'Deze beproeving was erger dan zwerven'

Twee jaar geleden vertelde Michele McIntosh deze krant dat ze een ‘subprime’ hypotheek had. Voor de alleenstaande moeder uit New York volgde „een beproeving”.

Begin van deze zomer, met een betaalachterstand van 25.000 dollar en een brief met de datum waarop haar huis zou worden geveild in de brievenbus, „wist ik het echt niet meer. Ik besloot het allemaal maar over me heen te laten komen”.

Michele McIntosh, 46 jaar oud en alleenstaande zwarte moeder van drie kinderen, zou uit haar huis gezet worden. „Ayanna begon haar koffers al te pakken. Adrienne reageerde niet eens.”

Uitzonderlijk is McIntosh nooit geweest. Op dit moment krijgt elke acht seconden – avonduren, zon- en feestdagen meegerekend – een Amerikaans gezin te horen dat het op straat gezet wordt wegens hypotheekproblemen. Daarmee is het probleem waarmee de grootste wereldwijde economische neergang in decennia begon – de Amerikaanse huizenmarkt – nog steeds niet gestabiliseerd.

Nadat de gemiddelde huizenprijs sinds het begin van de crisis met een derde is gedaald, worden die negatieve cijfers nu iets minder negatief. Desondanks worden deze crisis in totaal zes miljoen huizenbezitters hun huis uitgezet: twee keer zoveel als heel Nederland aan koopwoningen heeft.

Toen Michele McIntosh twee jaar geleden haar verhaal over haar ondergang als huiseigenaar aan deze krant vertelde, werd de imploderende woningmarkt al snel als een reëel gevaar voor de economie gezien. Hulplijnen werden opgezet. Overheden probeerden in te grijpen met noodprogramma’s. Opvangcentra breidden hun capaciteit uit. En vastgoedzwendelaars zagen een markt ontstaan.

Michele McIntosh heeft met al die elementen te maken gehad, sinds zij haar flat in de afgelegen New Yorkse woonwijk Far Rockaway kocht. Dat ze nog maar een paar jaar daarvoor op straat leefde, was geen probleem. Ze kon wel een zogeheten (risicovolle) subprime hypotheek krijgen.

Al snel stegen haar maandlasten van 1.000 dollar naar 1.600 dollar per maand – en dat terwijl ze met haar twee banen als directiesecretaresse en tassenverkoopster samen minder dan dat verdiende. In die tijd ging ze ’s ochtends om zes uur van huis, kwam ze om elf uur ’s avonds thuis, en in het weekend werd ook gewerkt. „Mijn dochters waren zichzelf aan het opvoeden en ik moest iets doen om jongens-, seks- en drugsproblemen voor te zijn.”

Ze greep in. Nam ontslag als secretaresse, liep weg bij Macy’s – en vond een andere secretaressebaan bij een verkoper van reclamezuilen. Ze vertelt het vol trots, in een vergaderzaaltje van dat bedrijf, op de 35ste verdieping van een kantoortoren op Manhattan. Kijk eens hoe ver ik gekomen ben.

Financieel ging het echter steeds slechter, de achterstanden liepen op. Michele werd te bang haar hypotheekverstrekker te bellen voor een betaalafspraak. Een hulpinstantie deed dat toen maar voor haar. Saxon Home Mortgage (dat niet wil meewerken aan dit verhaal) wilde de verhouding met McIntosh best herstellen, maar daarvoor moest ze eerst 13.000 dollar vooraf betalen. Pas daarna konden ze verder praten. Kansloos.

De volgende stap was dat McIntosh voor de rechter moest verschijnen. Ze delfde het onderspit, de rechter gaf Saxon gelijk. McIntosh had een forse betalingsachterstand, en Saxon mocht de executieveilingprocedure doorzetten. „Ik wist niet meer wat ik moest doen. Had alle mogelijke wegen geprobeerd.”

McIntosh kreeg plots post. Van makelaars die zeiden te willen helpen. Van hypotheekbedrijven die het afsluiten van een nieuwe hypotheek voorstelden. „Natuurlijk had ik talloze verhalen in de krant gelezen over dit soort zwendelaars. Maar ik had al jaren niets meer betaald en zat diep in de hypotheekschulden.”

Afgelopen april. Een brief van Saxons advocaten. „We hebben een datum voor de executieveiling van uw woning: 19 mei.” Bijna een jaar eerder had de rechter Saxon al het recht hiertoe gegeven. Vanwaar dat jaar stilte? Ze hadden het blijkbaar veel te druk met alle andere probleemgevallen, denkt McIntosh.

„Maar dit is het dan.” Haar grootste angst? Dat ze op een dag nieuwe sloten op de deur aantreft, met de spullen van de kinderen nog binnen „en ik geen idee heb waar ik met ze naar toe moet”. Ze besluit dan opnieuw met een commercieel vastgoedbedrijf dat zich zelf heeft aangeboden in zee te gaan. „Ik weet het, ik weet het. Maar ik was wanhopig en ik wilde iedereen met positief nieuws geloven. Als Peter Pan aangebeld zou hebben met de mededeling ‘ik koop je huis’, zou ik denken dat dat waar is.”

Na een aanbetaling van 3.000 dollar zou Peoples First Financial helpen het huis te kopen van Saxon en nieuwe betaalafspraken met Michele maken. Ze besloot „het geld bijeen te schrapen en te betalen”. Ze moest bankafschriften sturen, haar burgerservicenummer, inkomensbewijzen. Maar teruggebeld werd ze nooit. „Had ik nou duizenden dollars die ik nauwelijks kon missen over de balk gesmeten?”

De aangekondigde uitzetting blijft ondertussen uit en plots laat dan Peoples First van zich horen. McIntosh kan aanspraak maken, zo hoort ze, op een overheidsprogramma waardoor ze in haar huis kan blijven, en haar rente wordt ook verlaagd van 12 naar 8,25 procent zodat ze weer kan gaan aflossen. Om aan dit project deel te kunnen nemen moet ze wel direct drie aanbetalingen van elk 1.229 dollar doen. Ze hapt.

Maar dan wordt het weer stil. Op internet zijn eindeloze klachten over Peoples First te vinden, de telefoon wordt er niet opgenomen en op e-mails niet gereageerd maar Michele heeft de eerste van de drie cheques reeds verstuurd en is opgelucht. Eindelijk, ein-de-lijk, „kan ik weer adem halen. Het is voorbij.” Een overwinning wil ze het niet noemen, „want het was een drie jaar durende beproeving. Erger nog dan zwerven, want toen wist ik tenminste waaraan ik toe was. Maar volgens mij is het goed afgelopen: we behouden ons huis.”

Meer over hoe de crisis gewone Amerikanen raakt op nrc.nl/minder.