Rentetarieven moeten omhoog

Een basisrente van bijna 0 procent is een krachtig middel. Als de beweringen van financiële economen kloppen, houdt een ‘nulrente’ de economische activiteit en de bankbalansen overeind. Maar de magische kracht die ervan uitgaat, is niet louter weldadig. Een nulrente leidt ook tot gevaarlijke gedragsstoornissen.

De Amerikaanse centrale bank, de Federal Reserve (Fed), nog steeds de wereldleider als het om centrale banken gaat, heeft de basisrente tien maanden lang op 0 tot 0,25 procent gehouden, en heeft geen haast daar verandering in te brengen. De ultralage rente is in de woorden van de vicevoorzitter van de Fed, Donald Kohn, voor „een langere periode” nodig.

De meeste centralebankiers denken niet dat een nulrente feitelijk laag genoeg is voor het aanpakken van een zwakke economische activiteit, hoge werkloosheid, laag vertrouwenspeil en een nog immer kwetsbaar banksysteem. Volgens de standaardformule zijn de huidige omstandigheden zó slecht dat mensen en bedrijven eigenlijk zouden moeten worden betaald om geld uit te geven. Maar een nulrente is beter dan niets. De centrale banken doen in ieder geval niets dat de kredietverlening in de weg staat.

Tot zover de theorie. Maar nu het financiële stelsel nog steeds in een toestand van posttraumatische shock verkeert, is het lang niet zeker dat de ultralage rente ook daadwerkelijk invloed uitoefent op de banken en de reële economie. De bedrijfskredieten blijven uiterst zwak.

Zelfs als de agressief lage rente de economische activiteit helpt stimuleren, gaat de winst gepaard met verliezen. De financiële infrastructuur wordt ondermijnd. De centralebankiers denken aan vrijwel niets anders meer dan aan het geven van prikkels om het verstekken van leningen aan te jagen, maar de nulrente remt de spaarzin. Een langdurige periode van vrijwel gratis verkrijgbaar geld zorgt ervoor dat het steeds lastiger wordt de spaarzin in de Verenigde Staten en Groot-Brittannië nieuw leven in te blazen.

Of de effecten van de nulrente nu wel of niet doorwerken in de reële economie, de financiële markten lijken wat al te hevig te reageren. De grondstoffenprijzen zijn scherp gestegen en de wisselkoersen van de dollar en het pond – de munten van de centrale banken die de laagste rentes hanteren – kelderen.

De ultralage rente was ondanks de risico’s gerechtvaardigd toen het bruto binnenlands product en de wereldhandel in een vrije val terecht waren gekomen en de banken elke steun konden gebruiken die ze konden krijgen. Maar de omstandigheden zijn nu stabieler. De voordelen wegen niet langer op tegen de nadelen. Centralebankiers zouden het verhogen van de rente weer op de agenda moeten zetten.