De grootste bankroof aller tijden? Wognum

Op een foto in Elsevier van bankiers op bezoek bij de Tweede Kamer (eind 2008) is enige afstand zichtbaar tussen Dirk Scheringa en de anderen. „De gevestigde banken waren die nieuwe, brutale en snel groeiende concurrent liever kwijt dan rijk”, stelt het blad dat het weten kan en als enige deze week een wat uitgebreider dossier wijdt aan de DSB-zaak.

De suggestie loopt vooruit op de spectaculaire perspectiefwisseling die gisteren viel te constateren op de spannendste televisieavond sinds tijden. Het kwam vooral door Nova, dat heen en weer schakelde tussen het bordes van de Amsterdamse rechtbank en een reconstructie van de afgelopen twee weken in de studio. Daar sprak een vlijmscherpe Clairy Polak met Hans van Goor, lid van de raad van bestuur van DSB, die het dreigende lot van zijn organisatie omschreef als „de grootste bankroof aller tijden”.

Zelden zie je zo’n dramatische wisseling van imago, van dader naar slachtoffer, die bovendien leek te worden bevestigd door de nieuwsthriller in Amsterdam. De spanning zat niet in de vraag of de rechtbank de faillissementsaanvraag zou toekennen, maar in het feit dat die er voor de tweede keer geen hamerstuk van maakte. En die zorgvuldigheid leek te worden gevoed door twijfel aan de juistheid van de door bewindvoerders en toezichthouders op tafel gelegde cijfers.

DSB was vorige week door velen een onduidelijk publiciteitsbeleid verweten. Dat klopte, maar gisteren werden in uiterste nood slimme troeven uitgespeeld. Eerst kwamen eindelijk de werknemers in beeld, die niet bepaald als graaiers oogden. Vervolgens onthulden Nova en Van Goor dat de liquiditeit vooral in gevaar was gekomen doordat De Nederlandsche Bank (DNB) de kredietfaciliteit met 800 miljoen euro had verminderd, een groter bedrag dan de totale ontsparing. Dat het consortium van vijf banken de zaak wel had willen overnemen, maar dat ze waren tegengehouden. En, het allerbelangrijkste, dat het treffen van een betalingsregeling met gedupeerde klanten door de DNB zou zijn getorpedeerd, wegens de precedentwerking.

De slotconclusie in het programma dat door schokkende getuigenissen van ex-werknemers van DSB de neergang had ingeleid, luidde nu dat de woekerpraktijken niet erger waren geweest dan bij andere financiële instellingen. Van Goor vond dat juist de poging om het goed te maken hun de das had omgedaan. Als de DSB zich net zo op de vlakte had gehouden als de andere banken, was ze de dans ook ontsprongen. Zo kantelde het beeld van Scheringa als boerenbedrieger ineens naar dat van een slachtoffer van de krijtstreepmaffia. Maar ja, je kunt moeilijk alle banken laten ploffen.

Kijk ook op nrc.nl/mediablog