezondheid verkondigd dat Brussel Nederland het Europees aanbesteden van de huishoudelijke hulp oplegt. Maar volgens Robbe en Hebly is dat helemaal niet waar. Huishoudelijke hulpen zouden niet alleen poetsen, maar ook zorg bieden en daarom buiten de Europese richtlijn vallen. Bovendien zouden er in deze branche geen grensoverschrijdende belangen bestaan omdat buitenlandse thuiszorginstellingen niet op werk in Nederland azen.

Deze juristen zijn een steun voor de SP, de partij die zich samen met de PVV tegen de WMO keert en nu wettelijk vast wil leggen dat aanbesteden niet hoeft. Kamerlid Renske Leijten (SP) zegt „eindelijke eens een politieke uitspraak” te willen over de vraag of huishoudelijke hulp slechts schoonmaken is of zorg. „Zonder Europees aanbesteden is er meer focus op de kwaliteit van de hulp, dan op de prijs.” GroenLinks heeft ook meermaals gepleit voor een het afschaffen van de aanbestedingen in de thuiszorg, en het is bekend dat de nu verantwoordelijke staatssecretaris Bussemaker (PvdA) er zelf ook nooit blij mee is geweest. Maar bronnen melden zij zal blijven zeggen dat gemeenten, voor welke huishoudelijke hulp dan ook, niet onder het Europees aanbesteden uit komen.

Advocaat en hoogleraar Europees bestuursrecht Elies Steyger vindt een wettelijk verbod op aanbesteden overbodig. Want als gemeenten het van Brussel niet hoeven, dan is het ook niet nodig om dat nog eens in de wet vast te leggen. Volgens haar kán huishoudelijke hulp wel degelijk louter schoonmaakwerk zijn. Dan is het een economische dienst en legt Brussel wel een Europese aanbesteding op. Het kán ook overwegend zorg zijn, als de huishoudelijke hulp bijvoorbeeld in de gaten houdt of de cliënt zijn pillen wel slikt of andere gezinsleden verzorgt. In dat geval zou het een maatschappelijke dienst zijn, die buiten de openbare aanbestedingsplicht van de Europese richtlijn valt. Gemeenten zouden volgens Steyger alleen onder het aanbesteden uitkunnen als zij duidelijk omschrijven dat de hulp om méér dan schoonmaken gaat. Dan stijgen de prijzen weer, maar is men af van de belastende papierwinkel van het aanbesteden.

Steyger constateert een omslag in de ideologie van het aanbesteden. „Die ideologie is een beetje tegengevallen.” Heel veel aanbestedingen zijn niet goed gegaan. De ingewikkelde regels hebben de creativiteit in de thuiszorg gedood, vindt zij. „Men is het verlangen naar aanbesteden kwijtgeraakt.” Veel gemeenten ervaren aanbestedingen als een dwangbuis, stelt Bob van der Meijden van de Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG). Ook hij zegt dat er in 2006 heel anders over de noodzaak ervan werd gedacht. Gemeenten waren nooit enthousiast over aanbesteden, maar zij verkeerden door de onwrikbare boodschap van het ministerie, altijd in de veronderstelling dat aanbesteden moest. „Nu horen wij steeds meer dat de soep niet zo heet gegeten wordt”, zegt Van der Meijden.

De VNG wil dat Bussemaker met dit voortschrijdend inzicht vertelt wat moet en wat niet hoeft. Want zolang het ministerie blijft verkondigen dat Europese aanbesteding van Brussel moet, zullen de meeste gemeenten geen juridische risico’s nemen. Enkelen doen dat wel (zoals de samenwerkende gemeenten Dalfsen, Ommen, Raalte, Staphorst en Zwartewaterland) en kijken of ze voor de rechter worden gesleept. Dan is het de rechter en niet het ministerie die helderheid biedt.

Eerdere artikelen over WMO op nrc.nl/binnenland