DSB-debacle zet veel reputaties op het spel

De ondergang van DSB Bank geeft aanleiding tot een serie onderzoeken. De betrokkenheid van vele (ex-) politici maken die pikant. Ook de toezichthouders zijn niet veilig.

De getallen zijn nieuwe records. Bij de internetspaarbank Icesave die vorig jaar bankroet ging hadden 531 rekeninghouders spaargeld staan van meer dan een ton. Dat is de limiet om in aanmerking te komen voor de garantieregeling op spaargeld van de Nederlandse banken en de overheid.

Bij DSB Bank hebben 4.000 rekeninghouders meer dan een ton te vorderen (met samen 140 miljoen euro boven de limiet). Het bedrag zij boven een ton terugkrijgen hangt af van de opbrengst van de verkoop van de bezittingen van DSB Bank. Nog eens 4.500 klanten hebben geld op een zogeheten achtergesteld spaardeposito gezet bij DSB Bank. Samen: 110 miljoen euro. Zulke deposito’s vallen, in weerwil van de suggestieve productnaam, onder geen enkele garantieregeling. Of en wat de klanten terugkrijgen hangt af van de opbrengst van de boedel.

Toevallig is het bedrag dat voor deze 8.500 mensen op het spel staat, 250 miljoen euro, ongeveer even hoog als het totale eigen vermogen van DSB Bank. Dat is het kapitaal van oprichter/eigenaar Dirk Scheringa.

Hij afficheerde zich als een man van het volk. Een bankier voor het volk. Hij bracht Alkmaar en omstreken geld en spelen. Maar de bank van het volk werd via internet bestormd door het sparende volk, terwijl een deel van het geld lenende volk al eerder dolgraag weg wilde. Maar zij waren gebonden aan woningfinancieringen hoger dan de waarde van de woning en verzekeringspolissen uitgekleed door hoge provisies.

In de slotfase van de bank hechtten de spaarders meer geloofwaardigheid aan de oproep van voorzitter Pieter Lakeman van gedupeerdenstichting Hypotheekleed dan aan de tegenwerpingen van autoriteiten als Scheringa zelf, de bestuurders van de bank, De Nederlandsche Bank, de minister van Financiën en de ‘concurrerende’ gedupeerdenstichting.

Autoriteiten zijn uit, buitenstaander Lakeman is in. Andersom geldt: DSB, een buitenstaander in de gevestigde financiële wereld is uit, de ‘geldelite’ heeft het rijk weer alleen. Zulke markten hebben juist nieuwkomers als DSB nodig om de concurrentie te verlevendigen. Maar juist nieuwkomers op markten met een klein aantal grote partijen blijken kwetsbaar voor eigen (wan)gedrag dat hen in botsing brengt met toezichthouders. Eerder was er verzekeraar Vie d’Or, bij de banken was er Staal Bankiers, op de energiemarkt gebeurt het nu bij de Nederlandse Energie Maatschappij.

Twee officiële onderzoekscommissies gaan het debacle rond DSB Bank onderzoeken. Bij de failliete internetspaarbank Icesave was het er nog maar één, net als bij de achteraf betreurde verkoop en opsplitsing van ABN Amro. De onderzoekers kunnen meteen navraag doen waarom zo veel mensen leningen afsluiten die duidelijk hoger zijn dan de waarde van hun huis – de onderste steen moet boven. Een derde onderzoek komt zonder twijfel van de curatoren als de bank failliet wordt verklaard.

De verwevenheid van DSB Bank met (oud-) VVD-politici maakt de uitkomsten van de onderzoeken des te pikanter. Twee van hen hebben nu nauwe banden met de publieke zaak: kortstondig financieel bestuurder Gerrit Zalm leidt nu de genationaliseerde ABN Amro. Ex-DSB-commissaris Ed Nijpels is onafhankelijk voorzitter van het bestuur van ABP, het 200 miljard euro beleggende pensioenfonds van leraren en ambtenaren. En het onderzoek zal natuurlijk ook moeten ingaan op de rol van de toezichthouders De Nederlandsche Bank en Autoriteit Financiële Markten en hun politieke broodheer, de achtereenvolgende ministers van Financiën.

Als iedereen ongeschonden uit de onderzoeken komt, is dat een signaal dat intern ondernemingsbestuur en extern toezicht een grote sprong voorwaarts hebben gemaakt. Als er echter harde noten worden gekraakt, hebben de verschillende autoriteiten een nieuw probleem. De termijn van president Nout Wellink loopt in 2011 af. Hij heeft al openlijk naar een derde termijn gesolliciteerd.

Bij bezwarende onderzoeksuitkomsten zijn de posities van Nijpels en Zalm nijpender. Zij bekleden functies waarin zij op hun bekwaamheid, betrouwbaarheid en integriteit zijn getoetst door De Nederlandsche Bank. Bij nieuwe ernstige informatie ontkomt de toezichthouder niet aan een nieuwe toetsing. Afgelopen week bevestigde minister Bos van Financiën nogmaals zijn volste vertrouwen in Zalm. Afgaande op zijn verklaring is Zalm zelf bezig de draai te maken van: het is niet de vraag of ik iets wist van de schadelijke praktijken, ik heb juist vanaf dag één mijn best gedaan om de praktijken ten goede te keren.

In de keten van de toetsing houden zij elkaars hand vast. Bos recruteerde Zalm als topman van ABN Amro, Wellink is eindverantwoordelijk voor de positieve toetsing. Belastend onderzoeksmateriaal zet niet alleen de positie van Zalm op het spel, maar stelt ook ook de kwaliteit van de toetsing door Wellink en de regierol van Bos ter discussie.