De Zitting / Burenruzie loopt uit op vernielen moestuintjes

moestuinDe moestuin. Dat is de gedeelde passie van de twee 77-jarige buurmannen die elkaar dinsdag in de Rotterdamse rechtbank troffen. Toch zijn ze niet op goede voet, want de een heeft het gewas van de ander expres doodgespoten. Een aangifte volgde.

51 kilo bonen, 75 kilo aardappelen, 100 kilo prei en nog wat kilo’s bieten. Dat hadden de benadeelde en zijn vrouw voor de winter kunnen oogsten als buurman D. het gewas niet besproeid had met gif. Volgens een geconsulteerde groenteboer vertegenwoordigde de potentiële oogst een waarde van 303 euro.

Viertand

“Het lijkt wel een hele akker”, merkt de rechter op als de officier van justitie hem een dossier met kleurenfoto’s toont. Maar het betreft een achtertuin van honderd vierkante meter. Verdachte D. heeft ook zo’n perceel en beschuldigt het gepensioneerde echtpaar naast hem van dezelfde vijandelijkheden. Daar is het echter de zitting niet voor. D. heeft in deze zaal het Openbaar Ministerie tegenover zich.

Als de officier het ten laste gelegde heeft uitgesproken, tekent zich een grijns af op het gezicht van de rechter. “U lijkt wel een stel kinderen. Wat een rariteiten! Heeft u iets met regressie? Wilt u weer terug naar uw kindertijd, terug naar af? Dit kan toch niet!”, schampert hij. Hoofdschuddend zakt hij achterover in zijn stoel en bladert wat in het dossier. “Oh, wat zie ik hier. Een bedreiging met zo’n viertand.” Na een slok koffie gaat hij verder. “Wat moet ik hiermee? Dit is meer iets voor die collega van mij. Die televisiegozer, hoe heet die nou? Dan kan het hele land mee lachen.”

“U bedoelt meester Visser, de Rijdende Rechter”, zegt de advocaat, die zichtbaar problemen heeft met de spottende manier waarop de zaak wordt behandeld. De verdachte staat op. “Edelachtbare. Het begon al vijftien jaar geleden, met de coniferen. Toen kwam mijn buurman zo door de heg heen zetten. En laatst is mijn vrouw ziek geworden, want ook hij heeft gespoten op ons gewas.”

‘Leugens!’

Op de publieke tribune wordt het onrustig. “Je liegt, je liegt!”, briest de benadeelde. De man trekt zich omhoog aan het stoeltje voor hem. “Edelachtbare, onze groente was voor eigen gebruik. Voor een hele winter, hè. Daar moeten wij van eten. Wat hij nu vertelt, edelachtbare, zijn leugens. Leugens!” Zijn vrouw brengt hem tot bedaren. “Zeg maar even niets meer.”

De advocaat werpt een blik op het benadeelde echtpaar. Hij vertrouwt de taxatie van de groenteboer niet. “Meneer eet gewoon veel prei”, merkt de rechter op. “Die honderd kilo is een beredeneerde schatting van de groenteboer.” Hoezo beredeneerd, wil de advocaat weten. “Ik ga het vanavond eens met mijn vrouw narekenen”, belooft de rechter.

“Dit hoort thuis bij het kantongerecht. In dat rode gebouw”, zegt de advocaat beslist. “U denkt toch niet dat hij voor de lol is gaan spuiten?” De rechter wendt zich tot de verdachte. “Nou, een beetje lol heeft u toch wel gehad?” Er klinkt wat gebrom.

Het wordt de advocaat nu echt te veel. Dit is een serieuze zaak, wat hem betreft. Maar de rechter durft hij niet in de rede te vallen. Van de officier moet hij ook niet veel hebben. “Ik laat me niet bij mijn voornaam aanspreken”, zegt hij. “Ik kan me herinneren dat…” De rechter grijpt in. “Ho, ho, heren. Dit gaat niet meer over de zaak.” Tot overmaat van ramp verliest de advocaat zelf zijn decorum: onder zijn toga rinkelt een mobiel.

‘Ga u schamen’

De verdachte heeft totaal geen ‘documentatie’, zo begint de officier de motivering van zijn strafeis. Voor het eerst in 77 jaar staat meneer voor de rechter. “Ik ben hier niet om te zeggen hoe zij met elkaar om moeten gaan, maar om mensen te weerhouden strafbare feiten te plegen.” Hij eist 500 euro waarvan 250 euro voorwaardelijk. “Laten we dit doen via de schadevergoedingsmaatregel, want u komt er samen niet uit, geloof ik.”

De rechter concludeert dat de verdachte enige aanleiding voor zijn delict had. “Dit is geen op zichzelf staand feit. Anders had ik u naar een TBS-kliniek gestuurd. Maar wat anderen u aandoen, moet u niet op gelijke wijze terugdoen. Daar hebben we een aantal spreekwoorden voor. Vroeger kreeg u daarvoor straf van vader en moeder. Nu van mij.”

Die straf is 25 euro, direct te voldoen aan de buurman. “Voor nieuw zaai- en pootgoed.” En een voorwaardelijke gevangenisstraf van een week met een proeftijd van twee jaar. “Justitie maakt daar dan vaak een enkelbandje van. Huisarrest dus”, zo weet de rechter. “En daar zult u het mee moeten doen, zoals mijn rijdende collega zou zeggen.” Pas nu wordt hij ernstig. “Houd op met dit gesodemieter. Ga u schamen!” De vrouw van de zojuist veroordeelde beent de zaal uit en smijt de deur met een klap dicht.

Het opzettelijk beschadigen of onbruikbaar maken van een goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, is strafbaar op basis van art. 350 wetboek van strafrecht.

Reageren? Nuanceren en argumenteren verplicht. Volledige naamsvermelding.