Druk neemt toe op junta in Guinee

Internationaal wordt er steeds fellere kritiek geleverd op de militaire regering in Guinee. De junta wordt verantwoordelijk gehouden voor een bloedbad onder demonstrerende burgers eind vorige maand.

Vanochtend maakte het Internationale Strafhof in Den Haag bekend dat het een verkennend onderzoek is begonnen naar de gewelddadigheden op 28 september in de Guinese hoofdstad Conakry. Militairen openden die dag het vuur op circa vijftigduizend betogers tegen de junta. Daarbij vielen volgens een plaatselijke mensenrechtenorganisatie 157 doden. Volgens de junta waren dat er 57. Ooggetuigen maakten melding van verkrachtingen door militairen.

Het Strafhof is er voor de zwaarste misdaden, zoals genocide en oorlogsmisdaden. Als het hof voldoende bewijs vindt, kan het besluiten om arrestatiebevelen tegen juntaleiders uit te vaardigen. Guinee behoort tot de landen die het hof erkennen. Een verkennend onderzoek kan maanden duren. Het hof verricht zulk onderzoek ook in bijvoorbeeld Gaza en Georgië.

Europees Commissaris voor Ontwikkelingshulp Karel de Gucht heeft gisteren gezegd dat juntaleider Moussa Dadis Camara vervolgd moet worden voor „misdaden tegen de menselijkheid”. Het neerslaan van het protest op 28 september was „een ongekende brutaliteit”, aldus De Gucht.

De Verenigde Staten riepen gisteren de junta opnieuw op om terug te treden en verkiezingen uit te schrijven zodat een door de bevolking gelegitimeerde regering kan aantreden.

Washington eist daarnaast een onafhankelijk, internationaal onderzoek naar het geweld. De Afrikaanse Unie en het economisch samenwerkingsverband van West-Afrikaanse staten ECOWAS verlangen eveneens een onderzoek. De junta heeft laten weten te zullen meewerken.

De junta kwam aan de macht in december, na het overlijden van president Conté. De bevolking raakte teleurgesteld in juntaleider Dadis toen hij terugkwam op zijn toezegging om niet mee te doen aan verkiezingen. (Reuters, AFP)