Pardon? Lagere uitstoot is juist broodnodig

De regering toont weinig ambitie om de uitstoot van CO2 te verminderen. Kennelijk beseft zij niet wat ons te wachten staat, stelt Johan van de Gronden.

Balkenende gaat toch naar Kopenhagen en er moeten nog heel wat ‘harde noten’ gekraakt worden. Ziehier het resultaat van het debat in de Tweede Kamer over de Nederlandse inbreng in Kopenhagen. Geen harde doelstellingen, geen poging om de urgentie te vertalen in een moedig solostandpunt (zoals Noorwegen wel heeft gedaan met ambities die ver uitgaan boven het Europees gemiddelde). Geen steen in de Brusselse vijver, geen voortrekkersrol. Het lijkt wel alsof het kabinet niet beseft wat er op ons afkomt.

Bij 2 graden opwarming van de aarde zal de helft van de koraalriffen verdwijnen. In de Noordelijke ijszee zal het ijs ’s zomers met 60 procent geslonken zijn. De gewasopbrengst in droge, tropische streken zal 10 procent lager liggen. In de VS zal dat 5 tot 20 procent zijn, afhankelijk van het gewas. Gevolg: tussen 18 en 60 miljoen mensen méér die een jaarlijkse hongersnood meemaken.

Ziehier drie van de vele gevolgen die het Wereld Natuur Fonds inventariseerde op basis van alle recente toonaangevende wetenschappelijke publicaties (sinds het verschijnen van het rapport van het VN-klimaatpanel in 2007).

Het Britse KNMI concludeerde onlangs dat temperatuurstijging tot 4 graden in 2060 mogelijk is als er niet hard wordt ingegrepen. De gevolgen daarvan? Minstens 550 miljoen mensen méér met honger, 20 procent méér sterfgevallen door hitte in de EU, halvering van de hoeveelheid water in de belangrijkste Australische rivieren, resterend koraal lost volledig op, vertienvoudiging van het aantal overstromingen. Wilt u nog meer?

Vriend en vijand pleiten inmiddels voor harde afspraken tijdens de klimaattop in Kopenhagen. 500 grote bedrijven, waaronder Akzo, Shell en Unilever, vragen in hun Copenhagen Communiqué om een stevig klimaatakkoord, waarin de Westerse landen zich verplichten veel verder te gaan met CO2-reductie dan het wereldwijde gemiddelde. Want als het moet, dan gebeurt het ook, is de gedachte. En als iederéén moet, is er geen ongelijkheid op de markt. Dat de meeste ontwikkelinglanden geen geld hebben voor een stevig klimaatbeleid, is ook duidelijk. Het welvarende deel van de wereld zal het voortouw moeten nemen, zien ook de multinationals.

Waar blijven de ambities en reductiedoelstellingen? Een aantal grote Europese landen, waaronder Duitsland en Groot-Brittannië, hebben zich verbonden aan 80 procent CO2-reductie in 2050. Nederland vindt dat een nobel streven, schrijft minister Cramer aan de Tweede Kamer, maar houdt het zelf op 50 procent reductie in 2050 (Energietransitie Duurzaam Doorgaan, ministerie van Economische Zaken, april 2009).

Natuurlijk maakt het op het niveau van de planeet weinig uit wat de reductiedoelstellingen zijn op het beperkte Nederlandse grondgebied. Maar een ambitieuze, internationale agenda is ook voor ons land van doorslaggevend belang. Daar kan premier Balkenende aan bijdragen door een duidelijke stellingname. In de internationale politieke arena moet het duidelijk zijn waar Nederland staat. Daar heeft niemand iets aan in de klei wegzakkende goede intenties en provinciale halfbesluiten.

De Nederlandse burger wordt ondertussen horendol van al die percentages, al die jaartallen en al die doelstellingen. Maar diezelfde burger beseft terdege dat juist onze laaggelegen delta een groot belang heeft bij een stevig klimaatverdrag. Leuk dat er tegenwoordig Nederlandse wijn te koop is, maar – zo blijkt uit onderzoek van het WNF – Nederlanders maken zich zeer bezorgd om de invloed van klimaatverandering op het leven van hun kinderen. En terecht.

Wanneer wordt het Nederlandse kabinet zich echt bewust van de urgentie? En wanneer realiseert het zich dat het draagvlak voor klimaatambities er al ís, zowel bij de burgers als het bedrijfsleven? We kunnen elkaar wel blijven vertellen hoe belangrijk Kopenhagen wordt, maar volksvertegenwoordigers en regeringen zullen nu het achterste van hun tong moeten laten zien en harde doelstellingen moeten formuleren..Ook op nationaal niveau.

Niemand wil straks een aarde aan z’n kinderen achterlaten waarin alle belangrijke ecosystemen onomkeerbaar beschadigd zijn.

Johan van de Gronden is algemeen directeur van het Wereld Natuur Fonds.