'Onze afvaloven wordt wel degelijk rendabel'

Afval is goud, vindt de Amsterdamse wethouder Carolien Gehrels. Toch is de gemeenteraad niet enthousiast over het Afval Energie Bedrijf van de stad.

De Amsterdamse wethouder Carolien Gehrels (deelnemingen, PvdA) wijst in haar werkkamer onder een stoel. „Zie je die stoeptegel? Die is gemaakt van resten uit de afvaloven.” Dan pakt ze van haar bureau een zwart kooltje, dat ook uit de verbrandingsoven komt. Van een papiertje leest ze voor: „...0,4 procent zilver... van mensen die hun zilveren ring in de vuilniszak hebben laten vallen, of hun gouden trouwring... 0,01 procent goud.” Met enige stemverheffing: „Zie je, afval is goud!”

Gehrels herhaalt die kreet in allerlei variaties. Bijvoorbeeld: „Afval is energie.” Het Afval Energie Bedrijf (AEB) van Amsterdam verbrandt dagelijks zeshonderd vuilniswagens aan afval. Van de vrijkomende warmte wordt 30 procent omgezet in elektriciteit. „Het gemiddelde rendement in Europa is 15 procent”, zegt Gehrels. De Britten hebben interesse voor de Amsterdamse technologie. Gehrels: „Garbage is gold!”

Toch heerst in de Amsterdamse gemeenteraad, die vandaag debatteert over de AEB, minder enthousiasme. De Hoogrendementscentrale wordt, sinds de bouw in 2003 begon, geplaagd door tegenslagen. Een aandrijfas brak af, waardoor de centrale pas een maand voluit draait. De voorgenomen verzelfstandiging van het AEB werd deze zomer afgeblazen.

Hoeveel geld heeft de gemeente erin geïnvesteerd?

Gehrels: „Inclusief de problemen met de as 450 miljoen euro. Het is een rendabele investering, die alleen maar geld oplevert. De afschrijvingstermijn is dertig jaar, dus schrijven we elk jaar pakweg 15 miljoen euro af. De prognose is dat je tussen de 20 en 30 miljoen euro per jaar verdient. Dat hangt wel af van de energieprijs.”

Hoe komt het dat de afvalprijzen zo zijn gedaald?

„Consumenten kopen minder en dus produceren bedrijven minder. Daardoor is er minder afval. Daar komt bij dat er sprake is van overcapaciteit. Er is ook geen gelijk speelveld. In Duitsland en België hebben alle fabrieken de status ‘R’, van recovery, ofwel hergebruik. In Nederland niet. Daardoor mag Duitsland wel Nederlands afval verbranden, maar Nederland geen Duits afval. Minister Cramer (Milieu, PvdA) wil de R-status nu ook versneld invoeren voor Nederlandse fabrieken.”

Waarom kan het AEB niet worden verzelfstandigd in zo’n markt?

„We hebben lange contracten; 70 procent van onze contracten met afvalaanbieders loopt tot 2017 of 2022. Als je het bestuur verandert, kunnen zij hun contract opzeggen. In deze markt is het onverstandig het risico te lopen dat langlopende contracten worden opengebroken.”

U wacht tot de markt aantrekt?

„Ja, maar ik doe wel meer dan dat. Nog steeds wordt de helft van het Europees afval gestort. Dat is geen goede manier om met energie om te gaan. Zeker niet omdat de vraag naar energie tot 2050 zal verdubbelen. Jeroen van der Veer [oud-topman van Shell] was deze week bij ons in het college en vertelde dat er in 2050 9 miljard mensen op de wereld wonen. Die mensen krijgen meer welvaart en verbruiken meer energie, waardoor energie schaars en kostbaar zal worden. Bij een congres heb ik vorige week tegen minister Cramer gezegd: waarom pleit u rond de klimaatconferentie van december in Kopenhagen niet voor een Europese minimumnorm van 30 procent voor het verbranden van afval? Met zo’n standaard, en een stortverbod, komt er de helft meer afval op de markt.”

Waarom houdt een lokale wethouder zich bezig met internationaal milieubeleid?

„Als bestuurder kijk ik hoe ik dingen goed kan regelen voor het land en het klimaat en de energievoorziening. Bovendien opereert de fabriek in een hybride markt, die deels in handen is van private partijen en deels in handen van overheden. Dit soort markten wordt bepaald door Europese wetten en regels. Minister Cramer is een partijgenoot en ik kan met haar heel goed over dit soort dingen praten. Zij heeft de mogelijkheid om deze kwesties aan te snijden in Europa.”

m.m.v. Raounak Khaddari