Fantasievolle decoraties van Katharina's Meester

Tentoonstelling De wereld van Katherina; devotie, demonen en dagelijks leven in de 15de eeuw. Museum Het Valkhof, Nijmegen. T/m 3/1. Twee publicaties (uitg. Ludion), beide 160 blz., € 24,90. Inl www.museumhetvalkhof.nl * * * * *

Onder kunstenaars zijn moeizame zwoegers, maar ook steriele virtuozen. Tussen die uitersten bewegen zich technisch vaardige vaklui van wier werk ook het ongebreidelde plezier afspat. In die categorie valt de anonieme middeleeuwse boekverluchter die bekend staat als de Meester van Katherina van Kleef. Zijn fantasierijke schilderingen getuigen, ondanks hun doorgaans voorname religieuze inhoud, van een kien oog voor het alledaagse en het merkwaardige, het aandoenlijke en het bizarre. Het werk waaraan hij zijn naam ontleent, het getijdenboek van Katherina van Kleef, sprankelt op een expositie in Nijmegen.

Het getijdenboek – een verzameling gebeden die op gezette tijden van de dag of week werden uitgesproken – werd omstreeks 1440 in opdracht gegeven door de schatrijke Katherina van Kleef, hertogin van Gelre. De Meester kon er al zijn fantasie en vindingrijkheid in kwijt, want het vuistdikke manuscript is ongewoon rijk gedecoreerd. Terwijl de meeste middeleeuwse getijdenboeken hooguit 25 miniaturen bevatten, zijn dat er hier maar liefst 168. Voor veel episodes had de illuminator dus geen voorbeeld. Enkele scènes uit de legende van het Heilig Kruis bijvoorbeeld, komen in geen enkel ander getijdenboek voor. Op een opvallend letterlijke manier heeft de kunstenaar in deze reeks de boom geschilderd die zou zijn gegroeid uit de mond van de gestorven Adam en die na veel omzwervingen het hout voor Christus’ kruis zou hebben geleverd. In een leeg landschap ligt een stenen grafplaat die in het midden wordt doorbroken door de schedel van de eerste mens en de boom die daaruit voortkwam. Onder de rand van de zerk is nog net Adams knekelhand te zien.

Ook de geijkte scènes van het leven van Maria en Christus zitten vol onderhoudende details. De heilige familie wordt gepresenteerd als eenvoudig timmermansgezin. Maria zit erbij als een wat mollig moeke dat haar kind de borst geeft, terwijl Jozef, gezeten in een uit een ton gezaagde stoel, een bordje pap leeg lepelt. Piepklein in de achtergrond van de niet meer dan zes centimeter hoge voorstelling, zijn de soepketel in de brandende haard, een rek met borden en een kastje vol ander vaatwerk weergegeven. Fantasievoller nog, zijn de versieringen in de marges. Soms bestaan die uit rank, decoratief penwerk, soms ook uit figuren zoals een visser, jager en bakker. Of de ontroerend naakte peuter Christus die, samen met zijn al even blote neefje Johannes (de Doper), in de tuin vogeltjes zit te vangen. Andere randversieringen, die ook gediend zullen hebben als een soort bladwijzers in die oude boeken zonder paginering, vormen bij elkaar bijna een catalogus van dieren, planten en gebruiksvoorwerpen: van vogels, vlinders, peulvruchten en gekookte mosselschelpen, tot kruisbogen en allerlei soorten vogelkooien.

De expositie plaatst Katherina’s getijdenboek in de context van de 15de-eeuwse boekverluchting in de Noordelijke Nederlanden, met tekeningen en prenten van voorgangers en tijdgenoten. Bovendien zijn er op één na alle handschriften bijeengebracht die worden toegeschreven aan de mysterieuze en bij het grote publiek vrij onbekende, 15de-eeuwse topverluchter. Het geeft kenners een zeldzame gelegenheid tot vergelijken en heroverwegen van oude toeschrijvingen van miniaturen die soms wel erg ver lijken af te staan van de schilderingen in het naamgevende manuscript. Dat boek, intussen, is het jubelende hoogtepunt van de tentoonstelling. Ooit is het in opgedeeld in twee delen, die in 1963 weer zijn herenigd in de Morgan Library in New York. Toen het hele boek uit elkaar was genomen voor restauratie deed zich de buitenkans voor een groot aantal miniaturen tegelijk te exposeren. In Nijmegen, waar de Valkhofburcht ooit een thuisbasis van Katherina was, wordt met liefst honderd bladen zo’n tweederde van alle miniaturen uit het handschrift getoond. In twee zalen zijn ze ruimtelijk opgesteld, en zo belicht dat het bladgoud fonkelt zoals het dat sinds de 15de eeuw niet meer heeft gedaan.

De expositie ‘Met Katherina op reis’ (Museum De Stratemakerstoren) illustreert de reizen van Katharina en Arnold van Egmond ( www.stratemakerstoren.nl)