'Kunst moet laten zien hoe het ook anders kan'

Gisteravond ging op het Impakt Festival de ‘opera digitale’ van Thomas Köner in première. Het viert de honderdste verjaardag van het ‘Futuristisch Manifest’.

Beelden van een bodybuilder: even bestaat zijn lichaam uit dravende paarden, dan uit een deinende massa passanten. Het kan een stalen constructie lijken, een stenen gebouw, een straat. Voor zijn nieuwe multimediaperformance maakte de Duitse kunstenaar Thomas Köner (1965) een film waarin stadsbeelden van rond de vorige eeuwwisseling geprojecteerd zijn op een mannentorso. Een geprogrammeerde piano, een ‘lawaaiorkest’ uit de laptop en een ‘cyberzangeres’ wier stem digitaal sterk wordt vervormd, verzorgen een bevreemdende, onheilspellende soundtrack. „The beauty of speed”, zingt de zangeres, „The love of danger; movements of agression”.

The Futurist Manifest heet het werk. Deze ‘opera digitale’, zoals Köner het zelf noemt, ging gisteravond in Utrecht in première op de 20e editie van het Impakt festival. Köners nieuwste kunstwerk viert de honderdste verjaardag van het ‘Futuristisch Manifest’ (1909) van Filippo Tomasso Marinetti.

Köner: „Ik ben al lang gefascineerd door de Futuristen, en ik stond te popelen een keer iets met die fascinatie te doen. Als geluidskunstenaar ben ik natuurlijk min of meer het kleinkind van futurist Luigi Russolo. Maar diens manifest The Art of Noises verscheen in 1913, en ik wilde niet nog vier jaar wachten.” Bovendien, zegt Köner, was Marinetti’s manifest het veelomvattendst, en het meest helder.

Ze waren visionair, de Futuristen, met hun pleidooi voor snelheid, strijd, technologie, beweging en agressie. „De oude wereld moest vernietigd worden door een oorlog, om een nieuwe op te bouwen. Nou, daar hebben ze voldoende van gekregen.”

Natuurlijk kent hij de kritiek op de beweging, het verheerlijken van oorlog, het heulen met het fascisme. „Maar het gaat mij niet om het vellen van een moreel oordeel – ik bewonder vooral hun grote visionaire talent. In alles wat ze voorspelden, hebben ze de afgelopen eeuw gelijk gekregen.”

Dat is des te opmerkelijker, zegt Köner, naarmate je meer ziet van het dagelijks leven uit de tijd waarin de Futuristen leefden. Voor zijn performance zocht Köner filmarchiefmateriaal van vóór 1909. „Ik wilde laten zien wat Marinetti om zich heen zou kunnen hebben gezien, voordat hij zijn manifest schreef.” Wanneer je dat ziet, is de voorspellende kracht van de Futuristen in retrospectief verbijsterend, aldus Köner. „Wat zie je op die beelden? Wandelende mensen, statige gebouwen, paard en wagens. Er is niets te zien wat vooruitwijst naar de agitatie van hun manifest. Alles is traag, statisch. Dat toont aan hoe groot hun verbeeldingskracht was. Ze hebben alles verzonnen, en ze verzonnen het uit het niets. De Futuristen waren geobsedeerd door snelheid, terwijl die niet bestond. Zij hebben het concept van ‘snelheid’ geïntroduceerd in ons denken. ”

Dat is wat de kunst moet doen, vindt Köner: een visie presenteren op hoe het anders kan. Zelf doet hij in zijn werk iets vergelijkbaars; hij introduceert een ander concept van beleven, van waarnemen. De films die hij maakt, vaak van stedelijke taferelen, zijn extreem traag; we zijn getuige van een eindeloos herhaald moment; er gebeurt niets. In de korte film Nuuk, die in 2005 werd bekroond op het Rotterdams filmfestival zien we minutenlang een ogenschijnlijk onveranderlijk sneeuwlandschap. Alleen licht en donker variëren, en zelfs dat is maar nauwelijks merkbaar. In Banlieu du Vide is 13 minuten lang enkel een ijzige snelweg te zien, die op momenten ongemerkt in een ander stuk weg overloopt. In elk werk domineert de muziek, als die al muziek mag heten – het is meer een landschap van geluid: eindeloos, zonder einde of begin, nauwelijks variërend, zonder climax. Dat maakt het tempo van Köners werk, van de werelden die hij creëert, diametraal tegengesteld aan wat de Futuristen voor zich zagen.

„Ik plaats mijn visie tegenover die van Marinetti. Wat ik voor me zie, is een wereld waarin we dansen op muziek zoals die hier vanavond klinkt, met vier beats per minuut – waar tegenwoordig 120 beats per minuut normaal is. Misschien zijn we daar nu niet aan toe, maar over honderd jaar wel. Dat is míjn Futuristisch Manifest.”

Köner vraagt met zijn werk veel van de kijker. Zijn films kunnen fascinerend zijn, een hallucinerende ervaring, maar verveling en ergernis liggen op de loer. „Het geeft niet als de ervaring van mijn toeschouwers negatief is, zo lang ze maar iets beleven dat afwijkt van hun normale manier van waarnemen. Vergelijk het met dromen: dat zijn krachtige, ontroerende ervaringen, maar niet lineair, niet narratief. Wij zijn bij het kijken een verhalende structuur gewend, omdat die dominant is in de massamedia. Mijn werk wijkt daar van af, en dat is niet altijd makkelijk.”

Wil hij zijn publiek dwingen tot aandacht, concentratie, meditatie misschien? „Ik wil de kijker bewust maken van andere mogelijkheden, die zich nu misschien nog aan onze waarneming onttrekken. Kijk naar hoe een plant groeit: hij leeft, hij verhoudt zich tot de wereld, maar op een voor ons niet waarneembare manier. Bij alles wat je waarneemt zijn zaken verborgen. We moeten dus openstaan voor een veelheid aan mogelijkheden. Dat besef te stimuleren is de taak van iedere kunstenaar.”

Bij eerdere performances van Köner zat hij achter zijn laptop voor het projectiescherm. „Daar kreeg ik vaak kritische reacties op: ‘zit je je e-mail te checken op het podium ofzo?’” Nu wordt hij geflankeerd door piano en zangeres. „Ik wilde een opstelling hebben zoals die er ook honderd jaar geleden had kunnen zijn. Dat is eerder nostalgisch dan futuristisch. Maar om nu heel technisch en snel en multimediaal te gaan doen – dat hebben de Futuristen honderd jaar geleden al bedacht, dus dat zou eigenlijk ouderwets zijn.”

Het Impakt Festival duurt t/m zondag. Inl: impakt.nl