Groeiende vrees voor ambities van radicalen

Radicale moslimstrijders in Somalië blijken onderling te sterk verdeeld om een echt bewind te vestigen. Desondanks vrezen andere landen hun terreur.

Kenia fungeert steeds meer als een rekruteringsgebied voor strijdende groepen in Somalië. Honderden Keniaanse jongeren van Somalische afkomst worden geronseld voor zowel de jihadistische militie Al-Shabaab als voor de troepen van de gematigde Somalische regering. Jihadisten uit de Verenigde Staten en Europa gebruiken Kenia als transitland naar trainingskampen in Somalië.

„Al-Shabaab verspreidt haar ideologie op islamitische scholen in Kenia en ronselt Somalische jongeren in de sloppenwijken rond de hoofdstad”, vertelt een journalist die werkt in Nairobi. Al-Shabaab werft ook in noordoost-Kenia, woongebied van ruim twee miljoen etnische Somaliërs met de Keniaanse nationaliteit. Behalve voor deze gewapende oppositie blijken sinds kort ook Kenianen te worden opgeleid voor de Somalische regeringstroepen. „De jongeren krijgen een maandsalaris van 600 dollar”, zei deze week Mohamed Gabow, de burgemeester van de noordoostelijke stad Garissa. De rekruten zouden worden opgeleid in een kazerne van het Keniaanse leger, met als eindbestemming Mogadishu, de hoofdstad van Somalië.

De toenemende Keniaanse betrokkenheid en de groeiende internationale zorg over Somalië als piraten- en terroristencentrum van Afrika vallen samen met een militaire impasse. Somalië is na hevige strijd in de afgelopen maanden praktisch heropgedeeld in ministaatjes. De radicaal-islamitische groepen Al-Shabaab en Hizbul Islam slaagden er niet in de regering van president Sheikh Sharif uit Mogadishu te verdrijven. De regering slaagde er omgekeerd niet in de opstandelingen uit de hoofdstad te verjagen. De regering, beschermd door ruim vijfduizend militairen van een Afrikaanse vredesmacht, controleert de zee- en luchthaven.

Al-Shabaab en Hizbul Islam, verenigd in een ongemakkelijke alliantie, controleren het zuiden en delen van Midden-Somalië. De enige militie die er nog in slaagt nieuw gebied te veroveren is Ahlu Sunna Waljamaca, een gematigde sufi-groep die is verbonden aan de regering en gefinancierd wordt door buurland Ethiopië.

Ethiopië trekt regelmatig Somalië binnen om de jihadisten van zijn grens weg te houden. Kenia grenst aan Al-Shabaab-gebied en begon na infiltraties door de radicale strijders militaire oefeningen in het noorden. Net als Ethiopië is het gebaat bij een bufferzone tegen de extremisten. „We moeten als eersten toeslaan. Dit is geen prietpraat. We zullen in actie komen”, zou de Keniaanse generaal Jeremiah Kianga hebben gezegd.

Kenia heeft redenen voor grote bezorgdheid. De aanslagen door Al-Qaeda op de Amerikaanse ambassade in 1998 en op een Israëlisch hotel bij Mombasa in 2002 werden voorbereid in Somalië. Al-Shabaab verklaart openlijk steun aan Al-Qaeda. Honderden buitenlandse jihadisten vechten voor Al-Shabaab. Afgelopen weekend werd een Amerikaan van Somalische afkomst bij de Keniaans-Somalische grens aangehouden. Hij zou, evenals vier uit Nederland afkomstige mannen in juli, onderweg zijn geweest naar trainingskampen van Al-Shabaab. De Somalische president Sheikh Sharif was deze maand in de VS en riep de Somalische gemeenschap daar op om jongeren er van te weerhouden naar Al-Shabaab te vertrekken.

De radicale islam is sinds het uitbreken van de burgeroorlog in Somalië, begin jaren negentig, altijd een minderheid gebleven. De dreiging van het moslimfundamentalisme was aanvankelijk zo klein dat de Amerikanen bij hun interventie in 1992 een kantoortje van de fundamentalistische leider Hassan Dahir Aweys in Mogadishu ongemoeid lieten. De nationalistische maar religieus tolerante Somaliërs moesten weinig van de moslimijzervreters hebben. Door de internationalisering van het Somalische conflict verandert dat. Al-Shabaab en Aweys, de leider van Hizbul Islam, staan nu op de Amerikaanse terroristenlijst.

Al-Shabaab telt nu vermoedelijk zo’n zesduizend strijders. De militaire sterkte van de groep wordt mede bepaald door het goede salaris dat de strijders ontvangen. „Tien leden van hun harde kern vochten in Afghanistan. Zij openden de deuren voor buitenlandse jihadisten. Somalië is voor hen een springplank voor de verspreiding van de radicale islam over de wereld”, zegt een Somaliëkenner in Nairobi. Bronnen binnen veiligheidsdiensten vermoeden dat Al-Shabaab vooralsnog niet over de middelen beschikt om doelen in westerse landen te raken.

Hizbul Islam heeft een gematigder agenda en keurt banden met Al-Qaeda af. Hizbul Islam is een verbond van clanmilities met slechts enkele honderden strijders. „De groep gebruikt de islam als middel om een nationalistische agenda uit te voeren”, meent de Somaliëkenner. Het Somalische nationalisme vormt een gevaar voor Ethiopië, Kenia en Djibouti. De nationalisten willen de miljoenen etnische Somaliërs in de Hoorn van Afrika inlijven bij een Groter Somalisch rijk.

De door Al-Shabaab ingevoerde islamitische wetgeving is een rigide toepassing van de sharia die volgens waarnemers de bevolking moet intimideren, om te kunnen besturen op basis van vrees. Gematigde geestelijken spreken zich uit tegen Al-Shabaab en de groep is er nog lang niet in geslaagd een solide bewind te vestigen zoals de Talibaan destijds deden in Afghanistan. In Somalië spelen andere dan religieuze scheidslijnen nog steeds een grotere rol. Zoals de eeuwenoude competitie tussen clans.

Al-Shabaab en Hizbul Islam raakten deze maand slaags over controle van de havenstad Kismayo. Van een gemeenschappelijke ideologie bleek geen sprake meer toen strijders zich op clanbasis hergroepeerden in een gevecht om de inkomsten van de haven. Verschillende clans trokken tegen elkaar ten strijde. De constant wisselende allianties maken een oplossing van de Somalische burgeroorlog uiterst moeilijk.

Alle Somaliëkenners reageren afkeurend op de vraag, of buitenlandse interventie soelaas kan bieden. Maar met de piraterij voor de kust en de toenemende dreiging van in Somalië gevestigde terroristen zouden Europese en Amerikaanse militair strategen op andere gedachten kunnen komen. De hongersituatie loopt volledig uit de hand en hulpverleners, ook van de VN, hebben toegang steeds minder plaatsen in Somalië. Diefstal en een blokkade van hulpgoederen door krijgsheren waren in 1992 de aanleiding voor een grote Amerikaanse interventie.