Diep geroerd door het buurmeisje

Bright Star is gefilmd in een klassieke stijl met een rustige montage.

Zo komt alle aandacht te liggen op de emoties van de personages.

Met een gelukzalige glimlach om haar mond loopt Fanny de slaapkamer in. Ze heeft net voor het eerst gekust met haar grote liefde. Ze staat aan het voeteneind van het bed en laat zich langzaam achterover vallen. Dan volgt een schitterend totaalshot. We zien Fanny op bed liggen. Het raam staat open en de gordijnen wapperen. De zomerwind blaast naar binnen en laat ook haar kleding even opbollen. Zacht licht valt de kamer binnen. Een sereen shot, pure beeldpoëzie. Bijzonder treffend voor een film die gaat over de romance tussen de romantische dichter John Keats (1795-1821) en zijn buurmeisje Fanny Brawne.

Regisseur Jane Campion (The Piano) vroeg cameraman Greig Fraser „beelden in de poëzie van Keats te vinden”. Dit shot is er een buitengewoon fraai voorbeeld van. De wind verbeeldt Keats’ liefde die Fanny beroert. Een ander geslaagd voorbeeld van visuele poëzie is de scène waarin de in violette jurk geklede Fanny een liefdesbrief van Keats leest, zittend in een veld eveneens paarse boshyacinten. Een prachtig beeld – niet voor niets gekozen als filmaffiche – dat zo uit een lyrisch natuurgedicht van Keats had kunnen komen.

Bright Star is een magnifiek gefotografeerd kostuumdrama, gefilmd in een klassieke stijl: uitgebalanceerde beeldcomposities, rustige montage en vrijwel geen camerabewegingen. Zo komt alle aandacht te liggen op de emoties van de personages, vertolkt door uitstekende acteurs, met name Abbie Cornish als Fanny.

Eerst moet Fanny niks van Keats hebben en de armlastige dichter noemt haar een ‘kattekop’. Ze naait liever aan de meest fijn afgewerkte jurken dan dat ze zijn poëzie leest. Ze vindt het taalgebruik van dichters pretentieus: waarom reppen ze van musing (mijmeren) als ze gewoon ‘zoeken naar inspiratie’ kunnen zeggen?

Door Fanny’s vooringenomenheid over elitaire kunst zoveel aandacht te geven, zorgt Campion ervoor dat dit thema de historische setting overstijgt. De film gaat over de positie van ‘moeilijke’ kunst in welke eeuw dan ook. Campion breekt een lans voor kunst waarin je je moet verdiepen, waarvoor je je moet openstellen voordat er begrip, waardering en uiteindelijk liefde voor ontstaat. Campion beseft dat de discussie over onbegrijpelijke kunst niet alleen tijdens de Romantiek speelde.

Het liefdesverhaal tussen Fanny en Keats vormt het kloppende hart van Bright Star, vernoemd naar een van de laatste gedichten van Keats. Hij woont in bij Charles Armitage Brown, een bevriende dichter. Deze ongelikte beer vindt Fanny een oppervlakkig wezen, die Keats alleen maar afhoudt van zijn roeping. Keats is een weinig succesvolle dichter wiens gebrek aan geld een huwelijk simpelweg in de weg staat. Allerlei andere praktische zaken frustreren hun samenzijn nog meer.

Maar dat hun liefde uiteindelijk zeer intens wordt, illustreert Campion met een fantastische scène. Hoewel ze gescheiden zijn door een muur in het huis waar ze gezamenlijk verblijven, schuiven Keats en Fanny hun bed naar elkaar toe en leggen ze hun hand op dezelfde positie tegen de muur. Door de intensiteit van hun gevoelens, smelten hun handen denkbeeldig samen.

In de laatste helft van de film krijgt Keats tuberculose en reist hij op doktersverzoek naar Rome, waar het betere klimaat goed voor hem zou zijn. Keats’ ziekte en het feit dat hij en Fanny uit elkaar zijn, zouden in mindere handen leiden tot een klef melodrama. Maar Campion gebruikt in deze scènes bijvoorbeeld vrijwel geen emotionerende muziek. Dat lijkt te terughoudend, maar in de laatste, hartverscheurende scène begrijp je Campions beheerste strategie. Even de teugels inhouden, dan is de emotionele ontlading erna des te groter.

Bright Star

Regie: Jane Campion. Met: Abbie Cornish, Ben Whishaw, Paul Schneider, Kerry Fox. In: 22 bioscopen.